JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Over Beeldspraak

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Over Beeldspraak

4 minuten leestijd

Belangrijke elementen in de woordkunst zijn rhythme, klank en beeldspraak. Onder rhythme verstaan we een eigenaardige golving of beweging, als gevolg van afwisseling in klank en accent. Een woordkunstenaar zal zonder erg de klank in overeenstemming brengen met de bedoeling van zijn proza of poësie. In de regel zullen heldere hoge geluiden passen bij een vrolijke stemming, terwijl donkere klanken een droevige gemoedstoestand vertolken. Vergelijk in dit verband de beginregels van het gedicht van Lodensteyn „Gods Zoon in 't vlees", die aldus luiden:

't Ligt daar in lompen opgerold, 't werd als een hulploos mensenkind gesold

met het begin van het laatste couplet van „Troost der theologie", waar we horen:

De vogelen in 't woud te Zijner ere kwelen een kostelijke muziek en fluiten met hun kelen, al zijn ze zieleloos, toch weten zij 't gebod

Er zouden wellicht sprekender voorbeelden te vinden zijn, maar deze komen ongemerkt mij te binnen. Het spreekt vanzelf, —dat we er gevoel voor moeten hebben, zoals dit ook het geval is met het verstaan van muziek: de een is er gevoeliger voor dan de ander.

Spelen bij klank en rhythme het gehoor en het gevoel een grote rol, bij beeldspraak spreekt het verstand een groot woord mee. De Bijbellezer komt geregeld met beeldspraak in aanraking. De hebreeuwse en griekse letterkunde is er vol van. Vooral in de poëtische Boeken van de Bijbel treffen we doorgaans ver doorgevoerde beeldspraak aan.

Slaat het Boek Job op en op schier elke bladzijde lezen we heel schone beeldspraak: , , De pilaren des hemels sidderen en ontzetten zich voor zijn schelden." „Als Hij de wind het gewicht maakte, en de wateren opwoog in mate." „Hij heeft mij gebroken met breuk op breuk; Hij is tegen mij aangelopen als een geweldige. Ik heb een zak over mijn huid genaaid, ik heb mijn hoorn in het stof gedaan."

Ook in de psalmen is veel beeldspraak te vinden. Hoe zou het ook anders kunnen? „Met een doodsteek in mijn beenderen honen mij mijn wederpartijders, als zij de ganse dag tot mij zeggen: Waar is uw God? " „De wateren zagen U, o God, de wateren zagen U, zij beefden; ook waren de afgronden beroerd." „Het zwijn uit het woud heeft hem uitgewroet, en het wild des velds heeft hem afgeweid-." „Hij zal u dekken met zijn vlerken, en onder zijn vleugelen zult gij betrouwen." „Daar wandelen de schepen, en de leviathans, die Gij geformeerd hebt om daarin te spelen."

We zouden uit de Boeken van Salomo talrijke aanhalingen kunnen nemen; ook uit de geschriften van de profeten. Schier elk Bijbelblad bevat beeldspraak en de enkele aanhalingen zijn wel voldoende om de bedoeling kenbaar te maken.

De geregelde Bijbellezer zal dan ook geen moeite hebben met de beeldspraak die gebezigd wordt in proza en poësie. De beeldspraak kan niet w r orden gemist. Oorspronkelijke en zuivere beeldspraak is een kenmerk van goede woordkunst. Het zijn niet altijd moeilijke beelden die gebruikt worden. Meestal is het heel eenvoudig. Ook hier geldt: eenvoud is het kenmerk van het ware. Een klein voorbeeld: De jong-gestorven dichter Perk is in de Ardennen en ziet van achter de bergen de maan opkomen. Dan zegt hij niet: De maan kwam van achter de bergen uit stralen, maar: De zon der nacht kwam uit de bergen klimmen, En zoomt met zilver de afgedoolde wolken. „De zon der nacht" begrijpen we direct: daar wordt de maan mee bedoeld. Nu zou de vraag gesteld kunnen worden: Waarom zegt de dichter nu de zon der nacht? Wel, heel eenvoudig: toen de maan nog achter de bergen was, was alles zo donker, en nu het schijnsel ineens van achter de bergen komt, is het alsof de zon is opgekomen, zo helder is plotseling de glans.

Nog een voorbeeld van de dichter Revius. In Morgengebed zegt deze: „ In 't oosten klaar laat blozen De dageraad De liefelijke rozen Van haar gelaat." Kunnen we beter uitdrukken, dat het begin van de dag er is? Even verder zegt hij: „Vermeert, tot uwen love, Het kranke licht Van onze klein gelove En toeverzicht." Let vooral op het woord „kranke..' De dichter belijdt dat zijn geloof en betrouwen maar nietig zijn: het licht dat hij heeft is krank; er mankeert veel aan en het is geen helder stralend licht. Daarom bidt hij, dat het kranke, ziekelijke licht vermeerdert moge worden.

Tenslotte een voorbeeld van een dichter uit deze tijd:

„Een merel zingt uw hoge naam ter ere, de wolken schuiven onder u voorbij, de vissen prijzen u in klare meren, het aardrijk bidt uit stomme monden klei.

INDEX.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 januari 1954

Daniel | 8 Pagina's

Over Beeldspraak

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 januari 1954

Daniel | 8 Pagina's