Een liefelijke vermaning voor de strijdende kerk.
Zie Ik kom haastclijk, houd dat gij hebt opdat niemand uw kroon neme. (Openb. 3 : 11)
Dit woord is gericht aan de engel en tevens aan de gemeente van Filadelfia. Een stad die vermaard was, en wel genoemd het kleine Athene. Ten tijde van liet Romeinse Kijk bekend als een belastingdistrict. Daar had de Heere Zijn gemeente; maar ook de Satan, die geen middel onbeproefd laat om de kerke Gods te vernietigen, zat daar op de troon. En volgens vers 9 had de gemeente veel le lijden van de vervolging der joden. Maar onder dat alles mocht de genade Gods triomferen door Hem die dit woord spreekt en verwinnaar is in de strijd en Zijn volk de zegen geelt. Die zegt: „Ik weet uwe werken; zie Ik heb een geopende deur voor U gegeven, en niemand kan die sluiten; want gij hebt kleine kracht en gij hebt. mijn Woord bewaard, en hebt Mijn Naam niet verloochend."
Welk een bemoediging, niet alleen voor de gemeente van Filadelfia maar ook voor de strijdende kerk, die staat als een schaapskooi in het midden der wolven. Want zodra Gods werk in de harten van verloren zondaren verheerlijkt wordt, maken alle vijanden zich op, ware het mogelijk dat werk te vernietigen. De Satan met zijn trawanten valt de ziel aan en tracht het zalig worden onmogelijk te maken en was het mogelijk ze tot do wanhoop te brongen. De wereld werpt ze uit. En wat wordt het bewaarheid, dat Israël alleen zal wonen. Neem daarbij de strijd der zonde die in hen woont, en niet het minst die van het ongeloof. Daarbij is in hen geen kracht tegen zulk een grote menigte. Zo is het niet alleen in het begin van de weg, neen de strijd wordt steeds zwaarder; hoe bang kan liet soms zijn, strijd van buiten, en vrees van binnen, ook al zijn zij zich hun grondslag bewust in Christus. In dat alles wordt bewaarheid dat zij kleine kracht hebben, en de vijanden machtig zijn. Zij zouden bezwijken, als de Heere hen niet staande hield. Maar Hij geeft de ziele van zijn tortelduif niet over aan het wild gedierte des velds.
Daarom zegt Hij: „Zie, Ik kom haastelijk; " dat is de grole belofte die Hij zijn kerk heeft nagelaten. En iils hel recht ligt, zien zij ook naar Zijn komst uit. Onder de schaduwdienst zag de gelovige Israëliet uit naar Zijn konisl in liet vlees. En de nieuwe Testamentische kerk ziet uit naar Zijn komst op de wolken des hemels. Dan zullen de vijanden voor eeuwig onder de voeten verpletterd, en de strijdende kerk voor eeuwig met de triumferende kerk verenigd worden. Dit woord wijst op het grote einde dat komt. Hoe moest Gods volk meer van de aardse beslommeringen afzien, om de hemel in liet oog te hebben en Hem die staat aan de rechterhand Gods. Vooral in deze dagen, en de bange toekomst die aanstaande is geldt wel het woord van de Apostel: „indien wij alleen in dit leven op Christus waren hopende, zo waren wij de ellendigste van alle schepselen. Hij toch zal Zijn woord bevestigen dat Hij sprak tol Zijn jongeren: „Uw harte worde niet ontroerd" enz. Als er een indruk in ons hart mag zijn van de heerlijkheid die Gods kerk bereid is, dan zal de wereld met al liet zijne wegvallen. Daar zal de strijdende kerk toch iets van ervaren, zij zullen toch geen vreemde hemel ingaan en geen vreemde God ontmoeten en geen vreemd werk gaan doen. Mocht ons oog er meer voor geopend worden; dat Hij komende is door Zijn oordelen en gerichten.
Zijn voetstappen worden gemerkt in al de beroeringen en verwarring die er heerst. De verdrukking voor Gods kerk zal niet eeuwig duren, aan de strijd komt een einde. Dat daarom de strijdende kerk niet ontmoedigd moge worden, maar veeleer de vermaning van Hem Ier harte moge nemen, die zegt: „houd dat gij hebt." Dan moeten wij ook wat hebben dat de eeuwigheid kan verduren. Het volk des Heeren leert in de ontdekking dat zij ook niets vast kunnen houden, daarbij moeten zij ook alles
verliezen wat van hen zelf is, wij! zij met behoud van hun leven niet zalig worden. Dat maakt hen juist zo arm, opdat genade verheerlijkt worde door recht. Dan zal Gods werk alleen zegevieren in het felste van de strijd en behoudt Hij zijn werk, Die zegt dat dc poorten der hel de gemeente niet zullen overweldigen. Dan is hel die gezegende Christus die hen kracht geeft in zwakheid. Hier in onze tekst vermaant Hij de gemeente: „houdt dat gij hebt", en wil Hij zeggen: laat geen valse rust bij li gevonden worden, en er geen verslappen zijn in de gebeden, en er meer mocht zijn een toenemen in de oefeningen van het geloof.
