JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Kerkgeschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerkgeschiedenis

5 minuten leestijd

Het godsdienstgesprek te Marburg, 't Was te verwachten, dat de leerbeschouwingen van beide mannen zouden botsen. Het is dan ook een hevige strijd geworden: ter ener zij de Wittenbergers, ter anderer zij de Zwinglianen in Z-Duitsland en Zwitserland. Het schijnt, dat er in Z-Duitsland nog al propaganda voor de zwingliaanse avondmaalsbeschouwing is gemaakt.

Toch waren er in beide laatstgenoemde landen enkele predikanten, die het met Zwingli niet eens waren. Omstreeks 1527 bereikte deze strijd haar hoogtepunt. En dat, waar de gevaren, die er dreigden, zo groot waren. Het is Philipp van Hessen geweest, die getracht heeft de strijd te beslechten en daarna een coalitie te vormen tegen mogelijke aanvallen.

Deze Philipp was fel tegen de Habsburgers gekeerd, w T el confessioneel, maar op het punt van het avondmaal verzoenend. Kort gezegd: hij koppelde politieke en godsdienstige doelstellingen.

Maar Luther zou nooit met die „sacrament verwachters" willen samenwerken, hield absoluut niet van politiek in de godsdienst; Zwingli was meer politiek aangelegd en had geen bezwaar tegen samenwer-king.

Philipp wist het nu zo ver te brengen, dat er te Marburg een godsdienstgesprek zou gehouden worden, bijzonder over het avondmaal. Dit colloquium had plaats van 1—4 Oct. 1529. Aanwezig waren van de Wittenbergers: Luther, Melanchton, Jonas, Brenz, Osiander; van de Zwitsers: Zwingli, Oecolampadius, Bucer, Hedio; e.a.

Na een voorbespreking tussen Zwingli-Melanchton en Oecolampadius-Luther, volgde het officiële gesprek, volgens 15 artikelen, de zogenaamde Marburger artikelen.

Over 14 artikelen werd men het eens, d.w.z. het was bij sommige punten meer gedwongen dan van harte.

Bij het 15e artikel liep het echter mis. Dat ging toch over het avondmaal.

Luther had met krijt op de tafel geschreven: Hoe est corpus meum = Dat is mijn lichaam. Hij wilde niet strijden over het hoe van Christus' tegenwoordigheid in het H.A., maar eiste toch erkenning van de werkelijke tegenwoordigheid van Christus in de tekenen.

Zwingli kon dit onmogelijk doen, omdat het Rooms was. Hij barstte in tranen los, betuigend, dat er geen lieden op aarde waren, met wie hij het liever eens zou Zijn dan met de Wittenbergers. Maar Luther zei: „Gij zijt van een andere geest dan wij."

Christelijke liefde kon hij jegens de Zwinglianen koesteren, maar hen als broeders beschouwen, neen, dat kon hij niet!

Enige dagen later (16 Oct.), werd te Schabach een samenkomst van vorsten gehouden (het z.g. Schwabacher convent), teneinde te spreken over een politiek samengaan. Richtlijnen vormden de 17 Schwabaeher artikelen. Men merke echter wel op, dat deze artikelen niet, zoals men vroeger aannam en verwachten zou, na Marburg, maar reeds vóór Marburg waren opgesteld in de kring der Wittenbergers (niet door Luther) en geheim gehouden. Deze artikelen zouden de dogmatische grondslag vormen voor dat politiek samengaan. De theologie van Zwingli werd er scherp in afgewezen en zo kwam er van bondsvorming niets. Straatsburg en Ulm weigerden beslist die artikelen te erkennen. Alleen Neurenberg bleef aan de kant der Wittenbergers.

Het plan van Philipp van Hessen, een grote antihabsburgse bond te vormen (tegen de keizer c.s.), waar toe zelfs buitenlandse machten, zoals Denemarken, Venetië en Frankrijk zouden behoren, viel geheel in duigen.

Trouwens, Luther moest er niets van hebben de zaak Gods door middel van deze politiek te bevorderen. Kort daarop kwam in de lutherse kring de vraag naar voren, of men de Overheid wel mocht weerstaan. Luther erkende het eigen recht der Overheid en paste Jes. 30 vers 15 toe.

Maar anderen zoals Bugenhagen en Philipp hielden vast aan het recht van verzet in conscientiegevallen.

Be religie-kryg in Zwitserland. Inmiddels breidde de Hervorming zich meer en meer uit en het is te begrijpen, dat de roomse kantons dit met ergernis aanzagen en op tegenweer bedacht waren. De 5 hoofdkantons, Schwijz, Uri, Unterwalden, Zug en Luzern gingen er zelfs toe over met Oostenrijk, de erfvijand van Zwitserland, te Innsbrück een verbond te sluiten. Men zou elkaar in zaken van geloof bijstaan. Zij kregen nu wat meer courage en begonnen met vervolgingen in hun gebied. Zürich verklaarde nu de katholieke kantons de oorlog. Zwingli trok als veldprediker mee. Het moest nu maar eens uit zijn. Het leger was uitstekend in orde; hij gaf de soldaten een bondslied en maakte ook de muziek er bij.

Had Zwingli bedoeld: geen vrede, maar een beslissing, toch kwam er vrede nl. de le vrede van Kappel (1529) in een vorig artikel reeds genoemd.

De roomse kantons moesten het verbond met Oostenrijk te niet doen: de bondsbrief werd voor hun ogen verscheurd.

De reformatie maakte nu snelle vorderingen, maar ook cle Roomsen begonnen weer met hun vervolgingen. Ja, zij begonnen zelfs weer te onderhandelen met Oostenrijk. Dat moest opnieuw op strijd uitlopen.

Zwingli drong weer op oorlog aan, maar velen verzetten zich. De hervormer hield echter voet bij stuk.

Ook was er voortdurend onenigheid tussen Zürich en Bern. Het laatste kanton vreesde de overheersing van Zürich, zodat dit vaak alleen stond. Zo ook nu.

Men had de toevoer van levensmiddelen naar cle roomse kantons afgesneden en deze besloten nu in 't geheim de oorlog weer te beginnen.

Onverwachts vielen zij met 8000 man het gebied van Zürich binnen. De mannen van Zürich, geheel onvoorbereid, konden daar slechts 2000 man tegenover stellen. Het werd een smadelijke nederlaag.

De lijken van enige tientallen predikanten en honderden Zürichers bedekten het slagveld.

Ook Zwingli, die weer als veldprediker was meegetrokken, sneuvelde. (11 Oct. 1530). Zijn laatste woorden moeten geweest zijn: Het lichaam kunnen zij doden maar niet de ziel. Later is op dat slagveld een gedenksteen opgericht.

Zijn lijk werd onteerd, verbrand, en de as in de wind verstrooid.

Wel brachten nu Zürich en Bern direct een leger op cle been van 20.000 man, maar men kwam te laat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 augustus 1953

Daniel | 8 Pagina's

Kerkgeschiedenis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 augustus 1953

Daniel | 8 Pagina's