VRAGENBUS
Correspondentie voor deze rutriefc aan : J T. MOLENAAR, Leede 18. Rotterdam Zuld
A. W. te V. vraagt mij nadere inlichtingen over de moeilijkheden, die de laatste tijd gerezen zijn in ons kerkelijk leven.
Antwoord: Ons blad is geen strijdblad. De Hoofdredacteur heeft al de medewerkers van Daniël op 't hart gedrukt over kerkelijke kwesties niet te schrijven. Hieraan hopen , ve on? -te houden.
De Saambinder heeft op waardige wijze de zaak belicht. Sla die artikelen nog eens op. Wilt U nadere verklaring, welnu uw consulent is wel bereid u te woord te staan.
J. J. te K. vraagt hoe de Geref. Gemeenten staan tegenover de zgn. weekeindkampen voor de jeugd. Hij had in het nummer van 24 Oct. in „Kerknieuws" van de heer Scheps gelezen, dat Ds. B. van de Chr. Geref. Kerk te A. met de jeugd zijner gemeente een weekeindkamp hield in het Gooi. De Zondagmorgen kerkte men te Bussum in de Chr. Geref. Kerk, waar Ds J. voorging, terwijl Ds B. 's middags voor deze jeugd een toespraak hield in het weekeindkamp.
Antwoord: Dat we daar afwijzend tegenover staan, behoef ik eigenlijk niet te zeggen. Onze kinderen behoren evenals de ouderen 's Zondags naarstig naar Gods huis te gaan, om onder ambtelijke bediening te verkeren onder de prediking van Gods Woord.
Tot mijn blijdschap kan ik u melden, dat mij uit betrouwbare bron gebleken is, dat deze zaak ter tafel is geweest op de Generale Synode van de Chr. Geref. Kerk en dat die synode haar afkeuring heeft uitgesproken over het optreden van Ds B. te A.
Zelfs in de kanselboodschap, die tot de plaatselijke kerken is uitgegaan is aangedrongen, dat de ouders toe zullen zien, dat hun kinderen ook al zijn ze des Zondags in de jeugdkampen trouw ter kerk zullen gaan.
J. B. te R. vraagt wie de schrijver is van het boek „Jesaja".
Antwoord: e zouden kort kunnen zeggen: Natuurlijk Jesaja, want in Jes. 1 : 1 wordt gesproken van het gezicht van Jesaja." Dat is voor ons eigenlijk voldoende.
Maar omdat het ons bekend is, dat vooral vele nieuwere theologen een andere mening zijn toegedaan, daarom wil ik wat dieper op de zaak ingaan.
Jesaja werd geroepen tot profeet in het sterfjaar van koning Uzzia. Dat was 740 jaar voor Christus.
Zeker was hij werkzaam tijdens Sanheribs val (onder Hiskia in 701 v. Chr.), ja zelfs tot het 14e jaar van Hiskia, in het welk de gezanten van Babel tot Hiskia werden gezonden.
Als het waar is, dat hij geleefd heeft tot de regering van Hiskia's zoon, Manasse, zoals sommigen menen, onder wiens bevel hij doorgezaagd en alzo gedood zou zijn, dan heeft hij meer dan zestig jaar lang gepredikt en geprofeteerd. Hij was iemand van hoge ontwikkeling, gesierd met dichterlijke gaven en volledig op de hoogte met de politieke gebeurtenissen.
Onder de meeste nieuwere theologen heerst de opvatting dat dit boek geen eenheid vormt, maar dat het boek „Jesaja" geschreven is door 2 of 3 verschillende personen. Daarom spreekt men van deutero-Jesaja (hfdst. 1 t.m. 30 en 40 t.m. 66) en van titro-Jesaja hfdst. 1 t.m. 39, 40 t.m. 54 en 55 t.m. 66).
Deuteros — tweede, trito — drie. Behalve op taal en stijl beroept men zich daarvoor op historische argumenten.
Inderdaad is het uitgangspunt in het eerste deel anders dan in het tweede. Eerst toch neemt hij zijn standpunt in zijn eigen tijd, later gaat hij er van uit, dat de ballingschap al een voldongen feit is. Hij noemt zelfs de naam van Cyres of Kores. (hoofdstuk 44 : 28 en 45 : 1).
De opvatting van 2 of 3 schrijvers komt echter in strijd met de Schrift zelf. Ook al omdat, zoals boven geschreven werd, in Jes. 1 : 1 gezegd wordt, dat wat hier volgt, 't gezicht van Jesaja is, maar meer nog in de uitspraken van het Nieuwe Testament.
In Luk. 4 : 17 wordt aangehaald Jes. 61 : 1, als staande in het boek Jesaja. We lezen daar n.1.: En Hem werd gegeven het boek van de profeet Jesaja."
Ook worden gedeelten uit Jes. 40—66 aan Jesaja toegeschreven. In Matth. 3 : 3 lezen wij: Want Deze is het van dewelke gesproken is door Jesaja, de profeet." De tekst hier aangehaald staat in Jes. 40 : 3.
Hetzelfde vinden we in Joh. 1 : 23.
Ten slotte verwijs ik nog naar Rom. 10 : 20, waar
de apostel schrijft: „En Jesaja verstout zich en zegt: Ik ben gevonden van degenen, die mij niet zochten; IK ben openbaar geworden dengenen, die naar Mij niet vraagden."
Een aanhaling uit Jes. 65.
Ik geloof, dat de vrager zelf wel zal moeten zeggen,
dat het vast staat, dat Jesaja, geïnspireerd door de Heilige Geest, de hoofdstukken 1 t.m. 66 geschreven heeft.
We moeten het ons dus zo voorstellen, dat Jesaja in het tweede deel door de geest der profetie in de tijd der ballingschap is geplaatst. De naam van de Perzische koning Kores heeft hij dus voorspeld.
J. B. te R. vraagt ook of ik het woord „monogamie" wil verklaren.
Antwoord: Monogamie komt van het griekse woord „monos", wat „alleen" betekent en „gamos" wat „huwelijk" beduidt.
Het woord ziet dus op het huwelijk van één man en één vrouw. Deze vorm van huwelijksgemeenschap is de oorspronkelijke door God gewilde.
De Heere gaf aan Adam één vrouw. De Heere Jezus heeft in Matth. 19 gezegd: Hebt gij niet gelezen, Die van den beginne de mens gemaakt heeft, dat Hij ze (die twee) gemaakt heeft man en vrouw en in Efez. 5 : 31 zegt ons Gods Woord: Daarom zal de man zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aankleven; en zij (die twee) zullen tot één vlees zijn."
Lamech heeft reeds tegen deze scheppingsordinantie gezondigd, doordat hij twee vrouwen nam.
Deze bigamie (van bis — tweemaal en gamos = huwelijk) kwam later onder Israël meermalen voor. Denk aan Elkana.
De aartsvaders volgden de huwelijkszede der Heidenen, die polygamie, d.i. veelwijverij toeliet.
De Heere Jezus heeft het oorspronkelijk huwelijksideaal w r eer van onder het stof der eeuwen te voorschijn gehaald. Daarom is door de Christelijke Kerk de monogamie algemeen aanvaard.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 december 1953
Daniel | 8 Pagina's