JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

ZENDING IN DE MINAHASSA

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ZENDING IN DE MINAHASSA

Een zoekende knaap

4 minuten leestijd

De Minahassa, het noordelijk deel van het eiland Celebes, wordt wel de „kroon der zending in de Indische Archipel" genoemd. Die benaming zegt ons dat de zending daar rijke vruchten heeft afgeworpen. Twee namen zijn onafscheidelijk aan deze missie verbonden, namelijk die van Riedel en Schwartz. Van de eerste, Johann Frederik Riedel, volgen hier enkele bijzonderheden.

Frits, zoals hij meestal bij zijn tweede naam werd genoemd, werd op 8 Juni 1798 geboren te Erfurt, de plaats, waar Maarten Luther intrek nam in het Augustijner klooster. Toen hij nog een wiegekind was, overleed zyn vader, een zeer geacht koopman. De kleine kwam nu met zijn moeder en zijn broertjes en zusjes terecht in het huis van zijn grootouders, de vader en moeder van Frits' moeder. Grootvader Muller gaf zijn kleinkinderen een strenge maar liefdevolle opvoeding. Om een voorbeeld te geven: elke dag op een bepaald uur moesten de kinderen hun schoolschriften aan opa laten zien, en als het werk niet in orde was, dan konden de kinderen het overmaken. In verkeerd gezelschap mochten ze zich niet ophouden en daarom werden ze geregeld goed onder toezicht gehouden. De oudste kinderen moesten elke morgen en avond een hoofdstuk uit de Bijbel voorlezen en al zeer vroeg moesten ze naar de kerk.

Op jonge leeftijd leefde Frederik al niet zo gerust meer. In het archief van het Ned. Zendel. Genootschap w r ordt een brief bewaard, waarin te lezen staat: „In mijn tiende levensjaar overviel mij een zware ziekte, die de Heere als middel gebruikte, om mij nader aan Hem te verbinden. Mijn verloren toestand werd mij duidelijk. Ik gevoelde, dat ik een zondaar was en dus niet zalig kon worden. Ik ging evenwel niet tot de rechte bron, niet tot de Heere Jezus, maar poogde door goede werken mijn schulden uit te wissen en met God verzoend te worden en verviel alzo tot een werkheiligheid, die mijn hart voor het geloof in Christus Jezus ontoegankelijk maakte." Er was een dorst naar innerlijke vrede, die door het doen van goede werken bevredigd moest worden. Ongelukkig ontbrak Frederik een zuivere leiding, zodat de werkheiligheid lange tijd overheerste.

Riedels moeder bezat de middelen niet om haar jongens te laten studeren en daarom moesten ze een vak leren: de oudsten moesten schilder worden en Frits werd bij een kleermaker in de leer gedaan. Over die leerjaren is ons niets bekend, zodat we ineens moeten overwippen tot de 18-jarige leeftijd. Het was in die tijd de gewoonte, dat jonge mensen een reis gingen maken als handwerksgezel, om wat mensenkennis op te doen en vrijheid van beweging en zelfstandigheid te verkrijgen. Met zijn vriend Willem Gils, een zeepzieder, ging hij op stap, zwierven van de ene patroon naar de andere en kwamen tenslotte in Graz, de hoofdstad van Stiermarken. Het zou hier best gegaan zijn, maar het was daar een roomse omgeving en dat was voor de Lutheranen op de duur niet uit te staan. Stiermarken werd dan ook verlaten en nu kwamen de vrienden door Hongarije eindelijk in Silezië terecht. In Hongarije was zijn vriend gebleven, zodat Riedel alleen in Silezië aankwam. En hoe kwam hij er? Ziekelijk en uitgeput en haast zonder enige geldmiddelen. Wie zou zo'n jongen in dienst nemen? Dat viel niet mee en het duurde lang eer Frits een onderdak had gevonden. Eindelijk werd hij aangenomen, maar nu brak zijn ziekte eerst goed door. Veertien weken was zijn leven in groot gevaar. Wat er in het hart van Riedel omgegaan is, kan moeilijk beschreven worden. De dood stond hem voor ogen. Als hij hier nu moest sterven? „En wij moeten allen geopenbaard worden voor de rechterstoel van Christus" klonk het in zijn ziel. De jonge man rilde. Een stem met de kracht van een bazuin riep hem nu toe: „Gij zijt een zondaar en gij gaat verloren!" Waar moest hij zich bergen? Hier was niemand, die hem moed kon inspreken; die tot hem zou zeggen, dat hij toch altijd oppassend had geleefd en dat het wel terecht zou komen met hem; hij was toch de ergste niet, enz. Zou hij nu de rechte weg zoeken, waar mensen moeten terecht komen, die geen weg meer weten? Neen, nog zou hij het zoeken in eigen kracht. Hij deed de Heere een ger lofte en sprak: „Heere, mijn God! als Gij mij van de dood redt en de dierbare schat der gezondheid weer wilt schenken, dan zal mijn gehele leven U zijn toegewijd."

Na de veertien weken nam de ziekte een keer en de dokter kon goede hoop geven op herstel. Die herstelling kwam gelukkig. En nu moest de gelofte worden vervuld. Met ernst zou Riedel aan 't werk gaan. Het zou een strijd worden, een zware strijd!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 1954

Daniel | 8 Pagina's

ZENDING IN DE MINAHASSA

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 januari 1954

Daniel | 8 Pagina's