JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Over Verkering (II.)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Over Verkering (II.)

6 minuten leestijd

1 RONDKIJK 1

Het eerste stukje dat ik over dit onderwerp schi'eef, hield een veroordeling in dat jongens of meisjes verkering zoeken, zonder dat vader en moeder er van weet. Ons huwelijksformulier raakt dit punt ook aan en spreekt van: , , zich met weten en wil van ouders of voogden tot de huwelijke staat te begeven." Er moet dus een goede harmonie liggen, niet alleen tussen de jongen en het meisje, maar óók met de wederzijdse ouders. Dat kan alleen wanneer men van meetaf, dus reeds bij de verkering, staat op de grondslag van Gods Woord. Een huwelijk aangaan is een hoogst gewichtige zaak, waarvan alleen zegen is te verwachten, wanneer die goede harmonie gevonden wordt, wanneer het met goedkeuring, met „weten en wil van de ouders" geschiedt. Hoe kan men Gods zegen op het huwelijk inwachten, als men tegen de vermaning van de ouders in — die zo gaarne zien dat hun getrouwde kinderen samen in 's Heeren wegen wandelen — de verkering inzetten met iemand, die het niet zo nauw neemt met God en Zijn dienst, of daarvan niet weten wil? Men kan er zich wel boud afmaken en zeggen: ik trouw niet met mijn vader of moeder, maar met mijn meisje" of, „dat moet ik weten!" — als men zó spreekt en doet, kiest men eigen gekozen wegen, die later zeer zullen benauwen. De harmonie, neergelegd in het huwelijksformulier, wordt dan niet gevonden en de droeve gevolgen, waarvan ik er uit de practijk van het leven vele zou kunnen aanhalen, zullen niet uitblijven.

Er is nog een andere factor, die ik hier tegelijk ook zal aansnijden. Er zijn jongens — en men vindt ze helaas ook in onze kringen — die met de liefde spelen! Die de meesterlijke (? ) kunst verstaan om een meisje tot zich te trekken en aan zich te verbinden. Om dan even gemakkelijk als zij ze gewonnen hebben, weer los te laten en van zich af te stoten! Het gaat er bij hen helemaal niet om, om vaste verkering te krijgen, het gaat om het pikante van het liefdesavontuur en niet om de werkelijkheid! Het blijft er meestal niet bij één, het wordt een soort spel. En het hart, de liefde van een meisje, vooral als het zuiver, onbedorven is (ge begrijpt hoe ik onbedorven bedoel) is niet om mee te spelen! Vele meisjes en jonge vrouwen zijn daar het slachtoffer van-geworden.

Weet ge wat de practijk leert? Dit: dat wie met de liefde speelt, tenslotte tot het geven van werkelijke liefde ongeschikt wordt. In elk geval verliest zo iemand de controle over zichzelf en weet niet recht meer, of hij het meent of niet. Als hij voor een werkelijke keus komt te staan durft hij het niet aan, of doet een stap, waarvan hij later berouw heeft.

Uit brieven die ik via de hoofdredactie kreeg, is mij gebleken dat dit onder-werp wel de interesse heeft. Op een gestelde vraag zal ik nader ingaan, n.1. over het verkeren met iemand, die hoger in ontwikkeling staat. Uw rondkijker is van mening, dat er een geestelijke overeenstemming moet zijn — geestelijk dan bedoeld in de zin van mentaal. Het is m.i. niet zo, dat een jongeman, die een aantal acten of een titel heeft, de voorwaarde moet stellen zich persé met een meisje van gelijke scholing te moeten verloven, om tot een goed huwelijk te geraken. Een gelijkheid in ontwikkeling behoeft er m.i. niet te zijn, al is het zo, dat hij zich ook niet moet verbinden aan iemand, die hem niet begrijpt. Men moet elkaar geestelijk aanvullen. Man en vrouw hebben elkaar — en dan neem ik weer maar het formulier — „trouw te helpen en bij te staan in de dingen, die tot het tijdelijke en eeuwige leven behoren." Hiermee wordt de overeenstemming, die er behoort te zijn, wel zeer zinvol getypeerd. De opsteller van het formulier houdt in alles de rechte lijn vast, die Gods Woord t.o.v. het huwelijk en de bedoeling van het huwelijk aangeeft. We lezen onze formulieren meestal zo ondoordacht en we lezen over zoveel belangrijks heen! „Bijstaan in tijdelijke dingen", dan moet er zeker een wederzijds begrijpen zijn, dan moet men elkaar op het terrein van het dagelijkse leven verstaan. Dan behoeft zo'n jonge vrouw heus geen wiskundige formules te kennen, dan komt het op innerlijke beschaving aan. In eenvoudige milieu's is dikwijls meer beschaving aanwezig dan in welgestelde en intellectuele kringen. We moeten vooral niet vergeten, dat de vrouw in het gezinsleven een heel andere taak heeft dan de man. Haar „huishouding" moet zij wel kunnen regeren. En zij krijgt ook een taak als moeder. Doch, dit hoort niet in dit bestek. Het huwelijksformulier beklemtoont in een adem en met nadruk, dat de man de vrouw en de vrouw de man trouw moet bijstaan in de dingen die tot het eeuwige leven behoren. De grote lijn die door de huwelijken loopt, is immers tot de vervolmaking van Gods Kerk op aarde, de uitbreiding van Zijn gezegend Godsrijk. Als onze jonge mensen recht zouden bezien, wat dit betekent, zouden zij het gewichtvolle van het aangaan van een huwelijk te meer gevoelen. Dan zal er niet bij spel en dans, maar onder Gods beminden gezocht worden, om tot een goed huwelijk te geraken. Dan wordt daar ook met vader en moeder over gepraat. Want dan is niet alleen het bijstaan van elkaar in de tijdelijke dingen de hoofdzaak, maar ook en vooral de dingen, die het eeuwige leven aangaan.

„Van een huwelijk komt ook een begrafenis", zo hoorde ik eens een predikant zeggen, die in de kerk een paartje bevestigde. Dat klinkt nu niet zo erg prettig als je samen vóór het leven staat, als je het leven in gedachte pas begint, maar het is een vaststaande waarheid. De opsteller van het formulier blijft daarom niet in het tijdelijke hangen, hij richt zich tot hoger doel. Het leven immers is maar een doorgang, dat ingedeeld wordt in drie phasen: geboren worden, huwen, sterven. En als de mens sterft, waar is hij dan ? Als het eind niet goed is, wordt het doel gemist. Van nature zijn we allen doelmissers. Genade, souverein vrije genade, als dat doel mag worden bereikt. Hoe noodzakelijk is het dus te weten, dat men over de dingen die het eeuwige leven aangaan met elkaar zal kunnen spreken. Dat is van het hoogste belang. Bij de huwelijkskeuze, bij het aangaan van de verkering, zal dit een van de hoofdmotieven moeten zijn.

RONDKIJKER.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juli 1954

Daniel | 8 Pagina's

Over Verkering (II.)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juli 1954

Daniel | 8 Pagina's