JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

U w rondkijker neust

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

U w rondkijker neust

6 minuten leestijd

U w rondkijker neust uit hoofde van zijn beroep nogal eens hier en daar rond in ons land en komt ook veel in het z.g. „natte gebied". D.w.z. het gebied van onze Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden, waar de ramp van 1 Februari 1953 zoveel slachtoffers heeft geëist en waar zoveel aan materiële waarde is verloren gegaan. Dan staat hij altijd weer verbaasd over het menselijk kunnen, dat in ruim een jaar tijds zoveel is opgebouwd. Machtige dijken zijn verrezen, hoger en sterker dan ooit te voren, waaraan millioenen zijn ten koste gelegd. De dijkbeveiliging rondom Goeree-Overflakkee kost bij elkaar rond 100 millioen, Schouwen-Duiveland zal nog duurder zijn, om maar niet te spreken van de andere gewesten, die zijn getroffen.

Dure eilanden voor de Staat. En dan de herbouw van de vele honderden woningen, boerderijen e.d. waar men volop mee bezig is.

De mens is een wonderlijk wezen. Hij heeft in zich een door God geschapen werkdrift, om wat vernield is te herstellen. Ik heb dat wel eens vergeleken met de bijenwereld; worden de cellen in korf of kast vernield, aanstonds bouwen zij nieuwe, ook al liggen er honderden dode bijen voor de kast. Dat is iets van de scheppingsorde, ook bij de mens.

Ik heb echter bij mijn rondgangdoor die gebieden, ook minder prettige ervaringen opgedaan. Er is een streven merkbaar, om de bevolking, die wel eens het zwarte kousen-volk wordt genoemd, te cultiveren. Er zijn direct na de ramp cantines geschonken, er zijn clubhuizen gebouwd voor de jeugd om daarin culturele avonden te houden, waarin de bevolking meer beschaving wordt bijgebx^acht.

RONDKIJK

Het begint zo mooi: knutselwerk voor de jongens, nuttige bezigheid voor de meisjes, wat is er eigenlijk op tegen? Maar er zit meer aan vast! Jeugdvormingsleiders worden aangesteld, z.g.n. „Wika's", die ook wel uit de bijbel vertellen, maar hoe! Ik heb er eens een horen zeggen, dat de Heere Jezus zondig vlees van de zondige mens had aangenomen; zo solt men dan met Hem, waarvan we uit de eerste berijming van de 12 artikelen des geloofs zingen: „Die uit een maagd, na heiig' ontvangenis, van 's Heeren Geest, voor ons geboren is!" Ware dat niet zo, er zou nooit geen mogelijkheid tot de zaligheid zijn. Ik zie dus een groot gevaar in dit culturele streven. Om maar niet te spreken van allerlei onschuldige films, van volksdansen om de folklore te bewaren en tientallen van dergelijke dingen meer. En het doet schrijver dezes leed, dat zeer vele ouderen, die uitwendig nog wel eens aan de waarheid vasthouden (ik schrijf nu interkerkelijk) daarin ook meedoen en de jongeren voorgaan. Me dunkt, wanneer op die z.g.n. culturele avonden gespi'oken zou worden dat de mens verdoemelijk ligt voor God en over de noodzakelijkheid der wedergeboorte, dat er niet zo veel aftrek zou zijn. Daar wil de mens van nature niet aan In de Rotterdamse Kerkbode, onder de titel „Voor hoofd en hart", las ik een stukje, dat mij uit het hart was gegrepen. Ik ben zo vrij het uit te knippen en het hier over te nemen. Hij stelt eerst vast, dat hij meent dat men er niet goed aan doet en terna te spreken en te schrijven over de ongezeggelijke, verwilderde jeugd. Het wordt in krant en weekblad zelfs vervelend. Het is ook historisch niet jusit. En hij vervolgt dan:

„Men kon zich beter afvragen of wij, ouderen, hier geen grote schuld hebben door ons verkeerd voorbeeld. Bovendien, waar verwondert men zich over? Wanneer het proces doorgaat dat practisch bijna dc helft van ons Nederlandse volk de kerk en godsdienst vaarwel zegt, en dat er een zo mal eriële geest over ons komt, dat alleen salaris, loon, mooi huisraad kleding, genotmiddelen er. zovoort ons „leven" uitmaken, dan groeit er een oppervlakkig levend geslacht op. Zelfs in de kerK geldt dat, want de geest van de wereld houdt niet voor de kerkdeur halt. Dat moeten de volwassenen vooral bedenken. Wat is nu de praktijk van onze godsdienst'.

