JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De barre winter van negentig

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De barre winter van negentig

5 minuten leestijd

HERMAN DE MAN

Nu we zo'n strenge winter beleven gaan onwillekeurig onze gedachten uit naar winters, die ook bekend staan als behoorlijk streng. En de heel ouden onder ons noemen dan terstond de winter van negentig. Geen wonder, hoe ouder iemand wordt, hoe meer de gedachten teruggaan naar ver vervlogen tijden; wat niet zo heel lang is gebeurd, schijnt al spoedig uit de herinnering weggetrokken te zijn. Dat zal ook bij de jeugdige lezers, wanneer ze oud mogen worden, het geval zijn. Al zijn de winters van '17, van '29 en de winters tijdens de bezetting wellicht even streng of nog strenger geweest als die van negentig, toch spant die van negentig de kroon. Misschien is dit niet alleen te wijten aan de herinneringen van ouder wordende mensen, maar dat door de ellende, die toen is geleden, de felheid des te duidelijker sporen heeft achtergelaten.

Over die winter op het laatst van de vorige eeuw is een mooi boek geschreven door Herman de Man, die in 1946 het leven verloor bij een vliegtuigramp bij Schiphol. De man (zijn eigenlijke naam is Salomon Hamburger) schreef meest over de streek tussen de Lek en de IJsel. De sfeer-van het polderleven weet hij aai'dig weer te geven, vooral ook door zijn proza te doorvlechten met dialectische woorden. Het karakter van de boeren, daggelders, schippers en zwervers weet hij heel goed te treffen. Iïi enkele zinnen ligt het landschap vóór je, en zo leef je mee in de spanning van het verschrikkelijke gebeuren in die koude winter.

„De winter had al vroeg het land geslagen, toen de leste aarpels nog maar amper waren gekuild. En de bezoekingen waren dit schrikkelijke jaar velerhand. De mangels en beeten en Arabische knollen verglaasden in de aard; ook menig ander laat veldgewas vervroor. En dan is de honger over het vlakke land."

, , De boerenslooten vloerden; al het water was er uit versteven. Ja, daar waren winterharde kraaien die ten leste met uitgeteerde lijven op de sneeuw lagen. En alwaar een winterkraai zelfs niet bestaan kan, daar is 't voor arm menschenvolk bitter."

Het was toen een arme tijd en daardoor was het koude vriesweer dubbel erg: geen verdiensten, geen goed voedsel, geen goede kleding". De schrijver zegt het in korte woorden: „En daarom hokten ze maar allemaal bijeen in de keuken, waar ze ook sliepen tegaar, om maar geen warmte verloren te laten gaan. En overdag sloegen de angstige wijven de molton slaapdekens om de kinderen: de kinderen rilden. Ze kregen geen vettigheid genoeg en hun kleêr w T as toch zeker niet berekend op een winter, gelijk cleze. En men weet het: oude kleêr, kouwe kleêr."

De winter was vroeg begonnen, maar op het eind van Januari scheen de dooi in te willen treden. De Man beschrijft dit aldus: „In enkele lauwe regendagen met veel wind en zelfs donderbuien — en donder in Januari, wie had daar ooit eer van vernomen — verging heel het witte barre maaksel van den noordooster J poolwind. Toen wier er voor dank veel en innig gebeden, voornamelijk in de woningen van de geringen. Ze kropen onder hun daken vandaan, uit de benauwenis der kinderhokken en snoven behaag'lijk den zeewind in, die toomeloos over het land joeg en de ijskorst murw beukte."

Deze dooi was echter maar voor korte duur: de dooiwind uit het westen had maar een goede dag aangehouden en er kwam weer een nieuwe aanval van de vorst. Heel duidelijk beschrijft De Man deze zo nieuwe beproeving: „Op een Zondagnacht voor 1 Februari sneeuwde het erbarmelijk, een meter dik en reeds 's anderendaags greep de vorst weer het land. Allengs kromp die sneeuwlaag in tot het ijsklomp over het land, wel vijftien duim dik. Over heel het open polderland kon de mensch onbelemmerd gaan; alle buurten waren toegeregen tot één ijzig veld. Dijken en wegen waren toegedekt en niet meer herkenbaar; in dat doode land lagen de hoeven en stulpen thans scheef-schuin verslingerd." Wilde geruchten gaan de ronde doen: cle wereld zal vergaan, want zoiets als thans gebeurt is nog nooit geschied; zomer zal het wel nooit meer worden; er is een meteoorsteen gevallen ergens in de zee of op het land; de zon is aan het uitdoven en als dit het geval is, dan zal er ook geen leven meer op aarde mogelijk zijn. 's Zondags vermanen de predikanten de mensen tegen dat dwaze bijgeloof en waarschuwde ook tegen de opstandige geest, die zich gaat baan breken.

Doordat er niets te doen valt, gaan de mensen zich vervelen; velen worden van de ankers los geslagen en er gaan dwaze dingen gebeuren, die anders nooit plaats zouden vinden. Te midden van de nijpende ellende en armoe worden ijsfeesten gevierd: acrobaten komen de polders in om een goede slag te slaan; in de buurt van Vreeswijk komen Brabantse danstenten met spiegels op de rivier. Tot diep in de nacht wordt gedanst en gedronken, om de bitterheid van de ellende weg te krijgen. Gelukkig doen niet allen hieraan mee. Heel mooi beschrijft De Man de andere zijde van de medaille: „Het moet gezegd zijn, zeer velen bleven zich bewust van hun eer als boerman. Velen hebben met bang in 't harte dees tekenen van ondergang aangezien, en in

vurig gebed voorgaand in hun gezin, voor zich en de hunnen gesmeekt, dat we]dra kentering komen mocht na zoveel goddeloosheid; dat de teekenen van Satan spoedigst mochten verkeeren, dat het leven in den Heere weer het part mocht worden van magen en geburen. Fel was de duivelsche driestheid van het losgeslagen volk, even zoo fel ja nog vuriger, het gebed der getrouwen. Wie zou hier overwinnen? De knechten van de hel, of de rechtvaardigen in den Heere? "

Het boek is verdeeld in tien hoofdstukken en elk hoofdstuk eindigt met de uitspraak, dat het toch eindelijk na deze barre winter van ellende en onrust, zomer is geworden. Het klinkt als een triomfkreet.

INDEX.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 maart 1954

Daniel | 8 Pagina's

De barre winter van negentig

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 maart 1954

Daniel | 8 Pagina's