Gods souvereiniteit
Wanneer wij zeggen, dat het volk des Heeren in bijzondere zin voorwerp van Gods besluit is, dan moeten we toch wat dieper op de zaak ingaan. Zij toch zijn niet slechts voorwerp van Gods bijzondere zorg in betrekking tot dit aardse leven, maar veel meer: ze zijn voorwerp van Gods eeuwig welbe hagen ten opzichte van hun toekomstige staat in de eeuwigheid.
Nog duidelijker gezegd: de besluiten Gods omvatten ook de staat der mensen, inzake hun eeuwig wel of wee. Neen. het is niet zo, gelijk men het wel gaarne voorstelt, alsof de Heere God alleen maar een besluit genomen zou hebben, dat bepaalde, dat er een zeker aantal mensen zou zalig worden; of dat de Heere besloten zou hebben, dat er een mogelijkheid geopend werd om zalig te worden, en om het dan voorts aan des mensen eigen believen over te laten, of hij van die ontsloten mogelijkheid al of niet gebruik wenst te maken. Neen, wie zó spreekt, zet de zaak van 's mensen zaligheid op losse schroeven, en maakt de souvereine God afhankelijk van de willekeur des mensen.
Met onze Vaderen belijden wij — en de Schrift geeft hiervoor genoegzame zekerheid — dat er is een nauwkeurige bepaling in Gods besluit, die gaat over het lot van elk mensenkind in het bijzonder. We noemen dit besluit: de eeuwige verkiezing en verwerping.
Het is ons voornemen bij deze waarheid in enige volgende artikelen uitvoerig stil te staan, en onder inroeping van de kracht en het licht des Geestes, deze veel bestreden, maar toch onomstotelijke waarheid in deze rubriek nader onder de ogen te zien.
Maar hier kan alvast gezegd worden, dat het Godeonwaardig wezen zou, om te beweren, dat een God, die alle dingen in Zijn hand heeft; die door niets verrast, overrompeld, of van Zijn voornemen kan afgebracht worden, dit belangrijke deel van cle wereldgeschiedenis buiten Zijn besluit zou gehouden hebben.
Wie Gods Souvereiniteit belijdt, op alle terrein der wereld, moet wel in de eerste plaats God erkennen als cle Enige, die zeggenschap heeft over het lot en leven van Zijn schepselen, en inzonderheid van de mensen. De Heere heeft alles geschapen om Zijns zelfs wil, ook de goddelozen tot de dag des kwaads. Alles moet Hem eren; en die eer, het heerlijke doel van Zijn schepping, moet en zal God bereiken, dwars door de zonde en vijandschap van de hel en van de zondige wereld heen. Zijn Raad zal bestaan en Hij zal al Zijn welbehagen doen. In de bereiking van dat grootse doel neemt de bestemming van de mens een zeer gewichtige plaats in.
Reeds hier op aarde blijkt, dat de Heere Zijn kinderen vaak roept om van Zijn dienst en majesteit te getuigen: om als martelaars voor de zaak des Heeren het leven veil te hebben; om als evangelieboden te dienen en anderen met de rechten van Zijn mond bekend te maken.
En als nu reeds op aarde zulk een grote plaats is ingeruimd aan de dienst van mensen, die werktuig in Gods hand zijn ter bereiking van Gods doeleinden, hoe zou het dan anders kunnen, of voor de grote eeuwigheid is het ook van overwegende betekenis, welke plaats men zal innemen in het groot geheel der herboren schepping.
Zijn recht zal uitgeroepen worden door Satan en alle verlorenen; Zijn grenzeloze erbarming zal bezongen worden door alle geredden, die de Heere zullen groot maken, omdat Hij naar hen heeft willen omzien, daar zij toch zich van nature om hun Maker en Formeerder niet bekommerden.
Ja, dit zal juist de heerlijkheid des hemels uitmaken, dat alle gezaligden, zonder onderscheid, de lof en dank Gods zullen toebrengen, omdat het enkel en alleen vrije genade is, waaraan zij hun behoudenis te danken hebben.
Denk u een ogenblik in, dat de zaligheid afhing van cle toestemming" en inwilliging van de mens, dan zou er in de hemel geen volkomen dank aan de Heere kunnen worden toegebracht, want de mens zou dan een groot gedeelte van die dank aan zichzelf kunnen behouden. Maar zo staat het — gelukkig"! •— niet. De Heere is het begin en het einde, de Eerste en de Laatste, de Alpha en de Omega van des mensen zaligheid.
En Hij alleen zal er dan ook alle dank en alle aanbidding voor ontvangen, omdat Hij bet alleen waardig is. Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 april 1954
Daniel | 8 Pagina's