JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VRAGENBUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGENBUS

5 minuten leestijd

Correspondentie voor deze rubriek aan . T MOLENAAR. Leede 18. Rotterdam Zuid

G. M. te L. vraagt mij iets mee te willen delen over de gebedshouding. Zijn werk brengt mee, dat hij dikwijls vergaderingen moet bezoeken van verschillende Christ. Verenigingen.

Het valt hem op, dat zonder over de inhoud van het gebed te willen spreken, men het met de houding des gebeds nog al makkelijk neemt. Het komt hem voor. dat de gebedshouding eerbiedig moet zijn. waaronder hij verstaat „de staande houding."

Antwoord: nder Israël was cle gebedshouding verschillend. Zowel in O.T. als in N.T. vindt ge „de staande." Ik denk b.v. aan Hanna (1 Sam. 1 : 26), aan Salomo (1 Kon. 8 : 22), aan Daniël (Dan. 9 : 20), aan de uitspraak van de Heere Jezus in Matth. 6 : 5. In Marcus 11 : 25 zegt de Heere Jezus duidelijk: , En wanneer ge staat om te bidden."

Ook was de knielende houding, als teken van ootmoed niet vreemd. Dezelfde Salomo, die eerst stond, was volgens 1 Kon. 8 : 54 op zijn knieën gevallen. Zo ook Daniël, die ons in Dan. 6 : 11 getekend wordt als een knielende bidder. De Heere Jezus knielde in Gethsémané en bad en Petrus geroepen zijnde cloor cle discipelen knielde neder bij het ontzielde lichaam van Dorcas en nadat hij gebeden had zei hij: Tabitha, sta op."

Soms gebeurde het, dat de bidder zijn handen uitbreidde naar de hemel, wat blijkt uit Jes. 1 : 15: En als gijlieden uw handen uitbreidt, verberg Ik mijn ogen voor u."

Van Ezra lezen we niet alleen, dat hij knielde, maar dat hij ook zijn handen uitbreidde tot de Heere zijn God. Bij boete legde men de handen op de borst of sloeg zich op de borst, zoals de tollenaar. Elia lag gebogen met zijn aangezicht tussen zijn knieën.

De Gereformeerden hebben in hun godsdienstoefeningen na de Hervorming knielende gebeden. De Kerkenorde der Geref. Kerken in Frankrijk bepaalde zelfs: De predikanten, gelijk ook de ouderlingen en hoofden van het gezin w r orden bevolen zorgvuldig daarop acht te geven, dat men gedurende het gebed zonder enige uitzondering en zonder aanziens des persoons door deze uiterlijke tekenen getuigenis geve van de ootmoed zijns harten en de eerbied voor God, tenzij iemand door ziekte of om andere redenen, waarvan de beoordeling aan het getuigenis van zijn eigen geweten blijft overgelaten, ervan terug gehouden wordt."

Uit de enkele voorbeelden, die ik gaf van de Bijbelheiligen blijkt wel hoe ernstig zij de gebedshouding hebben opgevat. Dat kan ook niet anders. In de weg des gebeds zoeken we toenadering tot de troon der genade van de hoogste Majesteit, van Hem, Die genoemd wordt in Jes. 57: „De Hoge en Verhevene, Die in de eeuwigheid woont."

Als men geroepen wordt om een bezoek bij H.M. de Koningin af te leggen zou men toch niet gaan in doorde-weekse plunje ? Het beste kleed zou toch nog niet goed genoeg wezen ?

Welnu, dan past ons ook een eerbiedige gebedshouding. De staande houding voor mannen in het midden der gemeente of in vergaderingen is in de Gereformeerde kringen de meest gebruikelijke. Dat u als protest tegen de Le gemakkelijke houding gaat staan is natuurlijk wel goed, maar als ik u was, zou ik in alle bescheidenheid mijn bezwaar toch liever zeggen, 't Zou wel eens kunnen gebeuren, dat de vergaderingen uw mening na ernstig nadenken delen.

X. te W. zeg ik eerst dank voor zijn sympathiek schrijven en goede wensen. Wederkerig voor hem en zijn vrouw des Heeren zegen toegewenst. Hij vraagt: „Liggen wij krachtens de doop onder of in het Verbond Gods ?

Antwoord. Voor ik vertrouwde Godgeleerden, laat spreken wil ik eerst maar beginnen met de uitspraak van de catechismus. Op de vraag: „Zal men ook de jonge kinderen dopen? " is het antwoord: „Ja, want mitsdien zij alzo wel als de volwassenen in het Verbond Gods en in Zijn Gemeente begrepen zijn enz.

Dit is niet voor tweeërlei uitlegging vatbaar. Er staat niet onder maar in.

Nu moeten we met dat woordje in voox'zichtig w r e-zen. Er is een tweeërlei inzijn in het Verbond. Aangezien de doop in de plaats van de besnijdenis is gekomen en alle jongetjes van 8 dagen onder Israël het teken des Verbonds ontvingen, zo behoren ook onze kleine kinderen gedoopt te worden. In wezen was cle besnijdenis onder Israël hetzelfde als onze doop.

Onder Israël waren de kinderen dus ook in het Verbond Gods begrepen evenals de volwassenen. Wat heeft God nu echter van Israël gezegd? Dit: , , En in het merendeel van hen had God geen behagen, want ze zijn in de woestijn gevallen vanwege hun ongeloof."

Is er dan een afval der heiligen? O, neen! De Heere zegt duidelijk in Zijn Woord: „Alzo Hij de Zijnen, die in de w-ereld waren, lief gehad had, zo heeft Hij hen lief gehad tot het einde."

Maar hoe zit het h'm dan met dat woordje in? Die toch wezenlijk in het Verbond is, kan er toch niet meer uitvallen ? De genadegiften en de roeping Gods zijn toch onberouwelijk ?

Inderdaad die afgesneden is uit Adam en ingeplant in Christus is wezenlijk in de Wijnstok, is een levende rank en brengt vruchten voort. Zo iemand is het wezen des Verbonds deelachtig. Aan de wijnstok zitten ook loze ranken, ranken die geen vruchten dragen, die niet als een wilde ent zijn ingeplant in de wijnstok, maar die toch in enige relatie staan tot de wijnstok, die wel niet uit de levende sappen van Christus worden bediend, maar toch bij de wijnstok behoren. Reeds Calvijn heeft geleerd, dat de onbekeerden niet tot het Verbond behoren, schoon zij in het Verbond en de kerk leven.

Voetius leerde eveneens, dat velen in het Verbond levende, in hun zonden zijn gestorven. Koelman omschrijft zijn zienswijze zeer duidelijk als hij zegt: „Het is één en hetzelfde Verbond, maar allen zijn niet in het Vei'bond. op dezelfde wijze. Sommigen zijn er in door uitwendige belijdenis tot het tegenwoordige deelgenootschap van uitwendige privilegiën, maar sommigen zijn er in door hartelijke aanneming tot de genieting van de zaligmakende weldaden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 februari 1954

Daniel | 8 Pagina's

VRAGENBUS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 februari 1954

Daniel | 8 Pagina's