„Ter waarschuwing"
PREEKSTOEL-DIALECT OF KANSELSTIJL?
Onder de moderne predikanten van onze tijd heerst een streven naar populariteit. Een Gereformeerd predikant schreef onlangs: „Om dominee te zijn, moet men blijk geven, juist géén dominee te zijn."
Dat streven naar populariteit komt allereerst tot uitdrukking in de kleding. De dominee kleedt zich over het algemeen niet meer in stemmig" zwart, maar zoals de gewone burger, en, zo mogelijk nóg gewoner! Dit alles met het éne doel voor ogen: men moet hem in geen geval als dominee herkennen. De kerkmensen (en vooral de jeugd) willen een dominee zien, die tenminste „gewoon doet."
Populaire predikanten, ook ten opzichte van de taal, die ze spreken en de stijlvorm, waarin ze hun preek gieten.
De doorsnee-legerpredikant spreekt, om z'n jongens enigszins te benaderen, bij voorkeur in soldatentaal.
Die dominees-populariteit strekt zich echter veel verder uit dan tot het leger.
Een van de voornaamste eisen, die men aan de preek stelt, is, dat ze actueel moet zijn., dat wil zeggen dat de belastingen en de bewapening erin voorkomen met aan het slot bijvoorbeeld iets uit de sportwereld.
„Oer-conservatief" is de predikant, die in zijn pi'eek geen plaats gunt aan de sociale en économische vraagstukken van zijn tijd!
De periode van een Schriftuurlijke tekstverklaring" en een thema met drie punten is allang voorbij. De titel van de preek moet een soort slagzin of een pakkende reclame zijn. Het zou niet moeilijk, maar minder gepast zijn om dit met voorbeelden uit de praktijk toe te lichten.
Het spreekt vanzelf, dat deze manier van preken „ons niet ligt" en een ernstig woord van waarschuwing hier past. Wij geven nog altijd de voorkeur aan een waardige vorm van prediking, de zoveel gesmade „kanselstijl."
Wie één of meer werken van Rudolf van Reest heeft gelezen, zal weten, hoe wij over het algemeen worden beoordeeld. Deze schrijver (en hij is niet de enige) maakt de fout, uitzonderingen voor regel te houden en het meest droevige feit is, dat zijn tendenz-romans gebruikt worden als wetenschappelijk materiaal'.
De terminologie van de Gereformeerde Gemeenten en de kerkgenootschappen, die ons het dichtst benaderen wordt dan gekwalificeerd als „preekstoel-dialect" of „tale Kanaans". Ook hiervan zouden voorbeelden genoemd kunnen worden, doch wij achten dat minder nodig.
Welke taal dient een predikant te bezigen? Inderdaad bestaan er geen redenen om in de 20ste eeuw de taal van de 17de te spreken. Die taal is niet beter omdat onze Statenbijbel erin vertaald is, of omdat onze vaderen ze gebruikt hebben in hun theologische werken, want indien ze nu leefden, zouden ze onze taal spreken en schrijven. Een levende taal wisselt gedurig, beter gezegd, in elk nieuw tijdvak wordt anders gesproken dan in het vorige omdat men over andere dingen spreekt en dat anders doet dan het voorgeslacht.
Kanselstijl behoeft geen preekstoel-dialect te zijn, waarin men elkander niet verstaat, maar een eenvoudige en tóch waardige woordenkeuze omdat het Woord van God eenvoudig en tegelijk verheven is. Anderzijds is de kansel niet de plaats voor een taal die alleen wordt verstaan in kroegen en op sportvelden, een taal die bovendien nog geen enkel bestaansrecht bezit en het misschien ook nooit zal krijgen. Volkstaal is immers geen straattaal!
Natuurlijk bedoelt dit artikel allerminst volledig te zijn — voor een diepgaande studie over de kanselstijl is dit niet de plaats —, evenmin is het bedoeld als critiek, maar aan de dingen die het kerkelijk leven in Nederland tegenwoordig beheersen, mogen we niet stilzwijgend voorbijgaan. Het bedoelt slechts een ernstige waarschuwing tegen alle uitwas, zeker die van een tè geforceerde populariteit.
De Apostel heeft gezegd:
„Laat Uw rede altijd in aangenaamheid zijn, met zout besprengd, opdat gij weet, hoe gij een iegelijk moet antwoorden, "
Dat woord geldt ook voor de 20ste eeuw!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 maart 1954
Daniel | 8 Pagina's