Om dan in het gelovig toevlucht nemen tot Christus meer gebruik van Hem tc maken. Want als dat gemist wordt is de kerk in groot gevaar, vooral in de dag der bezoeking die komt. En hoe is liet nu geste ld in deze tijden? Ten rechte een woord op zijn plaats: „houdt wat gij hebt!" Wat worden de handen slap, moedeloosheid, zorgeloosheid, dode klachten, , afval en verval. De bidvertrekken van Gods volk staan leeg. De lusten van het vlees vieren hoogtij. De kerk is met de dwaze maagden in slaap gezonken en ligt op het bed van zorgeloosheid. O hoe moest het woord van Christus ons in de oren klinken. De kerk houdt niet meer wat zij gekregen heeft. Schuldbesef, verbroken van geest, arm, ellendig, nooddruftig, afhankelijk en vervuld met de vreze Gods; dit alles wordt gemist. Dan heeft men geen oog meer voor de goedheid en getrouwheid Gods, men verwerpt de vermaning en slaat geen acht meer op het W oord 011 de daden des Heeren. Wij mochten eens recht schuldenaar worden, ziende de lankmoedigheid Gods, dat Hij nog wel doet, dat Hij Zijn hand opent en verzadigt al wat er leeft naar Zijn Welbehagen.
Wal is het een voorrecht als Hij van ons kan zeggen in het midden van de strijd: „Ik weet uwe werken" enz. (vers 8) en door genade standvastig te staan met verzaking van eigen bedoeling. Gods werk toch zal beproefd worden. Maar ook zal Hij de vijanden van Gods kerk brengen onder de voet, die zelfs zullen moeten bekennen dat de Heere Zijn Volk liefheeft. Dat roept Gods kerk toe 0111 meer hemelsgezind te zijn, meer van de hemel te hebben, en minder van de aarde; ziende wat hen te wachten staat, gelijk Christus hen vermaant: „opdat niemand uw kroon neme." O neen daar zal geen «afval der heiligen zijn.
Gods volk wordt hier aangespoord 0111 te volharden in de strijd, om dan gedurig hun hoop op de eeuwige zaligheid te stellen en hij alles wat tegenkomt en ontmoedigt niet te wankelen, maar te zien op de wolk der getuigen die zij rondom zich hebben liggen en te lopen de loopbaan die hen voorgesteld is. Want aan hel einde hangt de kroon. Dat zal geen lauwerenkroon zijn waar de wereld met haar sport en spel naar staat, maar een onverderfelijke en een onverwelkelijke kroon. Het zal voor Gods kerk eeuwig meevallen en dat door Hem die de strijd gestreden heeft 011 gekroond is met de heerlijkheid die Hij had bij de Vader, eer de wereld was. Hij krijgt de gloriekroon en zij mogen hun kronen nederwerpen aan Zijn voeten 0111 eeuwig te getuigen: „Gij hebt ons Gode gekocht met uw dierbaar bloed." Laat dan de wereld spotten en de satan en zijne machten zich samen spannen en de verdrukkingen vele zijn. Maar Gods Kerk komt er door en er uit.
Wal moest dit woord jong en otid tot opmerkzaamheid zijn. Dat er ecu haasten en een spoeden geboren mocht worden om ons levens wil. Zoekt nog de Heere terwijl gij leeft, nóg is het dc tijd. Ziet hoe laag de Heere afdaalt en zegt: Zo waarachtig als Ik leef, zo Ik lust heb in de dood des zondaars maar daarin heb Ik lust dat hij zich bekere en leve. Meen niet dat wij wat hebben van nature, alles wat ter zaligheid is moet ons uit genade geschonken worden. Zoekt Hem terwijl Hij te vinden is. roept Hem aan terwijl Hij nabij is. Het is een boze tijd. Maar de Heere leeft, Hij voert Zijn Raad uit in alles en dat tot verheerlijking van Zijn Naam. Hij geve hel U, Hem nog te erkennen voor al het goede van Zijn hand, „want Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 oktober 1953
Daniel | 8 Pagina's