RONDOM STAAT EN KERK
Hel is wenselijk dat wij nog wat bij cle Grondwet stilstaan, «laar deze onze rechten cn vrijheden in grote trekken omschrijft cn de verdere wetten daarmede niet in strijd mogen zijn. Art. 7 der Grondwet zegt:
„Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens tc openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet."
Door deze bepaling is dus verboden een preventief, — dat is voorafgaand toezicht of censuur van de Overheid. Hier is aan de onderdaan een grote verantwoordelijkheid gelaten, die hij met verstand heelt te hanteren. Het zou in de praktijk ook heel lastig zijn om vooraf te moeten gaan vragen of men zekere mening of gevoelen mag laten drukken en verspreiden, al is dat natuurlijk niet verboden. De strafwet regelt nader het strafdelict, wanneer dat ontstaat. De overheid houdt wel toezicht, controleert wel, maar altijd achteraf. Dit betekent niet dat ergens ambtenaren zitten die al wat gedrukt wordt lezen, maar wel, dat als door het gedrukte de Staat wordt bedreigd, het algemeen belang geschaad of opruiing, belediging en laster worden verspreid, de justitie een vervolging instelt. Want zij krijgt daar toch kennis van. Het is dus, voor zover het dc Staat betreft, niet een klachtdelict, dat hier ter sprake is; de vervolging behoeft niet op een klacht te wachten. Ook zonder klacht kan dc Justitie ingrijpen. Géén preventief toezicht dus, maar wel repressief toezicht; achteraf. Gestraft wordt dan de schrijver, is deze niet bekend dan de uitgever en zo ook deze onbekend is, dan de drukker.
Men kan indenken hoe grote invloed ten goede ol ten kwade van de drukker uitgaat. Het is een zegenrijke vinding als ze in goede banen gaat, maar ook verderfelijk wanneer zij heilloze gedachten verspreidt, Zegenrijk: men denke maat aan dc druk van Bijbels. A roeger moest men die overschrijven en waren zij maar iu handen van zeer weinigen; zelden bezat iemand een complete Bijbel. Denk verder aan de gedrukte predicatiën cn ook aan de grote invloed van de dagelijkse krant. Van een krant gaat grote invloed op de lezers uit. Onder ons beseft men dat nog niet altijd, vandaar de „neutrale" kranten in sommige gezinnen en ook bladen als Het Vrije Volk, die een zeer gekleurde voorstelling van zaken geven. Met liet lezen van dergelijke bladen belagen wij de christelijke levensovertuiging. Vooral voor de jonge mensen niet een nog niet gerijpt inzicht bestaan liier grote gevaren. Er is van het Paradijs af ecu grote strijd der geesten cn die wordt met het woord cn met de drukpers uitgestreden.
Van communistische zijde wordt hel gezag van de Overheid doorlopend ondermijnd; er mocht wel eens meer op worden toegezien. Dieper kunnen we hier op deze zaak niet ingaan; de lezer moet zeil maar eens om zich heen zien.
Het verdedigen van een mening kan voor het v olk gevaar inhouden, de staatseenheid kan er door worden bedreigd. Vandaar dat in tijd van oorlogsgevaar niel op berechting van de overtreder gewacht kan worden. Daarom kent artikel 195 der Grondwet de afkondiging van de staat van oorlog of de staat van beleg en dan gaan meestal de rechten van hel burgerlijk gezag en van de politie op het militair gezag over. \\ ie dan de staal in zijn krant afvalt, krijgt onmiddellijk een algeheel verbod van drukken en uitgeven op zijn dak.
