De aardse tabernakel gebroken
Juisl in de nacht der tijden behoort het visnet van het evangelie te worden uitgeworpen. (Merkelijn in een brief aan Middelburg ).
Het is Vrijdag 6 Mei 1938. We bevinden ons op het perron van het station van Djokja. Het is een hele drukte, want er staat een trein gereed om te vertrekken naar Batavia, nu Djakarta genoemd. In de regel zijn daar veel passagiers voor, ook nu. Een korte fluittoon klinkt en de trein zet zich in beweging. Laten we even in één van de wagons gaan zien. Daar in die hoek zit iemand die we kennen en waar we al zo veel van hebben gehoord. Het is Aart Merkelijn, de pionier van Mage-
lang. Hij is nu zestig jaren oud, maar je zou hem ouder schatten. Het werk in de tropen heeft hem ouder gemaakt dan we zouden verwachten. En welk werk is het geweest! Door zijn groot doorzettingsvermogen heeft hij veel mogen bereiken. Bij bittere tegenslagen heeft hij de moed niet opgegeven, maar hij is voort gegaan met het werk, dat hij van Godswege op zijn schouders voelde gelegd.
Nu gaat hij met zijn vrouw voorgoed naar Holland. Zijn lichaam kan de hitte des daags en de koude des nachts niet meer doorstaan. Hij moet zijn geliefde werk aan een ander overlaten. Die ander, Ds C. van Nes, is tot zijn werk ingeleid en nu kon Merkelijn gaan.
. Gedurende de lange treinreis kunnen zij, Merkelijn en zijn vrouw, terugdenken aan hetgeen is voorbij gegaan. Het vorige jaar heeft de zendeling onder grote belangstelling zijn zilveren jubileum van zijn zendingsarbeid mogen vieren. Een kwart-eeuw heeft hij met veel gebrek, maar met grote liefde, zijn gewichtig werk verricht. Vier jaren daarvoor was het 25 jaar geleden, dat hij in Schoondijke bevestigd was tot leraar. En dan was daar ook zijn zilveren huwelijksfeest. Als Merkelijn zijn zin had gehad, dan was alles in stilte verlopen. Hij schrijft hierover: , , Het mooiste lied bij een jubileum is: —• Hij handelt nooit met ons naar onze zonden —, en daarom is het niet prettig om dan te luisteren naar vriendelijke woorden, die lof toezwaaien. Maar hartelijkheid doet toch goed en die mochten we in ruime mate ontvangen."
Nu en dan is het stil. Dan zijn die twee mensen alleen met hun gedachten bezig. Dan vraagt Merkelijn aan zijn vrouw: „Zou je die 26 jaar met al hun moeilijkheden en zegeningen nog eens willen doorworstelen? " Zijn vrouw zegt niets. Ze durft geen volmondig , , ja" te zeggen, waarop haar man zegt: , , Zelf zou ik graag nog 26 jaar in dienst van de Heere Jezus op het zendingsveld willen werken."
De zendeling kijkt op zijn horloge. Half elf! Maar dat kan niet. De trein is al minstens een uur aan het rijden en ze zijn van D jok ja om half elf vertrokken. Merkelijn houdt zijn horloge aan zijn oor en luistert. Geen tikken wordt gehoord. Het klokje staat stil, precies op het tijdstip waarop ze het zendingsveld gingen verlaten. Hun leven in Magelang en in Midden-Java was om half elf, toen de trein vertrok, geëindigd.
Na zijn terugkeer in ons land, heeft Merkelijn nog een kleine vijf jaar met zijn vrouw en zijn drie kinderen mogen wonen in de stad Leiden. Tijdens zijn emeritaat heeft hij nog vaak het woord gevoerd en krachtig gepleit voor het voortzetten van de zendingsarbeid. Niets mag ons van dat werk weerhouden, tegenstand noch donkerheid der tijden. In een brief van 4 Dec. 1933 had hij reeds geschreven: „De malaise-tijd is juist zo'n mooie tijd om te werken: juist in de nacht der tijden behoort het visnet van het evangelie te worden uitgeworpen."
Hij zou nog heel wat meer in Holland gedaan hebben, als zijn gezondheid het had toegelaten. In het jaar 1933 klaagde hij in zijn brieven al over telkens terugkerende vermoeidheid. Die vermoeidheid was een gevolg van zijn hartkwaal, die hem ook van tijd tot tijd veel pijn veroorzaakte, en hem erge benauwdheden bezorgde. Toen zijn lichaamskrachten zienderogen gingen afnemen, ging hij erg tegen de pijn van het afscheidnemen opzien: hartkramppen kunnen zo vreselijk pijnlijk zijn. Voor een smartelijk sterven heeft de Heere hem echter willen sparen. Op zekere nacht kreeg hij het weer zo benauwd, dat hij besloot uit bed te gaan en een beetje in een gemakkelijke stoel te zitten. Hoe lang hij in die stoel nog heeft gezeten, weten we niet. Wel weten we, dat zijn vrouw hem vond in zijn stoel: het zwakke hart had opgehouden te kloppen, en Merkelijn was niet meer.
Het werk in Midden-Java wordt thans door anderen voortgezet en de band tussen Middelburg en Magelang is verbroken, daar Magelang bij Djokja is gevoegd en nu zendingsterrein van de kerk van Amsterdam is geworden.
Tijdens de troebelen op Java werd de pastorie van Merkelijn bij militaire acties verwoest, maar de kerk bleef behouden. Was dit misschien een teken, dat de mens er buiten valt met al het zijne en dat het werk des Heeren stand zal houden?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 november 1953
Daniel | 8 Pagina's