BIJGELOOF
liet bijgeloof dat in vele vormen en bij alle volken voorkoml, is niet een geloof naast, maar in plaats van een geloof. Evenals liet ongeloof — dat eigenlijk niet bestaat, want iedereen gelooft iets — is liet in z'n diepste wezen een levensbeschouwing, een surrogaat-geloof dat zo oud is als de mensheid zelf. Het is de belichaming van de angst die de nietige mens heeft voor het grote, liet onzichtbare, het geheimzinnige, waarvan hij zich afhankelijk gevoelt.
Om ons te beperken tot ons eigen land, zijn we geneigd bij het spreken over bijgeloof vooral te denken aan de „donkere Middeleeuwen. En inderdaad, deze tijd was de bloeitijd van het bijgeloof: Tot vér na de Reformatie werden in ons land heksenprocessen gevoerd; de tovenaar was een algemeen gevreesde figuur; wie de naam van een besmettelijke ziekte noemde, liep groot gevaar door die ziekte te worden
aangetast en de duivel in de gedaante van een mismaakt mens speelde in de Middeleeuwse gedachtenwereld een belangrijke rol. Allemaal bewijzen voor het feit dat de Middeleeuwse mens zéér bijgelovig was; de toenmaals heersende Roomse Kerk werkte in de meeste gevallen het bijgeloof zelf in de hand.
Wie nu echter van mening is, dat de Reformatie het bijgeloof heeft doen verdwijnen, is er geheel naast. Wél zong de dichter Beets, in de vorige eeuw:
„Men scheldt steeds op der Middeleeuwen nacht; 't Is waar, Europa lag in nacht verzonken, Die afschuw baart aan ons verlicht geslacht "
Doch bij nader inzien doet ons „verlicht geslacht" heus niet onder voor de Middeleeuwse Vaderen, al openbaart het bijgeloof zich nu onder andere vormen dan vroeger.
Als ieder, in zijn eigen kring, de ogen en oren de kost geeft, dan zal hij genoeg overblijfselen van het bijgeloof aantreffen. En als we héél eerlijk zijn, gaan we dan zelf in alle dingen vrijuit? We willen slechts een enkel voorbeeld noemen.
In onze kringen hebben we mensen ontmoet, die ons met de grootste stelligheid verzekerden, dat het morsen van zout onherroepelijk een ongeluk tot gevolg had en dat er slechts één middel was om liet gevaar af te wenden: een kleine hoeveelheid zout op de schouders strooien. Velen beschouwen de val van een spiegel en het krijsen van een nachtvogel als de doodstijding voor een familielid. En méér dan eens waren we in gezelschap van personen, die weigerden onder een ladder door te lopen. Zo kan ieder deze reeks voorbeelden aanvullen uit z'n eigen ervaring.
Vooral op het platteland en onder de oudere mensen worden deze bijgelovigheden aangetroffen, maar laten we niet voorbarig zijn en denken, dat de jeugd afgerekend heeft met het bijgeloof. Misschien is het juist onder de jonge mensen — we hopen niet die van de Gereformeerde Gemeenten — veel ernstiger en ingrijpender. Ik denk hier aan de toekomstvoorspelling. Talrijke tijdschriften in Nederland plaatsen wekelijks rubrieken zoals „Uw sterren vertellen U" en „Uw toekomst staat in de sterren'' en dergelijke. Vele jongeren grijpen er gretig naar, onder de twijfelachtige verontschuldiging dat ze er tóch niet aan geloven. We spreken nu maar niet eens over de mensen, die hun beroep maken van de voorspelling der toekomst en over hen, die erheen gaan met diep in het hart de hoop of de vrees dat de voorspelling zal worden vervuld.
In dit korte bestek was het ons slechts mogelijk een enkele greep te doen. Een wetenschappelijke verhandeling over de z.g.n. occulte verschijnselen ligt niet op ons terrein. We bedoelen slechts een waarschuwing te geven om niet wijzer te willen zijn clan God, Die cle mens het vermogen heeft onthouden, in cle toekomst te zien. De Catechismus zegt clat we toverij, bijgeloof e.d. als eigen werken des duivels zullen haten en wel, „zo lief als onzer zielen zaligheid is." Deze taal is, ons inziens, duidelijk genoeg.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 juli 1954
Daniel | 8 Pagina's