Zending is de centrale roeping der kerk
Merkelijn toont dit door woord en daad.
Toen Merkelijn met verlof in ons land was, reisde hij van de ene naar de andere plaats om' gelden bijeen te zamelen om te kunnen komen tot een zendingshospitaal. Er was wel een hulphospitaal, maar dat voorzag niet in de behoefte. Vele malen had de zendeling geprobeerd iets beters vast te krijgen, maar telkens zonder resultaat. Ook het gouvernement weigerde subsidie en zo ontstonden grote moeilijkheden. Met een flink bedrag kon Merkelijn naar zijn arbeidsveld terugkeren en met nog wat aanvulling uit Indonesië zou het misschien gelukken iets geschikts te kopen. Het trof dat er na de terugkeer van de zendeling juist een groot gebouw met toebehorende grond in Magelang te koop was. Zou dit iets kunnen worden voor de zending, dacht Merkelijn. Op de verkoping was het zeer druk. Er waren ruim 150 Chinezen en nog Hollanders aanwezig. Hoe zou de verkoop uitvallen? We kunnen gerust zeggen, dat Merkelijn de enigste wel was, die biddend naar de koopdag ging. Hij wist: ook hier geschiedt niets buiten de voorzienigheid Gods, en hij had geleerd om de Heere te erkennen in alle wegen. De verkoop had een spannend verloop, maar op het eind was het gebouw met de behorende grond ten deel gevallen aan Merkelijn. Wat niet bepaald nodig was voor het hospitaal werd verkocht en van dit geld kon het gebouw verbouwd en ingericht worden. Hoe groot was de blijdschap van de zendeling! Hoor hem het zelf getuigen: , .
Ik weet niet, of ik ooit met groter blijdschap naar huis ben teruggekeerd. We hadden het hospitaal. Niets kon deze blijdschap onderdrukken, en we wisten, dat God de weg tot hiertoe gebaand had en ook verder zou banen."
Het zendingshospitaal werd 26 Mei 1932 geopend. Het was er gekomen zonder subsidie en daarom juist kon men het beschouwen als een gift van God. Het latijnse spreekwoord zegt: Ora et labora (Bid en werk) en de waarheid van dit gezegde was hier wel uitgekomen:
door de krachtige inspanning van de zendeling en zijn vertrouwend bidden tot God was het belangrijke werk tot stand gekomen. Naderhand bleek, dat het hospitaal zichzelf kon bedruipen, vooral ook door de energieke leiding van de directrice mej. Dr G. J. Dreckmeier, en dat het een belangrijk middel voor de zending was. Ja, een middel moest het zijn, dit hospitaal. In geen geval het doel van de zending. Daarvan was Merkelijn diep doordrongen. Hoor maar hoe hij hierover schrijft:
, , Het aantal zendingsgebouwen is respectabel, maar we zijn er diep van overtuigd, dat dit maar gebouwen zijn, en dat, indien er van weinig anders dan van oprichten van gebouwen gesproken zou kunnen worden, dit minder dan hooi en stoppelen zou betekenen met het oog op de eeuwigheid. Wanneer er in onze hospitalen alleen maar zieke mensen verpleegd worden, en in onze scholen alleen maar maatschappelijke resultaten behaald worden, dan zouden we alleen kunnen spreken van succes in de wereldse zin van het woord, van resultaten, die voor dit leven van belang zijn. maar die tenslotte evenals al het aardse verdwijnen en voor de eeuwigheid niets dan een lege, ijdele arbeid zouden zijn." Geregeld heeft Merkelijn de kerken voorgehouden, dat zending cle centrale roeping van de kerk is. Door woord en daad heeft hij heel zijn leven dit getoond. In het Gedenkboek van de Zuiderzending, dat uitgegeven werd na 25 jaar zendingsarbeid, schrijft hij:
In cle gemeente moet steeds weer de nadruk gelegd worden op de roeping om te belijden, ook als het schijnbaar niets geeft. De wereld om haar heen mag niet met rust gelaten worden; het Woord Gods moet uitgedragen worden, ook al heeft het tal van onaangenaamheden ten gevolge, ook al neemt de druk toe; een gemeente, die haar belijdenis, om welke reden dan ook, niet meer uitdraagt, is als een land, dat geen uitvoerhandel meer kent en daarom verarmt; als een boom, die ophoudt vruchten te dragen en nu nutteloos de aarde beslaat. Een gemeente mag nooit de gedachte krijgen: het geeft nu in deze omstandigheden van ontwaakte haat en toenemend verzet toch niets. Integendeel, in dagen van verzet is ook de consciëntie der verzetslieden mee aan 't woord en dan juist mag de gemeente niet wegkruipen, niet de ruimte alleen laten aan het tegensprekende woord. De gemeente van Philadelphia had maar kleine kracht, maar toch had ze Gods Woord bewaard en zijn Naam niet verloochend. En juist aan die gemeente werd een geopende deur gegeven."
Het hart van Merkelijn was zeer bewogen met het lot van zovele duizenden die maar voortleefden zonder God in de wereld of die er een valse godsdienst op na hielden. Voortdurend wees hij er op, om toch vooral plaats te maken voor de prediking van het evangelie des kruises. Laten we nog even luisteren naar een brief van hem, die hij in 1933 aan Middelburg schreef:
, , Hoe heerlijk zou het zijn, wanneer degenen, die Christus gevonden hebben, zich nu opmaakten om overal te helpen in de verbreiding van het evangelie. Hoe heerlijk zou het zijn, als er meer bezieling was, meer overgave van heel het hart en leven, meer lust om de Heere te dienen in cle verbreiding van Zijn Woord; als er meer gevoel was van de zwarte duisternis, die het volk omhult, en meer bewogenheid over het feit, dat nog slechts een luttel getal de naam van Christus belijdt. We hebben behoefte aan arbeiders, aan het doorbrekend werk van Gods Geest; bid daarom, dat de Heere arbeiders uitstote, bezieling geve en al die arbeiders werken doe in het bewustzijn, dat we zonder Hem niets kunnen, en dat heel het zendingswerk van het begin tot het eind des Heeren werk is."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 oktober 1953
Daniel | 8 Pagina's