Letten op de tekenen dertijden.
Wij leven wel in een eeuw van ontwikkeling en geweldige vooruitgang op wetenschappelijk gebied. De techniek neemt, een vlucht die ongekend is en niet alleen op het gebied der mechanica staat men telkens weer verbaasd over het „Kunnen" van de mens, maar ook op zoveel ander terrein. Hoe heeft de splitsing van atomen de wereld niet in beroering gebracht? De „gewone" atoombom waarvan we eerst hoorden, telt al niet meer mee, we hebben waterstofbommen gekregen, H-bommen en nu heeft men weer de kobalt-bom. die zo'n geweldige uitwerking moet hebben, dat men met één er van een millioenenstad van alle leven kan ontdoen. We huiveren bij de gedachte, wanneer zich weer een oorlog zou ontketenen en deze per-moderne strijdmiddelen zouden worden gebruikt, wat er dan van de wereld terecht zou komen. De technici en chemici sidderen er zelf van. Ze willen voorlopig niet verder gaan — het is hun uit de hand gelopen.
Ik heb — lezende in Openbaringen, wanneer er staat (in het 9e hoofdstuk) dat „het derde deel der mensen zal worden gedood" — wel eens gedacht dat (onder de toelating Gods) het mensdom in staat zou zijn, het zelf te doen.
In staat om een werelddeel te vernietigen. Ontzettend. De groten der aarde komen keer op keer bijeen om deze gevaren te bespreken — ook wel om elkaar te polsen hoever het machtsmiddel bij hen is ontwikkeld — waarbij een zekere vrees merkbaar is, dat een allesvernietigende wereldkrijg zou kunnen losbreken. Dan moet het ons verwonderen, dat alles nog zo rustig leeft en werkt, terwijl het ontzettendste ieder ogenblik losbarsten. kan
RONDKIJK
Neen, w r e willen niet een angstpsychose verwekken, maar we hebben toch wel te letten op hetgeen om ons heen gebeurt. Letten op de tekenen der tijden, op cle grote keerpunten in de geschiedenis, speciaal die, die aan de wederkomst van. Christus voorafgaan. Hoe dichter we die eindtijd naderen, hoe scherper zich de lijnen aftekenen. Oorlogen, geruchten van oorlogen, aardbevingen in verscheidene plaatsen, de grote afval, verkoeling der liefde en zo veel andere tekenen meer.
Pasen is achter de rug, waarbij de troostvolle prediking is beluisterd, dat Christus de dood overwon, maar al heeft Hij Satan's slangenkop vermorzeld en a.1 is de oude draak gebonden, hij is nog niet gewcfrpen in de eeuwige poel des vuurs en woelt en wei'kt nog op deze aarde. Al weet hij, dat zijn tijd komt, hij verweert zich heftig en mobiliseert al zijn krachten. Nu hij de Zoon Gods niet heeft kunnen verhinderen Zijn gezegend werk te doen, koelt hij zijn woede op 's Heeren Kerk, die als een klein kuddeke verkeert temidden van het gehuil der wolven. Want het ganse rumoer der volkeren keert zich in feite tegen de Kerk, clie zijn tegenstandster is en door de prediking van het Evangelie hem terrein zoekt te ontnemen.
Gelukkig wordt die Kerk in de woestijn bewaard. Ze is daar een plaats aangewezen. Ik heb daar (uit Openb. 12 : 6) een van onze predikanten kort geleden een predikatie over horen doen, eiTistig, geheel gericht op de tekenen van onze tijd. Vertroostend voor Gods volk, dat de Heere, hoe hoog de nood ook mag gaan, Zijn Kerk in het oog heeft en hen veilig bewaart. We werden in die preek geconfronteerd met de tekenen der tijden, wat ik zeer noodzakelijk acht, vooral om onze jonge mensen daarbij te bepalen. Dan kan het aangevoeld worden, wat het betekenen zal, als de voortekenen van Christus' wederkomst zich meer en meer gaan realiseren en we niet geborgen zijn in die enige Rotssteen, door dewelke alléén ontkoming is. Dan zal onze armoede ons overvallen als een wandelaar en ons gebrek als een gewapend man.
Intussen verkeert de Kerk des Heeren in een woestijn. Het is hier het Kanaan der ruste niet. In een woestijn zijn dorheid en ontbering regel en gewoonte en behoren de oases tot de zeldzaamheden. Alle eeuwen door geldt de regel: in de wereld zult gij verdrukking hebben. Het „zijn in de woestijn" zal echter steeds nijpender worden, want alles wijst er op, dat voor het ware Christendom schier geen plaats meer in de wereld overblijft. Evenwel: de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.
Christus houdt Zijn Kerk in stand bij ai het woeden der hel, en door lijden en smart, misschien vervolging of wat er komen moge, leidt Hij haar tot de heerlijkheid. Dat we er eens recht jaloers op mochten worden. Op dat arme, vaak verachte volk, dat in de wereld niet meetelt. Maar die een schat hebben in de hemel, en wier namen geschreven zijn in het Boek des Lams.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 april 1954
Daniel | 8 Pagina's