JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

ZEGENINGEN IN KERK EN SCHOOL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ZEGENINGEN IN KERK EN SCHOOL

6 minuten leestijd

Bittere beproevingen

Was Riedel streng met het toedienen van de Doop, ten aanzien van de toelating tot het Heilig Avondmaal was hij nog strenger. Hij wilde, voor zover dit een mens mogelijk is, het onkruid van de tarwe scheiden. Alleen zij, die duidelijke bewijzen hadden gegeven van een oprechte zinsverandering, en die geruime tijd een Christelijk leven hadden geleid, werden tot het ondeiwijs over het Avondmaal toegelaten.

Toen de eerste Avondmaalsviering met geboren Tondanezen zou plaats vinden, waren velen van elders gekomen om tegenwoordig te zijn. Over deze plechtigheid schreef Riedel: , , Welk een reine blijdschap kan de zendeling op zijn moeitevolle loopbaan toch midden onder de heidenen smaken! Ik mocht heden de dood des Heeren verkondigen met mensen, die vóór drie jaren nog van top tot teen heidenen waren. Door zulke feiten toont de Heere ons, tot onze bemoediging, dat onze arbeid niet vruchteloos is."

Het onderwijs aan de kinderen overtrof spoedig de verwachtingen, maar een grote hinderpaal was het gebrek aan boeken. Volwassenen poogden van de kinderen te leren en zodoende konden verscheidenen lezen. Het gebeurde dat Riedel moest aanhoren: „Nu heb ik lezen geleerd, maar wat baat het mij, als ik niets héb om te lezen." Hoe groot was dan ook de blijdschap, toen er vernomen werd, dat een grote kist met Bijbels en Nieuwe Testamenten was aangekomen! Van alle kanten kwamen jongen en ouden om Gods Woord te kopen. Het werd heel druk bij de verkoping. De meesten hadden geld in hun handen om het in te ruilen voor het begeerde Boek; anderen kwamen met een zak rijst, een paar hanen of een mand met eieren. Het was moeilijk voor de zendeling om hetgeen er was zo goed mogelijk Le verdelen. En 's avonds voor vele woningen zit een groep mensen, luisterend naar een kind, dat bij het schijnsel van een harsfakkel uit Gods Woord voorleest, leest.

De oude school werd te klein, daar het aantal kinderen vertienvoudigd was geworden. Uit eigen middelen werd een groter gebouw gezet, dat op 24 Februari 1838 plechtig in g; ebruik werd genomen.

Ook een nieuwe kerk werd gebouwd, die plaats bood

aan 800 mensen. Toen de eerste preek werd gedaan, was geen plaats onbezet. Riedel sprak over Exodus 20 : 24: Aan alle plaats, waar Ik Mijns naams gedachtenis stichten zal, zal Ik tot u komen en zal u zegenen."

De oude Alfoeren konden er niet over uit, dat de Zondag zo was veranderd. Het geluid van de rijststamper werd niet meer gehoord en het getier, dat je fcijna elke avond kon horen, veistomde al meer en meer. De gedoopten durfden op de Rustdag niet meer te gaan werken In 1839 schreef Riedel: „Ofschoon de gemeente in zedelijk opzicht ook nog veel te wensen overlaat, inzonderheid wat het wettig en christelijk sluiten van het huwelijk betreft, zo is toch de losbandigheid van vroeger hier veel verminderd Van overspel kn echtscheiding, waarin men vroeger zijn eer stelde, hoor ik weinig meer. Het stelen, bedriegen en wraaknemen, waarin de Tondanezen vroeger andere negerijen overtroffen, is zeer verminderd. Fosso's vinden geen algemene deelneming meer. De invloed der Williams is gebroken en het heidens bijgeloof in zijn hartader aangetast. De bekering der priesters, die openlijk hun bedrog beleden, heeft daartoe veel bijgedragen."

Toen in Augustus 1839 zendeling Hellendoorn dooide dood werd weggenomen, moest Riedel vaak naar Menado om daar te prediken of andere bezigheden verrichten. Er werd in Tondano gevreesd, dat hun leraar zou worden overgeplaatst naar de hoofdplaats, maar Riedel smeekte de bestuurders van het Ned. Z. Genootschap, hem toch niet over te plaatsen, omdat hij Tondano niet zou kunnen verlaten. „Als ge weg gaat", werd door velen gezegd, „dan gaan we met u, want de ziel moet haar voedsel hebben, en zonder u versmachten wij." Een oude Alfoer sprak: „Niets, niets dan de dood alleen kan de pandita van Tondano scheiden. Wij zijn zo aan elkander gehecht, als onze nagels aan ons vlees. Als men die losrukt, bloedt het vlees."

Dat scheiden pijn veroorzaakt, moest Riedel maar al te goed ondervinden, toen in het jaar 1841 zijn geliefde vrouw door de dood werd weggenomen. Slechts tien jaren had hij met haar de gelukkigste dagen doorleefd. Sinds Maart van haar sterfjaar was ze al gaan sukkelen. Het aardse leven had voor haar geen of weinigwaarde meer. Toen Riedel in April naar Menado moest, en zij een gezelschap Christenen bij haar had laten komen, waarmee ze bad en zong, zei ze: „Wij hebben onlangs de dood des Heeren verkondigd en ons in Zijn gemeenschap gelukkig gevoeld, maar als ge weer het Avondmaal zult vieren, dan ben ik bij mijn Verlosser."

Enige dagen voor haar dood moesten de kinderen en cle vrienden bij haar komen, want, zei ze, als ik in doodstrijd kom, dan gaat het misschien niet meer om afscheid te nemen. Elk gaf ze de hand en 9prak ieder aan naar zijn of haar behoefte. Tot haar man zei ze: „Wij hebben dikwijls gedacht, Riedel, dat gij vóór mij zoudt heengaan, maar ik zou het niet overleefd hebben, dat ik met vijf kindertjes was achter gebleven in deze wereld. Daarom heb ik God vaak gebeden, dat Hij mij vóór u mocht wegnemen. Dat gebed w r ordt straks verhoord. Ween echter niet te zeer. Ik sterf immers niet, maar slechts mijn stoffelijk omhulsel. Ik ga u vooruit. Eens zullen wij voor de troon van God elkander wedervinden en eeuwig bij elkander zijn."

Voor Riedel was het een zware slag. Hij schreef: „Nu zit ik met vijf jonge kinderen, die ik alleen heb te verzorgen naar lichaam en geest. Ik moet in de keuken, de badkamer, in het washuis, in één woord overal zijn, om alles alleen in orde te houden. Wenende schrijf ik dit, hoewel ik mijn dierbare gade haar geluk niet misgun. Ik ben doorgaans stil en in mij zelve gekeerd.

Op haar begrafenis, die in het warme klimaat van Indië niet langer dan één dag na de dood mag worden uitgesteld, kwamen scharen van nabij en van verre; want de treurmare van haar overlijden had zich met de snelheid van de stormwind over de gehele omtrek verbreid. Heidenen zowel als Christenen volgden de geliefde dode met de innigste deelneming naar haar laatste rustplaats."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 mei 1954

Daniel | 8 Pagina's

ZEGENINGEN IN KERK EN SCHOOL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 mei 1954

Daniel | 8 Pagina's