JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Gedichten in een zustertaal

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gedichten in een zustertaal

4 minuten leestijd

TOTIUS 1877 — 1953

Wellicht hebben we de vorige maal begrepen wat Totius bedoelde met het gedicht „Die Godsbesluit". Hij is er van overtuigd, dat niets bij geval geschiedt, maar dat alles gebeurt naar de bepaalde raad en voorkennis Gods. Dat geeft eensdeels vertrouwen en rust: wat zal een nietig mens mij doen. daar de Heere boven alle dingen staat; anderdeels komen we voor gTote raadselen te staan, zoals Asaf in Psalm 73 zong: Nochtans heb ik gedacht om dit te mogen verstaan, maar het was moeite in mijn ogen.

Totius vergelijkt het besluit Gods met een wag-'nbietje, een struik met blinkend-groene bladeren in de vei'te, maar het stekelige lange witte dorens, die vreselijk haken en steken, wanneer men er dichter bij komt

en er kennis mee maakt. Van ver is alles schoon en groen en blinkend, maar van dichtbij zo verward. De dichter zegt het zo tekenend:

„Maar hoe verward w r anneer ek dieper kyk en dink as wat 'n sondaar pas." Hij wil dus zeggen: Als ik over de besluiten van God diep ga nadenken, dieper dan een zondaar past, dan kom ik er niet uit, dan wordt het verward; het slot van het gedicht luidt dan verder: „En steek ek dan my hande uit na u besluit, dan gryp ek in die dorings vas. , yWanneer hij te ver wil doordringen in het ondoorgrondelijke plan Gods, dan kan hij zich niet anders doen dan wonden aan de dorens; dan zal hij zich pijnigen inplaats van troost te vinden.

In een gedicht „Dit is nag" beschrijft hij een moeder bij haar stervend kind in de stille racht, terwijl de stilte verbroken wordt door een daverende trein: het gewone leven gaat door en bekommert zich niet om het verdriet in het een of ander huis. Heel teer heeft Totius dat contrast uitgebeeld. Hoor maar:

Dit is nag, stille nag, en 'n moeder hou wag, waar 'n kindje teer lê te sterf — net 'n flou-floue sug in die rnim-ruime lug en 'n sieltje het weggeswerf.

En achter die huis vlieg met woeste gedruis die snorkende spoortrein voorbij; en die nag die dreun van sy wilde gesteun soos hij voort op die ijsters glij.

O die tere krag van 'n kind wat so sag en so stil weer die wereld ontstijg; o die moeder alleen in haar bitter geween als die nag op haar smeekstem swijg!

O die woeste geweld van die trein oor die veld, waar die moeder allenig treur; die hemel en aard weergalm van sij vaart, wat die wêreld in tweë skeur.

In „Die mure van Jerusalem" beschrijft Totius de „stad des grote konings, " in de" loop der eeuwen verscheurd en vervallen, verwisseld van bezitters, maar toch steeds gebleven een ommuurde stad. Al wordt het

met geen woorden gezegd, toch wil de dichter uitdrukken, dat de kerk des Heeren (waarvan Jeruzalem een voorbeeld is) vast en onwankelbaar zal staan tot het einde toe, omdat God er voor instaat. In de laatste regel drukt hij dit kernachtig uit: „nóg lê die Godstad tussen mure vas!" Hij bedoelt: welke stormen er ook over de kerk zullen gaan, Jeruzalem zal steeds een beschutting hebben: nog, niettegenstaande het woeden der volken, ligt de Godsstad tussen muren vast.

Hier volgt het gehele gedicht:

Jerusalem 'n stad met mure is, So het ons hart die Godstad steeds geêer. Hul staan daar nóg, eerwaardig en verweer en vasgenoeg in moederrots, maar dis die muur van ou Jerusalem nie meer.

Strukture, uit Dawids grote koningskap is neergestort tot in die Kidrondal.

Rotslaê, in Nehemias dag gekap, moes smaadlik voor die sterk verwoester val.

Net enk'le veste het gebly, dis al. Bestendig het die Musselman 1 ) hier wijd en swaar die muur laat rys in later tyd.

En dis wat eerste ons oog en hart verras, die muuromarming, oud ook en geslyt: nóg lê die Godstad tussen mure vas!

INDEX.


) Muzelman, belijder van de Islam. Hier wordt eenvoudig „Arabier" bedoeld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 augustus 1953

Daniel | 8 Pagina's

Gedichten in een zustertaal

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 augustus 1953

Daniel | 8 Pagina's