Bekwaam gemaakt voor een zware taak
Merkelijn naar Magelang
Nadat Merkelijn twee jaren in Schoondijke had gewerkt, riep de kerk van Middelburg hem om naar Midden-Java te gaan. Midden-Java, dat was juist het land dat hij altijd had begeerd om daar heen te gaan! Die roeping zou hij dus wel dadelijk aannemen. Maar neen, dat ging zo gemakkelijk niet, want hij was gebonden aan het Zeeuws-Vlaamse dorp. Hij had er met liefde gewerkt en zou hij de kudde nu zomaar mogen verlaten ? De gemeenteleden wilden er niets van weten, dat hun leraar zou weggaan. Ze zeiden: „Dominee, u mag niet gaan, want wij kunnen u niet missen. Het land hier is ook een heidenland".
In die tijd sprak een predikant in de kerk van Merkelijn over de uitzending van Paulus en Barnabas. Toen ze daar gevast en gebeden hadden, lieten zij hen gaan, zo staat er in Hand. 13. In Schoondijke waren ze anders gezind: e wilden hun dominee niet loslaten. Hoe moest dat nu ? Er werd een oplossing gevonden. Advies zou worden ingewonnen bij Dr Kuyper. De gemeenteleden verwachtten, dat deze zou zeggen, dat Merkelijn zou moeten blijven op de plaats waar hij was. Hoe geheel anders viel dit uit: uyper schreef, dat wie voor zo'n belangrijk werk werd geroepen, daarvoor niet mocht bedanken, daar er wel andere predikanten waren voor de arbeid in de kerken in Nederland. Een paar weken later stond er een overdenking in de Heraut over Jes. 10 : 15. Het ging over de pochende zaag. En wie was de pochende zaag? Een jonge dominee, die met zegen in zijn gemeente mocht arbeiden en nu op grond daarvan van mening was, dat hij zijn gemeente nu niet verlaten mocht. Ineens was nu de weerstand bij predikant en gemeente weggenomen en Merkelijn zou gaan.
De dag na Nieuwjaarsdag 1912 vertrok de „Prinses Juliana" naar Java. Aan boord bevonden zich Ds Merkelijn, zijn vrouw mej. J. Oerlemans uit Vrijhoeve-Capelle en hun kind Dieneke. Helaas, hun oudste kind hadden ze in het vaderland moeten achterlaten: het zoontje was door de dood weggenomen toen het pas zes weken oud was. Magelang zou de plaats zijn waar Merkelijn moest gaan arbeiden. Het was een stad van 60.000 inwoners en het zendingsterrein was zo groot als de provincie Zeeland met een bevolking van één millioen.
Op welke wijze moest nu Merkelijn gaan werken? In Nederland had hij enige voorbereiding gekregen voor het kerkelijk zendingsexamen, maar de practijk zou toch wel iets anders laten zien. Hij moest zich bekwamen in het Javaans te Djokja om vervolgens de terreinen te bezoeken om zich van dichtbij op de hoogte te stellen van de eisen in de practijk. En zou hij er dan klaar voor zijn? Zou er dan niets meer aan zijn vooropleiding ontbreken? Ach, het voornaamste kan de Heere geven en dat is de onvoorwaardelijke overgave des harten om niets meer voor zichzelf te zoeken, maar zichzelf te geven aan het werk Gods. Om dit te leren zijn meestal diepe wegen nodig, die tegen vlees en bloed ingaan. Dat zou Merkelijn ook moeten ondervinden. Eén kind had de Heere al weggenomen en nu gebeurde er plotseling iets met Dieneke. In Poerbolinggo werd het meisje op het onverwachts aangevallen door epilepsie (vallende ziekte). Iedere dag kwamen de aanvallen terug, soms wel 50 keren op een dag. Zo konden de mensen toch niet naar Magelang gaan? Zo dicht waren ze bij het arbeidsveld en nu kwam deze tegenslag. Ze besloten naar Djokja terug te keren. Hun moeilijkheden maakten ze de Heere bekend en ze baden om licht in deze duistere zaak.
Op verscheidene wijze kan de Heere ons antwoord geven. Door middel van een eenvoudige meditatie in de Zuiderkerkbode, het kerkblad van Middelburg, kwamen Merkelijn en zijn vrouw tot de overtuiging dat ze naar Magelang moesten gaan. In die meditatie schreef Ds Ferwerda over „Mijn genade is u genoeg, want mijn kracht wordt in zwakheid volbracht." Paulus, zo werd opgemerkt, dacht dat de doorn in zijn vlees hem ongeschikt maakte tot de arbeid in Gods koninkrijk, maar hij moest leren van eigen kracht af te zien en zijn zwakheid te aanvaarden als de weg waarin God hem juist bruikbaar maakte, opdat hij zou leven uit de genade van God, opdat de Heere de eer zou ontvangen. Wij denken dat tegenspoed onze handen kan binden en dat we dan niet meer bekwaam zijn tot de arbeid.
Voor die twee mensen was het alsof God had gesproken en niet Ds Ferwerda. Ze gingen leren om alles in de hand des Heeren te geven en enkel uit genade te leven. En de slotsom was, dat ze met het zieke dochtertje naar Magelang gingen. Daar hebben ze heel wat met het kind afgetobd. Merkelijn schrijft: „Soms kan ik het niet meer aanzien. Doch Paulus zegt in zijn brief aan de Philippenzen, dat alles wat hem is wedervaren tot meerdere bevordering van het Evangelie is gekomen. O, wanneer ook dit lijden daartoe strekken mocht, zou er een zoete troost ook in dit lijden zijn. Maar het verband is vaak moeilijk te zien en in die ogenblikken is cle smart groot."
Drie jaren later moest Dieneke op advies van de dokter naar Nederland, waar het na drie jaren is overleden. De behandeling in het moederland had niet mogen baten. De ouders waren in die tussentijd echter zo ver, dat ze het kind aan de Heere konden overgeven.
Zo was de voorbereidingstijd niet gemakkelijk geweest. Merkelijn schrijft er van: , , 't Was een echte voorbereidingstijd, waarin dit ons duidelijk werd, dat alleen, als Gods genade voor ons genoeg was, met hoop en verwachting de arbeid in Magelang kon worden begonnen."
Nog iets anders moest worden overwonnen, al is het dan op heel ander terrein. Merkelijn was namelijk verslaafd aan het pijproken. Het gevolg was, dat hij nicotine-vergiftiging kreeg. Er moest gebroken worden met het roken, wat voor velen een zware zaak is. Dat was het ook voor Merkelijn, maar hij mocht de les van Paulus ter harte nemen, dat wij ons onder de macht van geen dezer dingen mogen laten brengen en hij heeft van toenaf geen pijp meer gerookt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 september 1953
Daniel | 8 Pagina's