VOOR ONZE Militairen
VRIJSTELLING VAN INENTEN
Van een jongen ergens in Nederland ontving ik de volgende brief:
Geachte Krijgsman, Als U deze brief leest zal U wel denken: „Is dat nu nog niet duidelijk over die inenting." Toch heb ik de vrijmoedigheid genomen (niet dat uw artikel in „Daniël' niet duidelijk was, in tegendeel) om iets te vragen wat mij zeer aangaat.
U schreef in uw artikel in Daniël enkele maanden ' geleden, dat alle verklaringen van voorheen aangaande de inenting van militairen vervallen zijn.
Nu is het bij mij zo. Toen ik voor het eerst in dienst kwam had ik een verklaring maar die hebben ze daar gehouden. Later moest ik er nog een hebben die ik ook niet meer in mijn bezit heb. Daarna ben ik in Sept. 1952 opgeroepen voor herhaling maar toen hebben ze nergens naar gevraagd. Nu moet ik in Maart van dit jaar weer opkomen. Moet ik nu opnieuw een verzoekschrift indienen? In mijn zakboekje staat: „Weigert injecties, geloofsbezwaar, brief aanwezig. Is dit nu voldoende of is dit allemaal vervallen?
Tot zover de brief van die jongen. En nu mijn antwoord.
Ik heb helemaal niet gedacht dat ik zo duidelijk ben geweest in mijn artikeltjes over de inenting. Het verwondert mij veel meer als ik geen vragen krijg dan omgekeerd. Het valt een mens soms niet mee om iets duidelijk te maken en dan nog zo duidelijk dat honderden mensen die het lezen het volkomen duidelijk is. Als ik dus vragen krijg zoals b.v. over de inenting dan zoek ik de reden maar bij me zelf want het is het duidelijkste bewijs dat ik voor de vraagsteller nog niet duidelijk ben geweest. Vraag dus gerust en als ik kan zal ik jullie antwoorden. Doch nu terzake.
Al de vorige bewijzen m'n jongen zijn vervallen. Die hebben niet de minste waarde meer.
leder militair die werkelijk gewetensbezwaren heeft tegen de inenting moet uiteindelijk in 't bezit zijn van een bewijs afgegeven door de Min. van Oorlog dat hij niet ingeënt mag worden.
Dit bewijs is alleen geldig. Voorts is geen enkel ander bewijs geldig. Men onthoude dit toch goed. Laat je niet door andere praatjes verleiden want die hebben beslist geen waarde.
Hoe kom ik nu aan zo'n bewijs! Door het indienen van een request aan de Min. v. Oorlog. Hoe zo'n request er uit moet zien en door wien het kan worden ingediend heb ik beschreven in „Daniël".
Ik heb zelf ook zo'n request ingediend en kreeg van de Min. v. Oorlog het volgende antwoord: Door „Krijgsman" is een request ingediend, houdende gewetensbezwaren tegen immunisatie.
In verband hiermede vestig ik er uitdrukkelijk uw aandacht op, dat immunisatie krachtens de Wet immunisatie militairen op grond van de indiening van dit verzoek achterwege dient te blijven tot een beslissing op dit verzoek is genomen." enz. enz.
Ik heb het voornaamste slechts meegedeeld. Dit antwoord heeft mijn Commandant ontvangen en heeft mij dit meegedeeld. Een afschrift van dit antwoord is in mijn bezit, terwijl het originele exemplaar opgelegd is bij mijn administratieve bescheiden.
ALeen zo'n bewys geeft vrijstelling van inenting. De aandachtige lezer zal zeggen „voorlopig". Dat is volkomen juist maar dat „voorlopig" kon wel eens lang duren. Jullie weten dat enkele dagen geleden een commissie door de Min. v. Oorlog is ingesteld die tot taak heeft de bezwaren te onderzoeken. Nu weet ik niet hoeveel verzoekschriften reeds zijn of alsnog zullen worden Ingediend maar dat getal kan wel eens zeer aanzienlijk zijn. Hoe die commissie zal werken is mij niet bekend misschien komt dat nog wel eens.
