Vaderlandse Geschiedenis
De strijd gaat door. Zoals wij voorheen zagen, had Philips II ook de noordelijke Nederlanden in de afstand begrepen. Onze Staten-Generaal lieten echter goed merken, dat wij er niet aan dachten op onze schreden terug te keren.
Trouwens, het was al te duidelijk, dat ondanks de nieuwe toestand in feite alles bij het oude bleef.
Zeker schrijver merkt terecht op. dat de nederlandse gewesten nu een achterleen van Spanje vormden. En bleven in de steden van het Zuiden ook niet de spaanse garnizoenen ? Dat zei meer dan genoeg. Nu Frankrijk door zijn vrede uitgeschakeld was, wilde Mendoza, de veldheer van Albertus trachten via de oostelijke gewesten ons land binnen te komen. Deze waren nog maar kort bij de Unie en stonden bovendien nog al aan de roomse kant.
Hij trok daarom uit Brabant de Maas over naar de Rijn, waar hij in het kleefse land Rijnberk, Wezel, Emmerich en andere plaatsen veroverde.
In deze streek woonden veel Protestanten, die van de spaanse benden veel te lijden hadden. Ja, ook de Roomsen spaarden zij niet.
De hele winter van 1598 op 1599 plunderden, roofden, moordden, verwoestten zij. Zelfs kloosters moesten het ontgelden.
Tot in Munsterland strekten zich hun rooftochten uit. Het gebied, waar deze wilden opereerden behoorde natuurlijk tot het duitse Rijk en de vraag kan gesteld, of het Rijk dit alles maar over zijn kant liet gaan.
Omdat het al te bar werd, belegden enige heren uit het geteisterde en bedreigde gebied een vergadering te Coblenz. Men besloot een leger van 15000 man op de been te brengen om de spaanse benden te verdrijven.
Het was me echter het leger wel. Het werd slecht betaalt, alles ging even langzaam en toen het eindelijk in het geteisterde gebied arriveerde, zaten de Spanjaarden al lang op gelderse bodem, om door de Betuwe heen Holland binnen te dringen.
Maurits had de zaak al aan zien komen, de Staten-Generaal gewaarschuwd, dat er op hulp van duitse kant niet te rekenen viel en wij dus zelf tot afweer moesten overgaan.
Door deskundigen werd geadviseerd niet defensief maar offensief op te treden.
In de Bommelerwaard werd een leger samengetrokken van 16000 man voetvolk .en 2000 man ruiterij. Aan 't hoofd van de ruiterij stond de nog maar 16-jarige broer van Maurits: Frederik Hendrik.
Bij de vijand waren de getallen resp. 18000 en 2000 zodat de krachten niet ver uiteenliepen.
De Staten-Generaal deden nog meer. Zij rustten een vloot uit van 70 schepen, teneinde een „bezoek" te brengen aan Spanje, er een of andere haven te veroveren en van daar uit alle handel op Spanje en Portugal te beletten.
Van deze onderneming is echter niets terecht gekomen. Meer succes hadden Maurits en zijn bekwame neven, Ernst Casimir en Lodewijk Gunther van Nassau.
Van Mendoza's plannen kwam niets terecht. Hij moest over de Maas terugwijken; voortdurend had hij met geldgebrek en muiterij te kampen.
Hij had het fort St.-Andries laten aanleggen, maar de bezetting verkocht het voor een flinke som aan de Staten-Generaal. Toen de Aartshertogen officieel in Brussel de regeling hadden aanvaard, werden er maatregelen getroffen, die wezen in de richting van een nationale regering.
Dit niet alleen; maar naar alle zijden, naar Frankrijk, naar Engeland, naar onze Nederlanden werden vredesen vriendschapsbetuigingen gericht.
Voor het Zuiden was het ook wel nodig. De toestand was er in en in treurig, vooral op handelsgebied. Muiterij onder de spaanse soldaten met al de gevolgen daarvan was er aa, n de orde van de dag.
Evenals voorheen, in 1576 bij de dood van Requesens stelden zij zelfs eletto's, eigen gekozen aanvoerders aan en gingen de baan op.
De onderhandelingen met ons liepen op niets uit. Integendeel: Er kwam hier een geest los om van de nare toestand gebruik te maken en Spanje door een flinke slag tot het uiterste te brengen.
Niettemin was men ook bij ons uitgeput. Groen schrijft zeer geestig: Meester scheen te zullen blijven, die de beste adem had en een weinig kon harden (pag. 179). Allen klaagden dus om het zeerst.
De Staten-Generaal beraamden nu een plan, waaraan bij welslagen veel voordelen voor ons verbonden waren.
De tocht naar Duinkerken. In 1583 had Parma op bevel van Philips in deze stad (zij was toen vlaams) een admiraliteit opgericht. Zoals bekend, liep de koning toen reeds rond met invasieplannen in Engeland.
Aan particulieren (Groen spreekt van het uitvaagsel van alle natiën) werd toestemming verleend op hollandse en zeeuwse koopvaarders en haringschuiten te azen en weldra bleek, dat zij hun ambacht goed verstonden.
Bovendien lag het zeeroversnest uitermate gunstig n.1. achter de Vlaamse banken, in de nabijheid van kreken, zodat de heren zich, zo nodig, op een gemakkelijke manier in veiligheid konden stellen.
De zeerovers hadden reuze succes. Zo vinden we vermeld, dat Enkhuizen in één jaar tijds eens 100 haringbuizen verloor.
Omstreeks 1600 waren er 60 vaartuigen nodig, om de koopvaarders te beveiligen.
Dat er vooral in Holland en Zeeland hard geklaagd werd, laat zich begrijpen; en dat men voor de plannen, om naar Duinkerken te gaan, wel wat voelde, evenzo.
In 1587 werden de kapiteins bij ede verplicht de gevangen Duinkerkers onmiddellijk „de voeten te spoelen, " d.i. over boord te gooien.
Kwamen ze aan de wal, dan werden ze ogenblikkelijk opgeknoopt.
Wachtschepen werden voor de vlaamse kust en in de mond der Schelde gestationneerd en nog waren de rovers ons vaak te glad af. Zij hadden de buit te pakken, eer men het kon verhinderen.
Er kon nog een voordeel aan de tocht verbonden zijn. Zoals bekend, ligt halverwege de vlaamse kust de stad Oostende, toentertijd de enige haven daar in ons bezit en zeer geschikt als uitvalpoort naar de zeezij, maar ook naar Vlaanderenland.
De Aartshertogen begrepen dit laatste zeer goed. Daarom lag er een rij schansen, om Vlaanderen veilig te stellen.
Ging de tocht door, dan konden die dingen meteen opgeruimd worden.
De Staten-Generaal, onder leiding van Oldenbarnevelt de „langrokken", waren dus sterk voor.
Maar hoe oordeelden de mannen van oorlog als Maurits en zijn medewerkers ?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juli 1953
Daniel | 8 Pagina's