RONDOM STAAT EN KERK
Te midden van al de strijd der geesten en het rumoer der volkeren ligt daar het Woord des Heeren om ons over dat leven der volkeren ook het ware licht te doen opgaan. Het begint in Genesis ons de schepping der wereld te vertellen en van de mens daarop. Aan de mens ivas de opdracht gegeven vruchtbaar te zijn, te vermenigvuldigen, de aarde zich te onderwerpen en over alle gedierte heerschappij te hebben. Maar dan wordt ons de val getekend en over het heerlijk tafereel van hemelse harmonie valt een schaduw des doods. Alle kennis Gods verloren, uit het Paradijs verdreven, nu worstelende met diezelfde aarde opdat zij brood zou geven, en nu vreze en schrik om het gedierte, dat zich tegen de mens stelt om liem te verslinden. Wij gaan hier op de val niet dieper in dan voor ons onderwerp nodig is; maar, ze is nameloos diep geweest!
En dan spreekt ons het heilige blad van Eva. die met smart haar eerste zoon voortbrengt en oveii hem juicht, maar zie, deze wordt een moordenaar. En hij is het die aan Adam en Eva voor 't eerst de dood in Abel doet aanschouwen, als gevolg op hun verbondsbreuk.
God schiep man en vrouw. En in hen de uitbreiding van het menselijk geslacht, Eva, de moeder aller levenden! Hier stelt de Heere het huisgezin als de cel van alle samenleving. En in dat huisgezin reeds treedt de man op als hoofd en oefent hij Merodach genoemd. .Verkondigt onder de heidenen, en doet horen en werpt een banier op, laat horen, verbergt het niet; zegt: abel is ingenomen. Bel is beschaamd, Merodach is verpletterd, hare afgoden zijn beschaamd, hare drekgoden zijn verpletterd" (Jer. 50 : 2). Merodach of Mardoek was dus een Babylonische afgod. Nebukadnezar heeft deze tempel in schitterende pracht hersteld.
Telkens in het vroege voorjaar op het Nieuwjaarsfeest, trokken de godenbeelden in optocht naar deze tempel en huldigden Mardoek als heer der schepping en in hem de Koning.
De tempeltoren was een machtig gebouw. Het fundament was een vierhoek met zijden van 92 m en de hoogte was ook 92 m. Er waren zeven verdiepingen, die naar boven toe steeds kleiner werden. Nabopolasser, de vader van Nebukadnezar, had aan de herbouw van deze toren grote schatten ten koste gelegd. Tal van Babylonische koningen hebben trouwens aan deze toren gebouwd en herhaaldelijk zijn inschriften gevonden, waarin vermeld werd, dat zijn top tot aan de hemel zal reiken. Men meent dan ook inderdaad, de Toren van Babel" uit Genesis 11 hier weergevonden te hebben. Na. Nebukadnezar werd het bouwwerk verwoest door Alrasveros. Alexander de Grote heeft later het puin opgeruimd, maar kwam door zijn dood niet meer aan de bouw van een nieuwe toe, zoals zijn voornemen was. Zo bleef de Toren van Babel een zinnebeeld, dat de mens ten hemel wil streven, maar dat zijn pogen nietigheid is. Nu is er op dezelfde plek een waterpoel, een moeras met de hoogste waterstand in het voorjaar, op dezelfde tijd als waarop in de oudheid hier de schitterende, maar goddeloze Nieuwjaarsfeesten plaats hadden.
W. VAN DIJK.
gezag. En met dat gezag is hij door de Schepper Zelve bekleed. Opdat er een samenleving van de volkeren mogelijk zou worden, tempert God de gevolgen van de val. Want zoals ook de Aj)ostel in Rom. 3 schrijft, is er in onze wegen maar vernieling en ellendigheid; Kaïn loont het al dadelijk, daar hij zijn broeder doodt. En indien door gezag geen perken gesteld werden, zou het leven op aarde voor de mens weinig van dat der dierenwereld onderscheiden zijn. Gods bedoelingen met de mensen zouden verijdeld worden indien er geen orde zou worden gehandhaafd.
Hier bij Kaïns vreselijk voorval openbaart de Heere het gezag van de Overheid. Want Kaïn beklaagt zich dat ieder die hem vindt hem nu zal doodslaan. Maar God stelt aan hem een teken, opdat hem niet versloeg al wie hem vond. En al weten wij niet wat dat teken geweest is, loch blijkt hier zonneklaar uit de woorden: „al wie Kaïn doodslaat zal zevenvoudig gewroken worden, " dal zulk een moordenaar gestraft moest ivorden maar het geenszins een ieder toekwam om een schuldige maar dood te slaan. Ook over Kaïns leven waakt het recht en hier is het begin van het recht der Overheid.
Immers, de gezinnen werden tot familiën, en deze vormden zich tot stammen en volken. En nergens is zover enige geschiedvorsing reikt een volk te vinden dat zonder overheid is.
Ziedaar de overheid en in haar het gezag als van goddelijke oorsprong.
Dat brengt voor alle samenleven zijn gevolgen mede. Het is niet eens van belang voor dit uitgangspunt of die overheid zich naar Gods geboden richt, hoe plichtmatig dit ook is; neen ook al leeft zij geheel buiten de kennis van Gods Openbaring, ook al vervolgt zij de ware Kerk, God zal hel straffen, maar haar plaats als gezag dragende overheid is bepaald.
