VRAGENBUS
r I Correspondentie voor deze rnhrtek aan : | T. MOLENAAR. I.eede IR. Rotterdam Zuid \
H. K. te L. vraagt mij iets mee te willen delen over het lekenspel.
Antwoord: Hiervan moeten we naar alle waarschijnlijkheid de oorsprong zoeken in het Middeleeuwse drama. Het heeft zich ontwikkeld uit de eredienst van de Roomse Kerk, die een dramatisch karakter draagt.
Langzamerhand verwijderde het drama zich van de liturgie in taal, vorm, inhoud en voordracht en ging later over in het mysterie, een toneelspel, dat een gedeelte van de Bijbel tot onderwerp heeft. Uit dit toneelspel ontstond de moraliteit, Zorgden eerst de geestelijken voor de uitbeelding van gedeelten van de Bijbel, langzamerhand namen door de uitbreiding der rollen b.v. (duivelsrollen) de leken in het spel een zeer voorname plaats in. Dit laatste is te verstaan, omdat de heren Geestelijken toch de rol niet konden vervullen van een duivel. Een overblijfsel van dit oude kerkelijke drama leeft nog voort in de Passiespelen te Oberammergau en bij ons te Tegelen.
Hierbij zijn het niet beroepsspelers die optreden, want de hoofdzaak is niet het spel, maar de idee die ze vertolken.
Dat wij afwijzend staan tegenover het lekenspel behoef ik eigenlijk niet te zeggen. Spel is geen middel om het evangelie te verkondigen. De catechismus leert ons wel wat anders. Deze zegt, dat we niet wijzer moeten zijn dan God. Die zijn christenen door de levende verkondiging Zijns Woords wil onderwezen hebben.
Wijzer dan God! Dat klinkt als een vonnis. Dit ook maar een ogenblik te wagen, is profanie, is godslasterlijk.
In psalm 119 wordt gevraagd: „Waarmede zal de jongeling zijn pad zuiver houden? " Het antwoord is: „Als hij dat houdt naar Uw Woord." Dat wil zeggen als hij gegrepen, vastgehouden en bestuurd wordt door dat Woord.
En dat Woord spreekt ons niet van leken-en passiespelen. Het lijden van de Ileere Jezus is te dierbaar dan dat het bezoedeld zou worden door er een spel van te maken. Het is niet anders dan spotternij.
Nogmaals de kwestie of een politieagent lid van de Geref. Gemeente kan zijn.
2 mensen uit L. hebben zich gestoten aan het antwoord dat ik gegeven heb op de vraag: Als een politieagent op Zondag naar een voetbalwedstrijd of naar een bioscoopvoorstelling wordt gestuurd, om daar orde en rust te bewaren, hoe moet zo'n persoon daarmee handelen in verband met de heiliging van Gods dag? (Het antwoord kunt U lezen in de 8e Jaargang No. 5 van 21 Aug. 1953).
Wat zal ik daarop nu antwoorden? Dat niet iederéen het met de beantwoording van elke vraag met mij eens is kan ik begrijpen. Het zou wel een wonder zijn als 4000 lezers het altijd met me eens zouden zijn. Toch wil ik wel eerlijk zeggen, dat ik m'n uiterste best doe om het zo goed mogelijk te doen en voornamelijk is het mijn begeerte het te doen overeenkomstig Gods Woord en de opvatting van de meerdere vergaderingen in ons kerkverband.
Als ik nu het antwoord nog eens rustig lees, dan vraag ik me af, waarin komt nu uit, dat ik aanstoot gegeven heb. Met de beste wil van de wereld kan ik niet zien, waarin ik gedwaald heb.
Hier volgen uitspraken van de Generale Synode van 28 en 29 Juni 1949.
De Synode West verzoekt de Generale Synode in overweging te nemen de vraag of leden der gemeenten nog wel politieagent kunnen zijn wegens dienst doen op Zondag bij openbare vermakelijkheden. Na brede discussie besluit de Synode, hoewel betreurend de Zondagsontheiliging, dat het dienstdoen bij de politie op zichzelf niet te veroordelen is, doch het aan de consciëntie der betrokkenen wordt overgelaten en aan de onderwijzing van de kerkeraden aan de betrokkenen.
Op de classis Rotterdam van 1 Maart 1954 werd gevraagd of een douane-ambtenaar, die s Zondags controlediensten verricht, lid van onze gemeenten kan worden. Het antwoord was: De classis oordeelt, dat deze werkzaamheden te vergelijken zijn bij de politiediensten, zodat zulke personen als lid aanvaard kunnen worden. Wel adviseert de classis dat de douanen zullen trachten bij hun commandanten van Zondagsdiensten vrijgesteld te worden.
Uit deze uitspraken blijkt wel, dat ik in mijn antwoord niet anders heb gedaan, dan het gevoelen van meerdere vergaderingen weer te geven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 juli 1954
Daniel | 8 Pagina's