Vaderlandse Geschiedenis
De 3e tocht. Dit is de meest beroemde tocht geworden. Om de ƒ 25.000 te verdienen, die de Staten-Generaal hadden uitgeloofd (zie vorig artikel), rustte Amsterdam, vooral op aandrang van Plancius, nog eens 2 schepen uit. Het ene schip stond onder commando van Jacob van Heemskerk, het andere onder bevel van Jan Cornelisz. Rijp.
Bij eerstgenoemde was aan boord de bekende Terschellinger Willem Barents. Men heeft hem genoemd de wetenschappelijke leider van de tocht. En met reden. Er werden allerlei nauwkeurige gegevens verzameld, die van groot belang waren: de zeestromingen, de natuurverschijnselen, de temperatuur, enz. Kortom, onze Barents was gincls in zijn element en terecht is opgemerkt, dat hij een lichtend spoor heeft achtergelaten voor alle poolvorsers, die, als hij, de Noordoostdoorvaart zouden trachten te vinden. (Blok).
Eerst ging de tocht Noordwaarts, waarbij zij het Bereneiland en Spitsbergen ontdekten: Door mist raakten de schepen elkaar kwijt en Rijp raakte aan het dolen. Hij is ten slotte op de Moermanskust terechtgekomen en heeft daar overwinterd.
Heemskerk en Barents trokken wegens het drijfijs naar het Oosten, over wat nu de Barentszee heet. De bekende toegangspoort, straat Waigatsi, bereikten zii echter niet. Zij bogen af naar het Noorden en wilden trachten om het grote, langgestrekte eiland Nova Zembla heen te koersen en dan weer Oostwaarts te gaan. Dit laatste is hun niet gelukt. Wel wisten zij om de punt van Nova Zembla heen te komen, maar toen raakten zij muurvast in het ijs en waren genoodzaakt daar te overwinteren. Aan boord konden zij niet blijven wegens het kruien en de druk van het ijs, dat weldra hun schip zou vernietigen; maar drijfhout was er genoeg, door de Golfstroom daar gebracht.
Van dit hout bouwden zij het „Behouden Huis" . Voor de aanwezige scheepsboten werd goed zorg gedragen, omdat zij wel begrepen, dat zij daar mee na de poolwinter moesten trachten z.m. terug te keren. Zij werden onder de sneeuw geborgen.
Ontzettend zijn de ontberingen, door gebrek en kou, geweest, die zij hebben doorstaan.
Eén der scheepsmakkers, Gerrit de Veer, heeft een sober dagboek opgesteld, waarin de verschrikkingen opgetekend zijn, die zij hebben doorgemaakt. Toen de poolnacht voorbij was, besloot men in de boten te gaan en weer Zuidwaarts te roeien in de richting van de russische kust.
Vertrokken in Mei 1596 was het al najaar 1597 toen de bemanning weer in Amsterdam arriveerde.
Helaas, was een deel der mannen in het hoge Noorden gebleven, ontvallen door de dood. Onder deze achtergeblevenen was ook de kloeke Barents, die een eerlijk zeemansgraf verkreeg in de naar hem genoemde zee.
Wat had hij zijn mannen opgebeurd in de vele ogenblikken van neerslachtigheid, die zij doormaakten.
Neen, al waren onze scheepslui voor geen klein geruchtje vervaard, langs die weg kon het niet. Trouwens, ook de toenmalige scheepsinrichting maakte het onmogelijk.
Toch is het later aan de Zweed Nordenskjöld in 1878-1879 gelukt langs de siberische kust de Beringstraat en de Grote Oceaan te bereiken. Het bleek toen, dat Plancius 300 jaar te voren een grote fout had gemaakt door te menen, dat die kust in eens naar het Zuiden afboog.
Tegenwoordig varen de Russen met hun reusachtige ijsbrekers daar in het zomer halfjaar regelmatig.
Nog een zaak willen wij vermelden. In de vorige eeuw is een Noors kapitein op de plaats der overwintering geweest. Hij vond er de resten van het ingestorte „Huis", alsmede verschillende gereedschappen en voorwerpen, door de dappere mannen gebruikt.
Edelmoedig is het gevondene aan onze Regering afgestaan, die het ondergebracht heeft in het Rijksmuseum.
Bij een bezoek aan dit gebouw verzuime men toch niet bij de vitrine, waarin dit alles geborgen is, te verwijlen, en zo nodig inlichtingen te vragen.
De tochten 0111 de Kaap. Men was al begonnen om de Kaap de weg te nemen. Dat was het werk van enige amsterdamse kooplieden.
Een van deze was Reinier Pauw. Zij richtten in 1594 een „Compagnie van Verre" op, brachten ƒ 300.000 bijeen en zouden, met toestemming van de Staten de zeer gevaarlijke Kaaproute doen nemen.
Te voren was Pauw's neef, Cornelis de Houtman, naar Portugal getogen en had daar heimelijk allerlei inlichtingen weten te bekomen over de indische handel der Portugezen.
Ver-der waren er de gegevens van Linschoten over de te volgen weg.
Ook was Plancius weer van de partij door de schippers en stuurlieden het plaatsbepalen op zee te onderwijzen, wat natuurlijk onmisbaar is, om goed te koersen.
Op 2 April 1595 voeren de 4 schepen van de „Compagnie van Verre", onder bevel van Corn. de Houtman van Tessel uit.
Tot Madagascar ging het nog al. Maar toen begon de ellende.
Allereerst kon de Houtman niet best met het scheepsvolk over weg. Verder dwongen stormen en ziekten (vooral scheurbuik) hen op dat eiland niet minder dan 5 maanden te blijven.
Toen men verder ging was de helft van de manschappen gestorven (125).
De Portugezen trokken meestal via Voor-Indië, w T aar daarom sterke nederzettingen waren.
Daar moesten de Hollanders natuurlijk niet komen en daarom waagde men de gevaarlijke „oversteek" naar Java rechtstreeks
Deze gelukte en op 27 Juni 1595, dus na bijna, 15 maanden liet men op de rede van Bantam de ankers vallen.
Het gaat tegenwoordig wel wat vlugger!
Nu moest men trachten handel te drijven (peper). Aanvankelijk was de inlandse bevolking nog al welgezind. De veranderde echter, toen de Portugezen kwamen opdagen. Zij stookten de inlanders tegen onze mannen op, zodat de houding bepaald vijandig werd en wij Bantam gingen bombarderen.
Zelfs raakte de Houtman in gevangenschap en werd pas na betaling van een hoog losgeld vrijgelaten.
Hij besloot nu langs Java's Noordkust naar de Molukken te varen (kruidnagelen en muskaatnoten.)
Hij is niet verder gekomen dan Lombok. Toen werd een zijner schepen onklaar en had hij nog maar 89 man scheepsvolk over van de 249, waarmee de reis begonnen was.
Toen besloot men langs de Zuidkust van Java huis, toe te gaan, waar men 14 Aug. 1597, dus na 2V2 jaar, te Tessel binnenviel.
Men had wel met verlies gevaren, maar de reis was mogelijk en er was daar geld te verdienen!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 februari 1954
Daniel | 8 Pagina's