Naast kranten hebben wij dan nog de weekbladen, al dan niet geïllustreerd. Ons Grondwetsartikel en het Wetboek van Strafrecht zijn mede van belang voor cle onbehoorlijke tijdschriften, voor de pornografische lectuur, in die tijdschriften worden artikelen geschreven en plaatjes afgedrukt, die lichaam-cn zielverdervend zijn voor de mensen; zij speculere n op de hartstochten op sexueel gebied en vormen een groot gevaar, vooral voor de jonge mensen. Artikelen en plaatjes daaruit zijn voor de eerbaarheid aanstotelijk. In Amsterdam zetelt een afdeling van de Rijkspolitie, die in deze materie baar arbeidsveld vindt. Tol voor circa 20 jaar kon men dit vuil in alle kiosken en aan het strand kopen. Sedertdien is er opruiming gehouden, doch nu wordt zulke verderfelijke lectuur uil hel buitenland ingevoerd. Het is een pestilentie die in de donkerheid wandelt (I's. 90); ze is rechtstreeks uit de hel afkomstig. Al wat goed en schoon in de schepping van ons menselijk lichaam is wordt er in neergehaald tot beneden het peil van de dieren; deze maken soms de mens nog beschaamd door de regelmaat van hun gedrag. Ja, wat is de val van de mens diep geweest! Men kan niet alles op papier zeilen, maar geloof maar, jonge lezers, dat er wat omgaat in het verborgene. Wanneer niet enig toezicht van de Overheid uitging, dan werden we Sodom en Gornorra gelijk. Men spreekt ook nu de zonden vrij uit. Vraag dat b.v. maar aan onze jongens wanneer zij in de kazerne niet zoveel mensen van geheel andere levensbeschouwing in aanraking komen. Daarom is het goed dat aan enze soldaten in de kazerne in dit opzicht ook zorg wordt be-
steed, mede door de legerpredikanten. Denk ook aan de zeelieden. Aan de gruwelen van de grote havensteden. Het is dus van belang dat wij op de Regering mogen rekenen om de zwijnerij in hel openbaar leven te beteugelen en te straffen. En onze kranten hebben de taak van voorlichting van de lezers en moeten telkens maar weer de vinger op de wonde pieken leggen. Hier raken wij de volksgezondheid ook aan en ook daar ligt een taak voor onze Rijks-en Gemeentelijke overheid. Waaraan gelukkig ook aandacht wordt geschonken. Politie en Justitie moeten hier onafgebroken waakzaam zijn opdat het volk niet een poel van zedelijke en lichamelijke verpesting verzinkt. Al wat God schiep is goed en schoon. Verloving en huwelijk verrijken ons leven zeer; laten wij biddend trachten onszelf en elkander niet van deze in de schepping gelegde rijkdom te beroven. Zo spoedig is de kroon van kuisheid elkander van t hoofd genomen.
Terugkerend tot de drukpersvrijheid, is er dus geen voorafgaande censuur. Ook geen boekencensuur. Zelfs de kerk heeft haar boekencensuur uit vroeger eeuw moeten opgeven. Ge ziet nog in de oude preken dat de classes of de professoren van de Universiteit het boek goedkeurden. Naarmate de drukpersen meer gingen afleveren, en de kerk in delen uiteenviel, was censuur niet meer mogelijk. Zij verdroeg zich ook niet langer met de vrijheid der kerkleden. De Roomse kerk kent nog wel censuur, en houdt een index van verboden boeken aan. Het is in de laatste jaren echter gebleken dat de rooms-katholieke mensen zich aan die index weinig storen en toch lezen wat zij willen. Alleen boeken van geestelijke strekking door de geestelijke geschreven hebben de toestemming van het kerkelijk gezag nodig om te mogen uitkomen.
Ook in deze zaak, van de drukpersvrijheid, is het dus weer van groot belang hoe de regering zich houdt. En waar wij op de samenstelling der regering invloed mogen uitoefenen, hebben wij dus goed uit te zien wie wij zullen verkiezen. Met Grondwet en Strafwet zijn we er nog niet. Denk maar aan de subsidies aan openbare leeszalen en bibliotheken. Daar liggen veel boeken van ongunstige strekking, boeken ook waarin Gods Vaam misbruikt wordt. Daarop behoort te worden toegezien. Wij moeten ons dat aantrekken, "t gaal om 's Heeren eer en om het welzijn des volks. Laat hier de politek een rol in spelen, welnu, met u of zonder u is die politiek er toch. Laat het zijn: met U en dor U beïnvloed. Zo werd in Daniël terecht geklaagd door de Rondschouwer over een boekje, dat Adam en Eva en het Paradijs in een bespottelijk daglicht stelde. Daar had o.i. de Justitie wel degelijk werk van moeien maken.
Zo wij in de aanhef van dit artikel zagen is de drukpersvrijheid zó geregeld: vrij om te drukken, maar daarna eventueel de bestraffing. In de praktijk is dat wel eens anders gelopen! Zeker accountant in Rotterdam had in de twintiger jaren nog al wat af te dingen op de gang van zaken van een grote maatschappij, die hij gediend had. Toen hij er „uit" lag ging hij brochures schrijven; herinner V. _ _ J ik mij wel, dan was er nog zo iets in "t geding als de handel in Portugees bankpapier en daar wisten weer grote mannen in handel en verkeer meer van. Nu, het schijnt een staatsbelang betroffen te hebben, mischien wel om de vreemde mogendheid niet onaangenaam te zijn, hoe dan ook.
In elk geval, de accountant kreeg straf. Hij bleef recalcitrant, koppig. En uitte zijn voornemen om nog meer brochures te schrijven. Naar de hier ontwikkelde beginselen van drukpersvrijheid had men dat moeten afwachten, om hem dan, zo nodig, opnieuw te straffen. De Justitie deed echter anders, *t was misschien ook wel het beste. Men zette hem de pin op de neus: niets meer schrijven, anders halen we je zó van huis en sluiten je op. Nu. daar had hij niet van terug, dus hij legde de pen maar neer.
Dat doe ik nu ook. Ik zal toch met wat ik hier schreef zélf niet ? Maar ik kan toch moeilijk mijn copie eerst naar de Noordsingel brengen om te vragen of 't zo goed is. Er is immers geen preventieve censuur?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 april 1954
Daniel | 8 Pagina's