ELI
Hij zat vermoeid ter zijde van de poort En overdacht al zijn voorbije dagen. Hij had het rouwbetoon des volks gehoord En wreef een traan uit d' ogen die niets zagen.
De onheilsbode liep naar Silo voort: „De Filistijnen hebben ons verslagen, „Uw beicle zonen in de strijd vermoord „En d' arke Gods als krijgsbuit weggedragen."
Hij wist het wel: Dit is het Godsgericht Hij is de Heer, wie durft Hem tegenspreken? Ik en mijn zoons verzaakten onze plicht.
— Maar r/' arke Gods ivicns harte zou niet breken? - Een aak'lig wit trok over zijn gezicht. Hij viel ter aard' en 't leven was geweken.
W. v. G. J
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juli 1954
Daniel | 8 Pagina's