JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

RONDOM STAAT EN KERK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

RONDOM STAAT EN KERK

6 minuten leestijd

Onze Grondwet behelst dus bepalingen, die door de andere wetten niet mogen ivorden te niet gedaan. Er komen in de Grondwet evenwel onderscheidingen voor, die zich wel aan onze moderne begrippen aanpassen maar toch principieel niet mooi zijn.

..De uitvoerende macht berust bij de Koning". Maakt dat de Koning niet te veel de uitvoerder van de wil des volks, die in de wellen werd neergelegd? Hij regeert bij de gratie Gods. hij is souverein. maar zo wij reeds zagen, wordt van die souvereiniteit telkens wat afgeknabbeld.

Art. 112 zegt: de wetgevende macht wordt gezamenlijk door de Koning en de Staten-Generaal uitgeoefend.

Hier raken wij de leer van de ..Trias Politica de drie verdelingen voor de staatsmacht, n.1. weigeving, rechtspraak en bestuur en dan deze drie elk in handen van andere personen.

Hier gaan we maar niet dieper op in. Het schoonste. is als ons staatsbestuur zich richt naar de ordinantiën des Heeren. want de overheid is Gods dienaresse, ten bate van het volk en zij eist gehoorzaamheid om des Heeren wil. Lees eens opmerkzaam Romeinen 1.H. De overheid moet haar machtssfeer niet overschrijden doch zich haar macht ook niet laten ontfutselen, door de invloeden van de franse revolutie, waarop ons democratisch bestel tegenwoordig steunt.

Veel rechten en verplichtingen zijn in de Grondwet opgenomen om in de gewone wetten nader le worden u itgewerkt.

Naast wetten, kennen wij echter ook Koninklijke Besluiten en Algemene Maatregelen van Bestuur. Men kan vaak geen wet maken die alles precies regelt, omdat er allerlei onvoorziene dingen kunnen voorkomen en ook omdat men. bij voorbeeld, de indeling van een of ander formulier of ivat dan ook, ivel eens naar de praktijk die ontstaat, zal moeten regelen. In de wet leest ge dan ook telkens, dat een en ander bij Kon. Besluit nader ivordt geregeld of wel dal hij Alg. Maatr. v. Bestuur nadere voorschriften zullen ivorden gegeven. Daar is niets o]) tegen, wanneer dat maar niet wordt een uitbreiding van de wet met belangrijke bepalingen. W ant u weet, dat over de wet de Kamers zijn gehoord, maar beide bestuursuitingen bovengenoemd passeren de volksvertegenwoordiging niet en dan zou een Minister maar bij besluit gaan regelen wat misschien de Kamers niet hebben bedoeld.

Daarom is bepaald dat de Alg. M. van Bestuur (die altijd iels blijvends regelen) naar de Raad van Slate gaan voor advies. De ivet bepaalt de M. van Bestuur: de Koning kan ze ook zelf uitvaardigen, doch dan mogen zij geen strafbepalingen inhouden.

Dan is er nog iets, en dat is weer praktijk: de Ministeries zijn dagelijks bezig met het bestuur van land, provincie en gemeente. Met die laatste twee natuurlijk in samenwerking, want Provincie en (remeenle hebben haar eigen bestuur. Nu zenden die Ministers, omringd van hun adviserende ambtenaren vaak circulaires uit aan alle provincies of aan alle gemeenten. En daarin lopen zij wel eens erg vooruit op wellen, die zij in hun hoofd hebben, maar die nog niet bestaan. Dan is er zachte drang tol dit, en morgen tot iets anders en wie dan niet direct voelt voor wat er voorgesteld wordt, die houdt men voor halsstarrig of reactionnair.

Voor zulk een , .circulaire-regering" moeten wij oppassen. De moeilijkheid is, dat de politieke stroming in I)en Haag ook bekend is aan de vriendjes in stad en dorp en wanneer dan een wethouder niet gauw genoeg medewerkt, komen de raadsleden hem spoedig aan z'n hoofd zeuren, want: zij hebben die circulaire ook gelezen in een of ander partijblad en dan kunnen zij niet wachten, geen dag en geen nacht. Kijk, dat is nou geen werk. W anneer ik wethouder ben. moet ik zelf weten wal ik voor mijn gemeente moet doen en kan doen. en moei niet alleman in naam der , .gemeenschap" om mij heen komen slaan om mij op te jagen. Een circulaire uit Den Haag kan waardevol zijn, maar ook wel eens zo, dat ik ze maar terzijde leg. Als ge nu bedenkt hoe zeer de staatstaak in circa 30 jaren is uitgebreid, dan voelt ge wel dat men met dit circulairewerk geregeld te maken heeft. (Ik ben nooit weihouder geweest; ik durf er niet aan dénken). Het gaat bij deze dingen weer om de aard van de mannetjes, die besturen. Zijn zij slap, dan liggen ze zó onder de tafel.

Nu nog maar een korte opmerking, want de stof is geweldig uitgebreid. De rechten van de burgers zijn gewaarborgd, evenzo hun verplichtingen. Onder hun recht is zeer voornaam: de vrijheid. Maar dat recht op vrijheid is niet absoluut. Als er botsing is tussen onze persoonlijke vrijheid en het algemeen belang moet dat laatste voorgaan. Dat kan niet precies omschreven worden en hangt van allerlei factoren af. Zijn er algemene gevaren dan worden onze persoonlijke vrijheden ingekort. Elke rechtschapen onderdaan onderwerpt zich daar aan. Nu twee voorbeelden, om de eigenaardigheid van zulk een vrijheidsbeperking aan le duiden.

Een ieder is vrij te iconen naar hij wil. Dat is een grondwettelijk recht. Kan een gemeentebestuur nu zeggen tegen een bejaarde ondersteunde: V moet in het oudeliedenhuis? De ondersteunde kan dal wel degelijk weigeren, zonder dat men hem dan van onderstand mag uitsluiten. Tweede geval: het recht om tegen de wil van de bewoner zijn huis te betreden, is nauwkeurig geregeld. Zelfs voor iemands arrestatie door de politie, is dal uitgeknobbeld. Maar dan vraag ik: is de wet op de Woonruimte niet in strijd met de Grondwet, wanneer een gemeentebestuur iemand oplegt een gezin bij zich te doen wonen (inwoning op le leggen) tégen de teil van de bewoner?

Het luistert dus nauw; 't gaal nu eens niet om de knikkers, maar om 't recht van 't spelletje. Doch direct zij hierbij gezegd, wij moeten steeds zoveel mogelijk is de overheid helpen en haar gehoorzamen, dat geeft een goede consciëntie en de Heere eist dit ook van ons.

Romeinen 13 vers 4 spreekt van de overheid als Gods dienaresse, „u ten goede." Op een van zijn verkiezingstochten voor de oorlog heeft wijlen minister Colijn zich gekeerd tegen die arbeiders, die dat , .u ten goede" zo verstonden, dat de overheid maar eens flink met de „poen" over de brug moest komen, ze trilden wel eens een paar centen zien. Toen bleek dal men de uitlegging der II. Schrift

A. J. IC.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 april 1954

Daniel | 8 Pagina's

RONDOM STAAT EN KERK

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 april 1954

Daniel | 8 Pagina's