JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Kerkgeschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerkgeschiedenis

5 minuten leestijd

De heilige Ligue van Neurenberg (1538). Toen ervan een concilie niets kwam, ging een deel der duitse roomse vorsten heen en sloot het Verbond van Neurenberg.

Doel van deze bond was: verdediging tegen het dreigend Protestantisme.

Dat gaf nieuwe gevaren, die de keizer wegens de politieke toestand gans niet gelegen kwamen.

Er werd van weerszijden onderhandeld en de uitslag was het Bestand van Frankfort (1539), waarbij het dreigend krijgsgevaar werd afgewend, de Protestanten 15 maanden rust kregen, mits zij hulp beloofden tegen de Turken, terwijl men ook een godsdienstgesprek dacht te houden.

Van dit laatste moest de paus weer niets hebben, want, zo redeneerde hij: dat wordt dan geen concilie maar een duitse nationale vergadering! En daar was wel wat van aan.

Tn deze tijd gebeurde er echter iets, dat aan het Smalk. Verbond een geweldige klap zou toebrengen. Het lekte nl. uit, dat Philipp van Hessen, zoals wij weten een der grootste voorvechters van het Verbond, zich, hoewel gehuwd, had schuldig gemaakt aan bigamie, door in 't geheim een tweede, huwelijk te sluiten met een hofdame (1540).

Volgens het Rijksrecht kon hem dat land en leven kosten en de keizer maakte van deze situatie handig gebruik, zijn tegenstander, zoals men dat wel eens zegt, schaakmat te zetten.

Granveile Sr. wist hem over te halen de Keizer om vergeving te vragen. Hij zou dan moeten beloven de opname van Frankrijk, Engeland en Kleef in het Smalk. Verbond tegen te gaan. Hetgeen geschiedde.

Hiermee brak hij natuurlijk zijn eigen werk af. Nog een gevolg van dit betreurenswaardig feit was, dat de schoonzoon van Philipp, hertog Maurits van Saksen (hij was de grootvader van onze prins Maurits), zich ook aan die afspraak hield en Brandenburg nu niet meer mee wilde doen.

Onze lezers zullen begrijpen, dat het Verbond practisch was uitgeschakeld en het Protestantisme zeer bedreigd werd.

Karei liet nu de Protestanten aan de lijn houden met diverse godsdienstgesprekken, waarbij de goedgelovige MeIa.nchthon zich er tussen liet nemen; gesprekken die vanzelf op niets uitliepen.

Hij wachtte het moment af, dat hij de handen vrij zou krijgen, om dan de strijd te beginnen tegen „de ketters en de vorstelijke revolutionairen in Duitsland." Dat moment kwam in 1544/'45.

In 1543 was het laatste gewest der Nederlanden, Gelre, in zijn bezit gekomen; in 1544 sloot hij vrede met Frankrijk te Crépy; ook met de Turken sloot hij vrede.

Met de paus kwam hij overeen, dat deze het voorgenomen concilie zou samenroepen te Trente tegen 15 Maart 1545. Trente (Trient) lag aan de Etsch, „in de alleruiterste hoek van het duitse Rijk." Volgt: zo nodig kon de paus het overplaatsen naar Italië!

De Protestanten weigerden echter op de tweede Rijksdag van Worms naar het concilie te gaan, omdat het daar te onvrij was en in strijd met hetgeen men gevraagd had.

In deze tijd verscheen Luther's laatste strijdschrift: Tegen het van de duivel gestichte pausdom in Rome. Het kon niet uitblijven, of dit alles moest tot een breuk en zo tot een religiekrijg voeren, die dan ook gekomen is.

Luther zalig gestorven (1546). In deze zorgelijke tijden ontviel aan de Hervorming haar trouwe leider en strijder: Luther ging de eeuwige rust in.

De laatste levensjaren waren zwaar — én door de vele teleurstellingen, én door zijn lichaamslijden. Een somberte tegen mensen en toestanden greep hem aan, al vond hij ook in de huiselijke kring een aangename verpozing.

En nu die dreigende religie-krijg.

In Jan. 1546 werd hij naar Eisleben, zijn geboorteplaats, geroepen, teneinde een twist der graven van Mansfeld bij te leggen.

Hij was al niet in orde en zijn vrouw zag hem met bezorgdheid gaan.

De reis ging met grote moeilijkheden gepaard. Zijn drie zonen en de leraar van deze, alsmede zijn knecht vergezelden hem.

Voortdurend schreef hij hartelijke brieven aan zijn vrouw, maar deze las, zoals men wel eens zegt, nu en dan tussen de regels door en bleef bezorgd.

Luther wist de twist tussen de beide heren te beslechten. De laatste brief w r as buitengewoon opgewekt en bracht Donderdags grote vreugde in het zwarte klooster.

Helaas, wist de arme vrouw niet, dat Luther, toen de brief arriveerde reeds was overleden!

's Zondags te voren had hij nog gepreekt, maar kon de prediking niet ten einde brengen.

Hij leed namelijk aan open beenwonden en kreeg een flauwte. Hij knapte echter w T eer wat op.

Woensdag daarop kreeg hij weer een voorgevoel van zijn dood. Tot zijn vriend Jonas zei hij: „Ik ben hier te Eisleben geboren en gedoopt. Zou het onmogelijk zijn, dat ik hier sterven moest? "

's Avonds kreeg hij een zware beklemming op de borst. Toen hij naar zijn slaapkamer ging zei hij: „Zo het God belieft, ik ga naar bed; in Uwe handen beveel ik mijn geest; Gij hebt mij verlost, Gij trouwe God."

Te middernacht werd hij wakker van een zware beklemming op zijn hart. Hij stond op en ging naar de woonkamer. De vrienden lieten nu een dokter halen, die hij de eerste maal niet wilde hebben.

Toen hij door de toegediende geneesmiddelen hevig begon te zweten, beschouwde de aanwezige predikant dit als een gunstig teken. Maar Luther zei „ Het is het koude doodzweet, ik ga sterven."

Ontroerend was zijn laatste gebed: „O, mijn hemelse Vader, God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Gij God aller vertroosting, ik dank U, dat Gij mij Uw lieve Zoon Jezus Christus geopenbaard hebt, in Wie ik geloof. Die ik gepredikt en beleden heb, Die ik geliefd en geloofd heb, Die de ellendige paus en alle goddelozen smaden en lasteren. Ik bid U mijn Heere Jezus Christus, laat U mijn ziel bevolen zijn; o, hemelse Vader, als ik dan reeds dit lichaam verlaten en uit dit leven weggenomen moet worden, zo weet ik toch zeker, dat ik eeuwig bij U blijven zal en niemand mij uit Uw handen rukken kan."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 december 1953

Daniel | 8 Pagina's

Kerkgeschiedenis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 december 1953

Daniel | 8 Pagina's