Moet de mens niet worden wedergeboren om het Koninkrijk Gods te kunnen ingaan? Jongens en meisjes, zullen we ons voor deze ontzaglijke waarheid gaan schamen? Is de ziel niet meer, dan de kleding? Men kan nu voor de jeugd clubhuizen stichten en hen avond aan avond bezig houden, de bedoelingen zijn goed, maar in deze bittere wateren van Mara — en dat geldt voor ons aller ieven — zal het hout des Kruises geworpen moeten worden, zoals Mozes deed (Exod. 15), zal er ooit de levensweg tot behoudenis deizielen gevonden worden. Geen steunverhogingen, geen volkspensioen, geen vacantiekampen en recreatieoorden kunnen hier hulp brengen wanneer het volk niet geleid wordt tot wateren van de Jordaan, die stroomt door de landpalen van Israël. Daar vond een melaatste Naaman zijn genezing.

Elk volk heeft de regering die het verdient. Te onzent verkiezen wij die ook zelf. De tijd zal ons nu nader uitsluitsel geven. Hier spelen beginselen hun i'ol, hier is een stukje van de worsteling op leven en dood van het zaad der vrouw met het zaad der slang. De tijden roepen vol-ernstig van de komst des Hoeren, van het „laatste deidagen"; Misschien nog ver verwijderd, maar dan ook nog te meer ruimte latend voor de openbaringvan de mens der zonde. Ach, hoe aangrijpend zijn toch deze zaken.

Kolommen vol zouden geschreven kunnen worden, uit de diepe bron, van wat God dienaangaande heeft doen profeteren. O, welk een uitgebreide stof. En wat moest het volk dat God vreest om eigen kroost en om het zaad der Gemeente veel worstelen aan Gods troon om bekerende genade.'"

We zijn dit van harte met onze vriend Kersten eens. Dat we er toch erg in hebben!

Op het ogenblik dat wij dit schrijven gewerd ons de treurige tijding, dat Ds J. v. d. Berg te Utrecht op 62-jarige leeftijd het tijdelijke met het eeuwige heeft verwisseld. Wat gevreesd werd is gekomen en nog vrij spoedig. Eerst in het ziekenhuis, later thuis verpleegd werden zijn krachten merkbaar minder, en is hij nu, eigenlijk nog in de volle kracht van zijn leven, uit onze gemeenten en uit zijn gezin weggenomen.

Wij herdenken hem als een man, die veel voor onze jeugd en jongelingschap heeft gedaan; hij was medewerker van „Daniël", leidde vaak vergaderingen, was steeds bereid om mede te werken, ook op onze jaarvergaderingen, die meest te Utrecht worden gehouden.

Hij is niet meer. Kortgeleden Ds de Wit plotseling overleden, nu weer Ds v. d. Berg waardoor de kleine groep van predikanten in onze gemeenten, in weinige weken tijds met twee is verminderd. Vrijdag a.s. zal hij te Utrecht ter aarde worden besteld.

Mensen zijn moeilijke vertroosters. Wij bidden de weduwe en hare kinderen toe, dat zij troost mogen putten bij Hem, die alleen troosten kan. En de troost is toch wel het grootst, dat de Heere gezegd heeft: over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal Ik U zetten, ga in, in de vreugde uws Heeren. Verlost van een lichaam der zonde en des doods, mag hij nu de kroon der overwinning werpen, voor de voeten des Lams.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 mei 1954

Daniel | 8 Pagina's

U w rondkijker neust

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 mei 1954

Daniel | 8 Pagina's