JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Cijfers en feiten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Cijfers en feiten

4 minuten leestijd

Er is in ons land een verlenging van de levensduur van onze bevolking waar te nemen. Bij bestudering van de statistieken hierover, komt men tot de ontdekking, dat er bijna geen volk ter wereld is, waar het sterfte-cijfer zo laag is dan in Nederland. Uw Rondkijker neemt die statistieken gaarne door; op het eerste gezicht lijken ze dor en dood, bij bestudering beginnen die cijfers echter te leven en verschaffen ons waardevolle gegevens.

Het is wel zeer opmerkelijk dat men zich in onze wetenschappelijke eeuw twee dingen ten doel stelt: enerzijds een zoeken naar middelen om dood en verderf te zaaien en anderzijds een streven om middelen te vinden, om allerlei ziekten, waarmee de dood is gemoeid, paal en perk te stellen. Deze eeuw laat ons dan ook veel tegenstrijdigs zien: twee wereldoorlogen brachten een verlies van millioenen mensenlevens; dooi' de vooruitgang van de medische wetenschap en toenemende hygiene. — menselijkerwijs gesproken natuurlijk — is de sterfte aanzienlijk afgenomen. Volgens een rapport van de wereldgezondheidsorganisatie, w r as in 1952 de zuigelingen-sterfte in ons land met 50% gedaald, vergeleken met het gemiddelde van de periode van 1928.

Uit die cijfers blijkt ook, dat de gemiddelde leeftijdsduur belangrijk hoger is komen te liggen, dan b.v. 100 jaar geleden. De mensen worden gemiddeld ouder, of liever gezegd, er zijn méér 70en 80-jarigen. Volgens gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek is de totale bevolking van ons land met bijna 100% toegenomen, maar het aantal personen van 65 jaar en ouder met 151%. In het bijzonder is deze groep na 1930 snel vermeerderd. In het jaar 1899 vormden de personen van 65 jaar en ouder 6% van de bevolking, in 1950 bedroeg dit percentage 7.7% en zal nu in 1954 waarschijnlijk nog hoger liggen.

Wel moet opgemerkt, dat het niet alleen aan de „gunstige voorwaarden" die het leven thans biedt, zoals de vooruitgang van de medische wetenschap, betere sociale omstandigheden en arbeidsvooiwaarden alleen ligt, dat de mensen ouder worden, maar een laag geboortecijfer en emigratie (waardoor juist de jonge leeftijdsgroepen wegvloeien) beïnvloeden die cijfers.

RONDKIJK

Wat de geboorte-cijfers betreft, deze waren sinds 1876 aan het dalen. Het dieptepunt werd in 1937 bereikt, daarna volgde weer een stijging. In 1946, na de tweede wereld-oorlog, werden weer veel kinderen geboren, en werd een top bereikt, die nog lang zijn invloed zal doen gelden. Het ligt immers voor ue hand, wanneer D.V. die kinderen groot zijn en zij een huwbare leeftijd hebben bereikt, deze relatief weer hoge geboorte-cijfers zullen veroorzaken. Er wordt verwacht, dat in Nederland de groep van 15 t.m. 65 jaar - — dat zijn dus de productieven —-in de eerste periode tussen 1960 en 1970 met 20% zal zijn toegenomen.

Aan die geboorte-en ook aan die ouderdom-cijfers zitten allerlei problemen vast. Om maar iets te noemen, het hogere geboortecijfer na 1946 in ons land, doet zijn invloed gelden op het onderwijs. Er is een tekort aan onderwijzers en onderwijzeressen, zó aelfs, dat onze regering een lokmiddel heeft uitgedacht om voor onderwijzer studerende militairen, buitengewoon dienstplichtig te maken! En zo zijn er tientallen vraagstukken meer. Die opgroeiende jeugd moet later in het arbeidsproces worden ingeschakeld in ons dichtbevolkte land — en — is er werk voor? Geen wonder, dat economen van de groei van een volk ernstige studie maken om voor al die problemen een oplossing te zoeken.

De ouder wordende mens in ons land brengt ook vraagstukken mee. De problematiek onder deze groep mensen is niet gering, mogelijk kom ik daar nog eens op terug. Het is nuttig dat onze jonge mensen er iets van weten, we staan midden in het leven en dienen ons dus allerwege te oriënteren.

Intussen dienen we op te merken, dat de wetenschap van onze tegenwoordige tijd meer streeft naar levens-verlenging, dan dat er een streven is, hoe dit leven zal worden verlaten. Wij keuren het eerstgenoemde niet af, maar het wordt teveel uit het oog verloren: „het is de mens gezet eenmaal te sterven en daarna het oordeel." Dat tellen en becijferen is goed en kan uit economisch oogpunt nuttig zijn, daarbij mag echter niet vergeten worden: leer ons alzo onze dagen tellen, opdat wij een wijs hart bekomen! We mochten maar echte dagentellers worden!

De wetenschappelijke mens streeft naar de hoogste top, ware het mogelijk om de dood te omzeilen. Bestrijdt men de ene ziekte en is men bijna aan de overwinning, de andere komt. Het Schriftwoord wordt bevestigd: „Dewijl zijn dagen bestemd zijn, het getal zijner maanden bij U is, en Gii zijn bepalingen gemaakt hebt, die hij niet overgaan zal." Sterven moeten we allen, de mens gaat naar zijn eeuwig huis. Denken we daar maar veel aan.

RONDKIJKER.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 januari 1954

Daniel | 8 Pagina's

Cijfers en feiten

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 januari 1954

Daniel | 8 Pagina's