JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Kerkgeschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerkgeschiedenis

5 minuten leestijd

Menno Simons (1496—1559.) Het was deze man, die na de val van Münster trachtte de vreedzamen, de gematigden te verzamelen. Wars van de revolutionaire woelingen en geestdrijverij, vormde hij hier en daar gemeenten. Zij noemden zich „weerloze slachtschaapkens Christi" en ondergingen geduldig de hevige vervolgingen, die ook tegen hen woedden.

Menno Simons, geb. te Witmarsum, was rooms priester en werd achtereenvolgens pastoor te Pingjum en te Witmarsum.

Hij was door Bijbelstudie gaan twijfelen aan het misoffer en andere roomse geloofswaarheden. Met Luthers en Zwingli's leerstellingen was hij het echter ook niet in alles eens.

Zo kwam hij tot eigen inzichten en werd door de heldenmoed van een anabaptisch martelaar naar deze sekte getrokken. Echter verwierp hij, zoals wij boven schreven, het revolutionaire, maakte zich na veel strijd van zijn kerk los en liet zich in 1536 door de anabaptist Obbe Philips (zie vorig artikel) dopen.

Veel heeft hij gereisd; in Noord-Holland, Friesland, Groningen en N.W.-Duitsland gepredikt en gemeenten gesticht Zijn leerstellingen kwamen neer op het volgende.

Hij verwierp de kinderdoop, de eed, de staats-en krijgsdienst en voerde als derde sacrament de voetwassing in. Ook hij beschouwde de kerk als een vergadering van louter heiligen. De tucht was zeer streng. (Bergrede-christendom). Zijn leer komt voor in het fundamentboek van 1539. Ook treffen wij de „doperse mijding" aan.

Aardig is toch het verhaal, hoe in 1672 tijdens de belegering van Groningen door „Bommen Berend", de bisschop van Munster, de Mennonieten, die immers geen zwaard mochten voeren, ijverig de branden hielpen blussen door de gloeiende kogels der Munstersen gesticht. Hoewel Simons geen geleerde was, kon hij later door zijn veelvuldig Bijbelonderzoek flink polemiseren.

Zo met a Lasco ever de vleeswording des Woords. Zijn volgelingen, Mennonieten of Mennisten genoemd, hebben zich in de loop der tijden sterk verbreid. Tot zelfs in de Oekraine en Z.-Rusland trof men hen aan, maar daar zijn zij verdreven door de bolsjewisten. Ook in N.-Amerika treft men hen aan.

In Nederland heten zij Doopsgezinden. Zij hebben echter heel wat invloeden ondergaan, én wat hun leer én wat de levenspraktijk betreft.

Omdat zij sterk vasthouden aan de onafhankelijkheid

der afzonderlijke gemeenten en niets moeten hebben van clericalisme, is het onderling verband los en de kleur verschillend.

Zo kan het gebeuren, dat men een zuiver gereformeerd-doopsgezinde gemeente aantreft, met uitzondering dan, dat zij vasthouden aan de volwassendoop.

2. Mysticisme en Spiritualisme.

Naast het Anabaptisme beweegt zich nog een andere stroming, die mystisch-spiritualistisch getint is.

Niet alsof ook in het Anabaptisme zulke trekken niet aanwezig zijn, maar in de stroming, die wij bedoelen, treedt dat alles meer op de voorgrond.

Mysticisme wijst er op, dat de enkeling op de voorgrond staat, die zich losmaakt van zijn omgeving en in het schouwende leven zich richt op God. Dit kan leiden tot pantheïsme, althans pantheïstische trekken.

Hier wordt zodoende een individualisme gevormd, d.w.z. een op zichzelf staan, waarbij geen of weiniggroepsvorming plaats heeft.

groepsvorming plaats heeft. Het schouwend element moet tegelijk ook leiden tot spiritualisme (spiritus = geest) d.w.z. het God zoeken buiten Zijn Woord, in zichzelf door z.g. inwendig licht en dit licht beschouwen als bron der Waarheid.

Men begrijpt gemakkelijk, hoe gevaarlijk deze kwade geest is.

Wij willen op twee vertegenwoordigers wijzen.

Sebastiaan Franck, (geb. 1499). Hij was een Zuid-Duitser. Aanvankelijk priester in het bisdom Augsburg, werd hij luthers predikant in Neurenberg, maar legde in 1528 zijn ambt neer. De reden was, dat hij het niet met Luther kon vinden wegens diens „letterdienst". Hij leefde nu als schrijver van godsdienstige w r erken, nu hier dan daar, is zelfs nog boekdrukker geweest en ten slotte in Bazel terecht gekomen.

Hij moest niets hebben van het pausdom, maar ook niets van Luther en Zwingli, noch van kerk en eredienst.

Hij leefde op zichzelf. De Dopers waren hem te wettisch. Niet het Woord in letters bestaande, maar de in het hard werkende Geest is het Woord van God.

Door bespiegeling gaf hij aan de gereformeerde leerstellingen een heel andere betekenis. Zijn zedeleer was mystisch.

Men ziet hier al weer, hoe gevaarlijk het is, het objectieve Woord los te laten.

Kaspar von Schwenkfeld (geb. 1498.) Ook hij was een Zuid-Duitser en aanvankelijk een aanhanger van Luther. Maar in de Avondmaalsstrijd met Zwingli keerde hij zich van Luther af. Hij moest niets van dat , , lettergeloof" van Luther hebben.

Hij sloeg over het tot het vergeestelijken van kerk en sacramenten, hechtte grote waarde aan de werkingvan de Geest in de gelovige; deze was belangrijker dan die van de H. Schrift of het uitwendig-Woord.

Tegen zijn bedoeling kwam het tot groepsvorming. Allereerst in Zwaben, daarna ook in Silezië. Zijn aanhangers noemde men Schwenckfeldianen. Zij onderscheiden zich door broederliefde en piëtistische gezinning. Twee eeuwen later zouden de Hernhutters contact met hen zoeken.

Hevig zijn zij vervolgd, én door de Luthersen én door de Jesuieten. Ten slotte werden zij verdreven (18e eeuw) en weken uit naar Pennsylvanië, waar de groep nog bestaat en bekend is door haar grote offervaardigheid.

3. Antitrinitariërs.

Zoals het woord aanduidt keerde deze richting zich tegen het leerstuk der Drieëenheid; een dogma, dat door de ganse kerk beleden wordt.

In de tijd der Reformatie kwamen zij opzetten. Wij moeten uit de personen een keuze doen.

Hans Denk. Deze was rector van de St. Sebaldus school te Neurenberg. Al spoedig bleken zijn afwijkende gevoelens en werd hij afgezet (1524).

Naar Augsburg getrokken werd hij ook daar verdreven. Zo kwam hij in Straatsburg terecht, waar hij met

Bucer polemiseerde, die hem , , de paus der anabaptisten" noemde. Zijn-leerstelling kwam hierop neer, dat Jezus Christus maar een voorbeeld ter navolging-was geweest, die de goddelijke liefde had verkondigd.

Maar de Godheid van de Heere Jezus wilde hij niet erkennen, zodat men. volgens hem, niet van de Drieëenheid kon spreken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 april 1954

Daniel | 8 Pagina's

Kerkgeschiedenis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 april 1954

Daniel | 8 Pagina's