Door Mij regeren de koningen en stellen de vorsten gerechtigheid. Noch de Heere Jezus Zelf noch b.v. Paulus hebben aan de heidense overheid het recht ontzegd tot oordelen. Zie hiervoor de Institutie van Calvijn, 4e boek, laatste hoofdstuk.
Hier is al dadelijk verschil met de mannen der revolutie. Zij menen, dat het overheidsgezag alleen maar beslaat oj> grond van een afspraak van hel volk onderling. En dat de macht van de slaat maar zover reikt als het volk die macht op een punt samentrekt en aan zekere personen toevertrouwt. Let hier vooral op dat onderscheid. Want niet alleen de oude S.D.A.Ithans Partij van de Arbeid, gaat hier feil, neen ook de andere partijen als liberalen en vrijz. democraten leggen niet de openbaring Gods aan hun staatkunde ten grondslag maar dc rede in de wil van de mens. Hier iverken bij hen beginselen van heidense filosofie, die de [/laats der H. Schrift inneemt, in liet gunstigste geval er naast gelegd wordt, zoals bij hel Humanisme dat zich in de P.v.d.A. en haar „doorbraak" weer zo gelden doet.
Wanneer uw correspondent er in slaagt deze verhandelingen met een „practiscli gedeelte" te besluiten, zal er nog gelegenheid genoeg zijn de praktijken van deze stromingen voor U te tekenen. Thans wil ik alleen dit ene in uw aandacht aanbevelen: deze volkssouvereiniteit is zó verankerd in de socialisten, dat bij voorbeeld de partijleden in hun vergadering soms het beleid van een raadslid, een wethouder, een Gedeputeerde der Staten, of zelfs een Minister, afkeuren. En als het zo ver komt, dan krijgt zulk een functionnaris de bons, dat is, „men neemt hem terug." Hij moet aftreden, want het „volk" wil hem niet meer. Stel je voor, een briefje: „Drees, je moet er uil." En toch is dat bestaanbaar en h< > t komt ook voor.
Denk (Ui eens in, iemand is door de Raad. tot\ wethouder gekozen, of door de Prov. Staten tot lid van Gedep. Staten, of door II.M. de Koningin tot Minister benoemd, allemaal verantwoordelijke gezagsposities, men is er voor beëdigd, de functie is met alle wettelijke waarborgen omkleed (en dal terecht) en dan moet de man zeggen: „ik moei weg, want de partij is ontevreden."
En daar zit natuurlijk meer aan vast. Deze opvatting van de positie van de overheid en haar gezag brengt mede, dat de partij ook tot zulk een functionnaris kan zeggen: „denk er om Jan, dat en dat laat je hoor, anders nemen we jou terug." (Leuk, ze noemen mekaar heel eenvoudig bij de voornaam.)
Nu zal dat laatste wel met wat andere ivoorden worden beschreven dan ik hier doe, hoewel zij lieus voor geen klein geruchtje vervaard zijn. Wanneer de revolutie het maar nodig oordeelt zijn haar aanhangers tot alles in staat.
Maar, wanneer u nu leest dat in deze Septembermaand, vóór de opening van de Kamers, de Partij van de Arbeid al een manifest uitgeeft hoe zij de regeringspoliliek voor liet komende jaar ziet, dan voelt U wel dat zij aan het gezag „mep" hebben en zij spreken hun mening eer de Koningin met Haar Ministers zich tot de Kamers wendt.
IJ vraagt nu: maar het volk kiest toch zijn vertegenwoordigers? Ik kom daar zeker nog op terug, doch wijs er nu op, dat liet volk niet zelf zijn Ministers kiest en ook niet rechtstreeks zijn Wethouders en Gedeputeerden. Hel zit wel in elkaar gedraaid, en daarom is hel mooi om liet eens te bekijken. Want het land besturen is een verheven taak en je ontmoet dan ook in die verschillende colleges soms mannen van wie je zegt: dat is een geboren magistraat; het ligt hem alles even gemakkelijk en: er gaat gezag van hem uit.
Het gaal in liet publieke staatsleven wel terdege om persoonlijkheden, mensen die met of zonder li lel iets „zijn". Wie eenmaal gekomen is kan wel met 'n grote sigaar reeds de air vertonen, maar dan moet het bestuursbeleid nog blijken.
Door samenloop van omstandigheden heb ik eivelen in het politieke leven ontmoet. Om nog even bij de „linkerzijde" te blijven, ik denk aan Jan, en Arie, en Gerrit en Sn ze... ach, tonelen speelden zich af! Suze had in haar jeugd de Goesse kap nog gedragen.... Maar ook, liberale mannen als Sweerts de Landas; en Mr Dr H. A. van Karnebeek, die als hij met de Koninklijke familie medekwam de grote gouden sleutels aan zijn gordel droeg, man van. fijne beschaving en grote mensenkennis, die vele talen sprak en in de Volkerenbond algemeen gerespecteerd werd.
Wat kon hij bijvoorbeeld op straal joviaal en uitdrukkelijk groeien, de hoed in de hand, even stilstaan en dan weer verder. En dat gold zelfs de eenvoudigste burger die voor liem in 't voorbijgaan hoed of pet afnam.
lk zeg niets ten nadele van de strijd en ijveringen van de lieden uit de Partij van de Arbeid als of zij niet uit beginselen gevoed zijn, maar de sfeer, de gezagshoogheid, de entourage die het volk in zijn regeerders toch wenst te zien, worden nu maar al te zeer als onnodige franje opzij gesmeten. En hun beginsel is verderfelijk, mits tegen het Woord.
A. J. K.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 oktober 1953
Daniel | 8 Pagina's