Vaderlandse Geschiedenis
Successen ter zee. Ter zee wisten wij echter successen te boeken. Op de engelse kust werd in 1602 een spaanse kapervloot van de vroeger reeds genoemde Frederik Spinola verslagen.
Het wapenfeit van Joost de Moor (de scheepsstrijd bij Sluis) vermeldden wij reeds.
In 1604 versloeg Haultain bij Dover een vloot, die troepen uit Napels naar de Nederlanden moest overbrengen.
Minder mooi handelde dezelfde Haultain in 1606. Onze tochten naar Indië waren begonnen en nu moesten wij verhinderen, dat schepen de spaanse en portugese havens verlieten, om hun landgenoten in Indië te hulp te snellen.
De spaanse vloot kwam opdagen bij kaap Sint Vincent en Haultain week terug, een zijner bevelhebbers, vice-admiraal Reinier Claeszen, in de steek latend.
Deze zag zich omsingeld door een vijandelijke overmacht. Twee dagen verdedigde hij zich; toen stak hij de brand in het kruit en vloog met zijn schip in de lucht, liever dan zich over te geven.
In 1607 was het weer nodig een vloot uit te zenden naar de spaanse kust bij Gibraltar onder Jacob van Heemskerck.
Onder het vuur van de kustbatterijen zeilde de dappere admiraal zelf voorop en zo het voorbeeld gevend, de baai binnen, maar sneuvelde reeds bij het begin van de slag.
Er ontstond echter geen verwarring, want de kapitein van het admiraalschip, Verhoeff, alsmede onze vice-admiraal Alteras zetten de strijd onversaagd voort en wij behaalden een schitterende overwinning.
Ook d' Avila, de spaanse admiraal was gesneuveld en zijn vloot vernietigd.
Wij verloren geen enkel schip en maar 100 doden, de vijand daarentegen 2000.
Heemskerck ligt begraven in de Nieuwe Kerk te Amsterdam, waar ook het stoffelijk overschot van De Ruyter rust.
Bekend is het grafschrift:
Heemskerck, die dwars door 't ijs en 't ijzer durfde streven, Liet de eer aan het land, hier het lijf en voor Gibraltar het leven.
Opmerkelijk is, dat in hetzelfde jaar, waarin Heemskerck sneuvelde, Vlissinger Michiel werd geboren. Vredespogingen. Geen wonder, dat bij vriend en vijand het verlangen naar vrede al sterker werd, dat men meer dan eens al getracht had vredesonderhandelingen aan te knopen.
Tot hiertoe tevergeefs. Het was telkens afgestuit op de bekende eisen der Spanjaarden: gehoorzaamheid aan de koning en handhaving van de roomse godsdienst.
Maar onze schuldenlast was al groter geworden. Nu, in het jaar 1607, lagen de vijandelijkheden te land practisch stil. De vijand had flinke klappen geincasseerd; nu werd het vredesgerucht weer vernomen.
Maurits (en ook Willem Lodewijk) was niet voor de vrede. Hij zag er een list in van de vijand om tweedracht te zaaien. De Prins zag zeer goed. Bij de onderhandelingen later trad vooral pater Neijen op de voorgrond, generaal der Franciscanen, van wie gezegd wordt, dat hij was „een man van fijne, innemende manieren, grote kennis omtrent de toestanden der Republiek, listig en met een dubbel vel voor het voorhoofd". Dit zegt genoeg.
Frankrijk en Engeland zouden bemiddelen. Vooral de franse gezant, Jeannin, was een gladde vogel, die de touwtjes in handen had.
touwtjes in handen had. Hendrik IV had al gezegd, dat het in de Republiek niet goed ging, omdat Oldenbarnevelt en Maurits steeds scherper tegenover elkaar gingen staan. „Hun verdeeldheid is de val der Republiek". En deze begeerde de koning niet.
ning niet. In de grond der zaak wilde hij echter beide, Spanje en de Republiek te vriend houden.
Het eerste land, omdat hij hoopte, dat de dauphin (— zijn zoon en opvolger) zich nog eens met de infante (— spaanse prinses) zou verloven. Voor zichzelf hoopte hij, dat hij nog eens de souvereiniteit over deze landen zou krijgen.
Wat een politiek goochelspel!
Jeannin zou dan beproeven om Oldenbarnevelt Maurits dichter bij elkaar te bï-engen. en
Oldenbarnevelt kreeg nu van Maurits de toestemming om een wapenstilstand te sluiten, aanvankelijk voor 8 maanden (later verlengd) (1607).
Men mene echter niet, dat Maurits van gedachte veranderd was. Hij gaf zijn toestemming, opdat, naar hij hoopte, het blijken zou, dat van vredessluiting geen sprake zou zijn, wegens de eisen, die de vijand zou stellen.
In 1608 kwam dan een plechtig gezantschap met Spinola aan het hoofd (ook de zoëven genoemde patei Neijen was er bij) naar Den Haag.
Maurits reed hem ter begroeting tegemoet tot d< Hoornbrug bij Delft.
De onderhandelingen hadden plaats in de z.g. Trèves zaal op het Binnenhof (trèves = bestand), welke zaa nog heden ten dage te bezichtigen is.
De onderhandelingen stonden onder leiding van Ol denbarnevelt.
De Spanjaarden eisten tot vredessluiting, dat de Ne derlanders de vaart op Indië zouden laten schieten ei
dat wij de roomse godsdienst in deze landen zonder beperking zouden toelaten.
Oldenbarnevelt zei echter, dat wij nooit onze beginselen, wat de souvereiniteit, de godsdienst en de handel betreft, zouden loslaten. Philips III hield ook zijn stuk vast en zo kwam er van vredessluiting niets.
Maurits en Willem Lodewijk kregen hier al gelijk: „Veeleer zal de natuur veranderen als dat de vijand verlaten zijn maxime essentieel, dat de ketters en rebellen geen geloof is te houden; hij zal arbeiden om met praktijken en bedrog te verkrijgen daartoe hij met al zijn macht en geweld niet is, kunnen komen. (Groen blz. 183). (maxime essentieel = ware aard).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 november 1953
Daniel | 8 Pagina's