De taak van die commissie is niet gemakkelijk en haar verantwoordelijkheid is zeer groot. Weet je wat zeer eigenaardig is? Dat in die commissie geen enkel lid zit van de Geref. Gemeente. Dat is zeer teleurstellend. De Syn. Comm. trachte alsnog een uitbreiding van de commissie te krijgen met een lid v.d. Ger. Gemeenten. Mijn veronderstelling is dat verscheidene jongens behorende tot de Geref. Gemeenten een request om vrijstelling hebben ingediend. Zonder de betrouwbaarheid of eerlijkheid van de personen die thans de commissie vormen ook maar iets te kort te doen — want ik ken deze mensen niet — komt het mij toch billijk en wenselijk voor dat zeer zeker een lid van de Geref. Gemeente ware toegevoegd aan deze commissie. Als deze commissie haar werk begint zullen wij wel voor haar moeten verschijnen denk ik of zou men zonder meer aannemen dat alle leden van de Geref. Gemeenten gegronde gewetensbezwaren hebben tegen de inenting? Dit te veronderstellen zou al te mooi zijn. Hoe rustiger zouden onze jongens zijn als ze voor die commissie moeten verschijnen als ze wisten dat er ook een lid van de commissie behoorde tot de Geref. Gemeenten. Zal de commissie onze bezwaren tegen de inenting aanvoelen of zal ze zonder meer een bepaalde tekst aangewezen willen zien. Ik weet wel dat onze jongens een pleitbezorger mogen meenemen maar zal een ieder hiertoe in staat zijn. Hier ligt een taak voor onze kerken. Deze materie dient reeds nu zo spoedig mogelijk geregeld te worden. Men wachte niet tot het te laat is doch men neme nu reeds de maatregelen. Er moet steeds een persoon van onze Gemeenten disponibel zijn die elke dag beschikbaar is om onze jongens zo nodig bij te staan. Men zegge niet dat dit een zaak voor de kerkeraad is want iedere kerkeraad zal dit niet op zich kunnen nemen. Men zoeke een geschikt persoon die over tijd en gaven beschikt om dit belangrijke werk te verrichten. Ik moge onze predikanten en kerkeraden vriendelijk verzoeken deze gewichtige zaak eens ernstig te overdenken en aan te pakken. Laat onze jonge mannen toch niet alleen staan wanneer ze moeten verschijnen om rekenschap te geven van hun gewetensbezwaren tegen de inenting. De zaak is het dubbelwaard en duldt geen uitstel. Jongens, over* denkt wat ge zeggen zult als ge moet verschijnen. Daar zijn mensen genoeg die je nu met raad en daad willen bijstaan. Heb je moeilijkheden, ga naar je kerkeraa.d. Stel niet uit want morgen kan er wel een oproep komen om te verschijnen. Zorg dan dat je weet, wat je zal zeggen. Lees de artikelen nog eens na die in „Daniël" zijn verschenen over de vaccinatie. Prent ze in je geheugen en de Heere ondersteune jullie.
Vraag de Heere om ondersteunende genade en Hij schenke jullie en ons allen Zijn onmisbare zegen.
Met vriendelijke groeten,
„KRIJGSMAN".
EEN NIEUW ADRES ALS TEHUIS VOOR ONZE MILITAIREN
De Redactie ontving een zeer hartelijk schrijven van fam. W. F. v. d. Kooij, Oostbuurt 4, De Lier (Westland) .
De Lier is vanaf heden garnizoenplaats, deze week reeds zouden de eerste militairen er komen.
De fam. v. d. Kooij is in De Lier het enige gezin dat tot de Geref. Gem. behoort. Met alle liefde zetten zij de deur van hun woning open voor iedere militair van onze richting.
Hartelijk dank hoor! fam. v. d. K. Voor het overige, als er van onze jongens in De Lier komen als militair, maak van dit vriendelijk aanbod dan een dankbaar gebruik.
(Red.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 februari 1954
Daniel | 8 Pagina's