Opgenomen in de hemel
En het geschiedde als Hij hen zegende. dat Hij van hen scheidde en werd opgenomen in de hemel. (Lue. 24 : 51).
Die van boven komt, is boven allen. Dit dierbaar geloofsgetuigenis sprak Johannes de Doper tot enige van zijn discipelen; daarin heeft hij hun gewezen op de plaats van afkomst, en de verheven staat van Hem, Die de Vader gezalfd, gezonden en gegeven heeft tot een verhond des volks, namelijk Christus.
Hij zelf heeft als Sions hoogste Profeet gezegd tot Nicodemus: Niemand is opgevaren in de hemel, dan die uit de hemel nedergekomen is, namelijk de Zoon des mensen, die in de hemel is. Hij heelt naar 's V aders eeuwige wil en eis, om de uitverkorenen le verlossen, gewillig de hemelse heerlijkheid verlaten, een menselijke natuur aangenomen, Zijn broeders in alles gelijk geworden, uitgenomen de «oude. In lijdelijke en dadelijke gehoorzaamheid, alle gerechtigheid vervullende, heeft de Vader Hem opgewekt en gerechtvaardigd, en heeft Christus met vele gewisse kentekenen zichzelven levend vertoond, veertig dagen lang, zijnde van hen gezien, en sprekende van de dingen, die het koninkrijk Gods aangaan. Alleen door deze weg werd mogelijk en noodzakelijk wat Lucas meldt in onze tekst: En het geschiedde als Hij hen zegende, dat llij van hen scheidde, een zegenende, ja een gezegende scheiding, voor Hem het Hoofd Zijner gemeente, als ook voor Zijn duur gekochte kerk.
Het triumferende deel in de Hemel heeft Hem met gejuich aanschouwd en begroet, daarin werd ook ; »un heerlijkheid vermeerderd; naar Zijn beloofde komst in het vlees hadden zij op aarde door het gei A f uitgezien, de vervulling daarvan niet gezien hebbende maar gelovende. Deze allen in hel geloof gestorven zijnde, zagen hun God en Koning omstuwd met de duizenden van engelen voor en op de troon aan de rechterhand Zijns Vaders met eer en heerlijkheid gekroond.
Toen werd liet lied des Lams in vervulde (straks ia voltooide) heerlijkheid gezongen: En de zangers, gelijk de speellieden mitsgaders al mijn fonteinen zullen binnen in u zijn.
O, welk een verheven lied, het Lam dat geslacht is, is waardig te ontvangen de kracht, en de rijkdom en wijsheid en sterkte, en eer, en heerlijkheid en dankzegging in alle eeuwigheid.
Welk een gezegende scheiding ook voor Hem, Die op aarde ten volle doormaakt en doorleefd had, de vreselijke zonde scheiding tussen hemel e; i aarde, tussen God en mens als Borg voor Zijn uitverkorenen. Zijn Middelaarswerk op aarde is ten einde, de dood is verslonden tot eeuwige overwinning, satans kop is vermorzeld, en in dit alles heeft Hij op aarde Zijn Vader verheerlijkt; nu breekt voor Hem de stonde aan, waar Hij in Zijn Hogepriesterlijke bede om bad: Vader verheerlijkt mij met de heerlijkheid die Ik bij U had, eer de wereld was.
En werd opgenomen in de hemel, zo meldt Lucas
met enkele sobere woorden liet doorluclite feit van Christus' hemelvaart, alsof het een vanzelfsheid was.
Mattheüs en Johannes melden in hun evangeliebeschrijving niets van Zijn troonsbestijging. Markus schrijft met eenvoudige woorden. De Heere dan, nadat Hij tot hen gesproken had, is opgenomen in de hemel; meer niet. Hierin is geen geringschatting van het feit Zijner hemelvaart, alsof het van minder betekenis was dan Christus' geboorte en opstanding, doch een noodzakelijke vanzelfsheid. Zijn opneming in de hemel is geen gunst, doch een verworven waardigheid, gegrond op rechtvoldocning; voor Hem geldt welken de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen. (Hand. 3 : 21).
Zijn opneming is tevens opvaren en ingaan in het hemels heiligdom, om nu te verschijnen voor het aangezicht Gods, voor Zijn kerk.
Zijn Middelaarsarbeid ten goede voor Zijn gemeente voltooid. Hij in het hemels heiligdom op Zijn Priestertroon; vanaf die plaats bewijst Hij te zijn liet Hoofd Zijner kerk, door hetwelk de Vader alle ding regeert, in Zijn doorboorde handen is het boek van Gods raad gegeven. Hij volvoert de ganse raadsvervulling Gods door zegel na zegel te verbreken, totdat het alles zal zijn geschied.
Welk een troost voor Gods kerk op aarde is dan ook Zijn heengaan en toch blijven, hoe nodig en nuttig dit te kennen. Het is uw nut dat Ik wegga, want indien Ik niet heenga, zo zal de Trooster tot u niet komen, maar indien ik heenga, zo zal Ik Hem tot u zenden. Zijn heengaan naar het kruis veroorzaakt droefheid, smart, verstrooiing en hopeloze verlorenheid in hun hart en leven. Zijn zichtbare scheiding op de top der Olijfberg, nadat een wolk Hem wegnam van hun ogen, en zij onderwezen waren door de engelen, bracht grote blijdschap. Hun geestelijk leven is verlegd van beneden naar boven waar Christus is, zittende ter rechterhand Gods, waar Hij is, zijn zij, waar zij zijn, is Christus naar Zijn belofte: En zie, Ik ben met ulieden, al de dagen tot de voleinding der wereld.
Op die vervulling hebben ze gewacht tol de Pinksterdag, toen heeft de Heilige Geest als de Goddelijke Trooster, hun harten vervuld door Zijn inwoning, zegenende is Hij van hen gescheiden. Gezegend bleven zij achter, geen doemvloek der wet kan hen meer treffen, geen Bileam is bij machte hen te schaden, geen vervloeking, door wie ook kan hen deren.
Al heeft Gods volk op aarde geen voorspraak meer overgehouden, Christus is en blijft hun voorspraak voor het aangezicht Zijns Vaders en door Zijn geestelijke inwoning hebben zij een voorspra ak in hun harten. En welk een gezegend uitzicht heeft de ware hemelvaarlskerk op aarde; hier beneden moge veel, ja somtijds alles hun tegen zijn; vlees en hart bezwijken als de Heere Asafs wegen niet hen inslaat tot rechte vernedering en beschaming, opdat de vertroostingen van boven hun hart vervullen niet een blij geloofsvooruitzicht. Maar na de dood is 't leven mij bereid, God neemt mij op in Zijne heerlijkheid.
Wat een droevig beeld vertoont Gods kerk toch als de vrucht van Christus' hemelvaart in hun leven ontbreekt. Veel zwaarheid, zonder klaarheid en waarheid in het binnenste openbaart een zoeken van eigen eer en voordeel, doch niet een zoeken van de dingen die boven zijn, waar Christus is zittende ter rechterhand Gods.
Ocl 1, dat wij toch de rechte weesgestalte mochten inleven in afhankelijkheid en ware geestelijke armoede door niet meer te kunnen leven uit en bij de weldaden; dat alleen doet biddend uitzien naaide vervulling van: en Mijn Vader zal hem liefhebben en wij zullen tot hem komen, en zullen woning bij hem maken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 mei 1954
Daniel | 8 Pagina's