Vaderlandse Geschiedenis
De 2e Toclit om de Kaap. Het jaar daarop (1598) zonden dezelfde kooplui met enkele anderen (de „Oude Compagnie") 8 of 9 schepen uit onder Van Neck. Drie van deze schepen bereikten in de voor die tijd recordtijd van 7 maanden de rede van Bantam. De andere schepen waren geruime tijd op het eiland Mauritius achtergebleven.
De handel met de Bantammers verliep buitengewoon gunstig, dank zij het feit, dat de Portugezen met de inlanders overhoop lagen.
De winst was zeer groot. Van Neck was na 14 maanden weer terug in Amsterdam en bracht maar even mee:600.000 pond peper, 20.000 pond muskaatnoten, verder foelie, enz.
De besomming maakte, dat de gemaakte onkosten werden gedekt en de aandeelhouders met 100% winst gingen strijken. Op Banda, Ambon en Ternate waren door de onderbevelhebbers van Warwijck en van Heemskerk kantoren gesticht. Dat was nog eens handeldrijven!
Maatschappijen van Verre. Ieder wilde nu naar Indië en het aantal maatschappijen werd legio. Zeker schrijver meldt, dat in 1601 al 14 vloten met 65 schepen afgevaren waren, waarvan er 11 verloren gingen. Men zocht het niet alleen om cle Kaap, maar ook door Straat Magelhaens, dus in zuidwestelijke richting, via de Grote Oceaan!
In 1598 gingen 2 vloten in die richting: de ene bestaande uit 5 schepen onder bevel van Mahu en De Cordes. Van deze werden er 3 ingerekend door de Portugezen, één bereikte Indië en nog een kwam helemaal in Japan terecht. De andere vloot, onder bevel van Olivier van Noort had al een even avontuurlijke reis. Met 4 schepen vertrokken, vei'speelde hij er 2 en bereikte met de 2 overige Manila, de hoofdstad der Philippijnen, een spaanse bezitting. Hier raakte hij in gevecht en verloor nog een schip. Met het overgebleven vaartuig wilde hij huistoe.
De reis had 3 jaar geduurd. Maar Van Noort kon zich beroemen, dat hij de eerste Nederlander was, die een reis om de wereld maakte.
Het is te begrijpen, dat de concurrentie tussen al die maatschappijtjes enorm werd, waarvan de inlanders natuurlijk profiteerden. De inkoopsprijzen gingen 4 tot 8 maal omhoog", terwijl de verkoop in het Vaderland hard naar beneden ging.
Iemand zei in die dagen: „Men zeilde elkaar de schoenen van de voeten en het geld uit de buidel." De Staten en Oldenbarnevelt begrepen, dat het zo hopeloos fout ging.
Bovendien was er nog een dreiging bij gekomen; de Engelsen hadden in 1600 een Oostindische Compagnie opgericht. Hoe eerder er ook hier maatregelen werden getroffen, des te beter was het.
Terwijl dit alles plaats had, had Koning Philips III van Spanje de tijdelijke maatregelen van zijn vader, tegen onze handel op de spaanse en portugese havens, in 1598 tot vaste maatregelen verheven: onze schepen verbeurd verklaard en de bemanningen doen inkerkeren. Er heerste een waie terreur ginds tegen onze mensen; zelfs de pijnbank kwam er bij te pas, om hen te dwingen nederlandse goederen en pakhuizen in de portugese havens aan te wijzen.
Wel luwde de wind een ogenblik, maar in 1599 werd alle handel met de oproerige Nederlanders bij plakkaat verboden; een dwaze maatregel, die ten gevolge had, dat in het gebied van de Aartshertogen, waar het plakkaat ook gold, al spoedig zonder koren, zonder zout, kaas, haring enz. zat, terwijl onze handel, op wie het natuurlijk gemunt was, er absoluut geen schade bij leed; om de eenvoudige reden dat er met de indische handel veel en veel meer te verdienen viel en men dus de vrachtvaart gerust kon missen!
Oprichting van de V.O.C. (= Verenigde Oostindischo Compagnie). Oldenbarnevelt had goed gezien, al die
lilliput maatschappijtjes in één lichaam te verenigen, gedachtig aan het spreekwoord: Eendracht maakt macht.
Aanvankelijk had het nog al wat voeten in de aarde, wat wel enigszins te begrijpen is, maar op 20 Maart 1602 volgde de oprichting; een feit, dat een grande van Spanje deed zeggen, dat deze V.O.C. een niet geringere bedreiging voor Spanje vormde dan de Unie van Utrecht.
Het besluit tot. oprichting was in de vergadering der Staten-Generaal genomen met meerderheid van stemmen. De V.O.C. kreeg octrooi, d.i. het recht van alleenhandel, gedurende 21 jaren, op de landen ten O. van Kaap de Goede Hoop en ten W. van Straat Magelhaens (Kaap Hoorn).
Zij kreeg het recht van oorlogvoering, land veroveren, forten bouwen en verdragen sluiten uit naam der Staten-Generaal.
Wie geen lid der V.O.C. was en het toch waagde in genoemd gebied handel te drijven verloor schip en goed. Het bedrijfskapitaal bedroeg de kapitale som van 6V2 millioen gulden.
Men kon inschrijven voor 60.000. 45.000 en 30.000 gulden; maar ook voor 50 gulden.
Aardig is, wat wij lazen, dat burgemeester Pauw van Amsterdam voor elk van zijn bedienden ƒ 100.— inlegde.
Alleen uit Amsterdam werd ingeschreven voor 4yz millioen! De V.O.C. w r erd verdeeld in 6 kamers: Amsterdam met V2, Zeeland met Delft, Rotterdam, Hoorn en Enkhuizen ieder met Vi« van de inleg.
De Kamers werden bestuurd door 73 bewindhebbers; (dat waren de bewindhebbers der vroegere maatschappijen). Het getal 73 mocht niet lager dalen dan 60. Wie bewindhebber was, moest voor minstens ƒ 6000.— ingeschreven hebben. Voor de Kamers van Enkhuizen en Hoorn was dit bedrag ƒ 3000.—.
Viel er een plaats open, dan maakten de bewindhebbers van de betreffende Kamer een drietal op, waaruit de Staten van het gewest een keuze deden. Later werd deze keuze overgedragen aan de Burgemeester van de stad waar de Kamer gevestigd was.
De bewindhebbers ontvingen \ c van de kosten; later /c werd het een vast traktement.
Elke Kamer zorgde voor zijn eigen schepen. winst en verlies werden naar rato verdeeld. Maar
Het Hoofdbestuur werd gevormd door de „Heren Zeventien". De verdeling van het aantal zetels was naar evenredigheid van de inleg. Zo had Amsterdam 8 leden in dit college.
Het 17e lid werd beurtelings gekozen uit de kamer van Zeeland, van het Noorderkwartier en van de Maas. De zetel van het H.B. was 6 jaar in Amsterdam en vervolgens 2 jaar in Middelburg.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 maart 1954
Daniel | 8 Pagina's