RONDOM STAAT EN KERK
Wij hebben gezien dat op de drukpers slechts een toezicht-achteraf van de regering mogelijk is. Censuur op bladen en boeken is vrijwel niet doenbaar en daar leggen wij ons maar bij neer. Geheel gerust kan de christen daaroj> niet zijn. want hier geeft hij — en dat worde toch niet vergeten — een belangrijk wapen uit de hand, dat hem te stade zou komen in zijn strijd voor de eer van zijn Koning en de komst van Diens Koninkrijk. Bij deze en meer van zulke aangrijpend-belangrijke zaken valt telkens weer het licht, op de vervallen positie van de ware Gereformeerde kerk in Nederland. Haar stem wordt vrijwel in liet rumoer der geesten niet meer gehoord en de overheid vindt zij niet meer. als in vorige dagen, aan haar zijde. Daarover mocht wel smart gedragen worden. Onze tijd is zo buitengewoon ernstig en geestelijk vol gevaren. Wij hebben pas nog kunnen lezen, na de Statenverkiezing, dat Prof. Romme (R.K.), die eerst op papier ruzie maakte met de Partij van de Arbeid, zijn compagnon dus; na de verkiezing samengaan met hen weer aanprijst en met de prot. partijen afwijst. Want die laatsten maken bezwaar om de roomse kleur van Nederland nog een beetje „aan te zetten", een vaktechnische term van een schilder. Daar gaan we met de vroegere coalitie-genoten! Zij hebben ons niet meer noclig.
FJr zijn uitvoerige voorstellen van een commissie tot grondwetsherziening; daar zal D.V. nog op worden ingegaan, maar ik zeg u nu reeds, er staat nog een potje te vure! Ook begint het humanisme zich overal in het land te roeren en komt weer op. Het past wonderwel bij de „doorbraak", volgens welke een christen heel goed lid van de P.v.d.A. kan zijn en ook van een neutrale vakbeweging. Ook is de Openbare School best. Dit humanisme verbindt enige christelijke waarheden aan het oude Griekse heidendom. De Reformatie werkte en leefde uit de H. Schrift; zij echter stelde de mens, de „liomobonus", de mens zonder zondeval in het midden. Dat: gevaar heeft mede in de Gnostieken in de 2e eeuw de kerk bedreigd als in een dodelijke omklemming en zij bedreigt het Schriftuurlijk belijden na de tweede wereldoorlog weer. Hier schuilen grote gevaren, die veel meer onderkend moesten worden en waartegen dan onze ongecensureerde pen terdege moest opkomen. Hier sluipen de verleidingen op muiltjes binnen. En uil een zo gedeelde kerk als in ons land gaat maar zwak verweer op.
Laten wij nu nog eens bij iels anders stilstaan: bij art. 9 der Grondwet, dal aldus luidt: „Het reclit der ingezetenen tot vereniging en vergadering wordt erkend. De wet regelt en beperkt de uitoefening van dat reclit in liet belang der openbare orde." Hier zullen wij kort in zijn, ofschoon liet slof tot lange artikelen geeft,
Een vereniging is een samenwerking van personen voor langere tijd. Een vereniging dient statuten (koninklijk goedgekeurd) te hebben, anders zijn haar leden hoofdelijk voor de verplichtingen aansprakelijk. Door zulke statuten wordt zij rechtspersoon; kan zij dadingen doen en schenkingen accepteren. Men richt zulk een vereniging op voor minder dan 30 jaar. De goedkeuring wordt alleen geweigerd als er strijd is met het algemeen belang. Denk b.v. aan een vereniging die het Staatsgezag zou willen afschaffen, enzovoorts. Tocli worden nog al eens statuten goedgekeurd van verenigingen die een voor de christen verderfelijk doel najagen, b.v. een die liet Nieuw-Malthusiaans stelsel propageert, dat tegen de H. Schrift strijdt. Dat komt er van als men een regering voorstaat die „laat groeien wat groeit." Dan groeit het kwaad mede.
In 1798 (revolutietijd) gold. dat de verenigingen moesten dienen ter aanwakkering der vaderlandsliefde —-en meer van dat moois. Nu, daar hebben de ingezetenen geen lesjes voor nodig. Maar die geest werkte nog alng na. Men kón zich een eeuw geleden maar niet voorstellen dat men zo maar met wat mensen kerk ging houden en zicli van de Grote Kerk afscheidde. Dat moest je allemaal eerst vragen! En nu zijn we meteen bij dat recht van vergaderen; u iveet hoe men vervolgd werd als er meer dan 20 personen samen waren om Gods Woord le lezen of te horen.
Laat het u daarom eens voor goed gezegd zijn: De Kerk is geen vereniging! En dat luistert zó nauw, dat het heden ten dage b.v. in ondergetekende's werk nog voorkomt, dat daar beslist op gewezen moet worden en volgehouden, dat de kerk „van eigen rechte is." Men vindt daarvoor bij de Recht-
banken dan wel gehoor, maar de algehele politieke constellatie is toch m.i. zo broos, en de dreiging uit het Oosten zó gevaarlijk, dat we hier terdege op moeten staan. De kerk is des Heeren en heeft haar eigen Koning en Zijn wetten en ambten, en zij heeft daar voor op te komen, hoe gaarne zij ook alle overheid gehoorzaam is. Dus vraagt de kerk nooit aan de Regering: Vindt IJ mijn Dordtse Kerkorde goed, of: mag ik bestaan? Wel geven wij onze naam aan de Regering op, die er een lijst van bijhoudt.
Het verenigen en vergaderen is dus vrij. Voor openlucht samenkomsten moet men dit aan dc Burg. vragen wanneer ct debat" gegeven wordt. Huishoudelijke vergaderingen zijn geheel vrij; op openbare moet de politie toegelaten worden, die de vergadering mag sluiten wanneer er wanorde ontstaat.
Van verboden verenigingen mag men geen lid zijn. Zij worden verboden wanneer zij de algemene belangen, veiligheid van de Staat of de goede zeden bedreigen.
Dit alles is hier min of meer in hoofdtrekken vermeld. Men make er zelf eens studie van.
Zij nog vermeld — en dat is toch ook wetenswaardig — dal in het rechtsverkeer de kerk een „gesloten gemeenschap" is. De kerk is „van eigen rechte", zij houdt er geen statuten op na. In de kerk hebben de leden een ., gebonden mede-eigendom". dat recht echter gaat niet op liun erfgenamen over. De bijeengebrachte giften blijven in de gemeenschap. W ie er uit treedt kan nooit iets terugvorderen. Reeds hierom niet doordat dit persoonlijk eigendom niet kan bewezen worden. Bijvoorbeeld: bij faillissement van een lid is beslag en verhaal op goederen dezer gemeenschap niet mogelijk. U ziet hieruit hoe onvoorzichtig het is kerkelijke goederen te stellen op naam van een persoon; liet heeft al vele malen tot de grootste moeiten geleid.
Dit is nu wel , „de buitenkant, " zoals een oude juffrouw placht te zeggen, maar ook voor de „buitenkant" eist de Heere orde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 mei 1954
Daniel | 8 Pagina's