Van een lezer uit Z
RONDKIJK
Van een lezer uit Z. ontving uw Rondkijker via onze hoofdredacteur een schrijven met het volgende verzoek:
„U weet misschien wel, dat er sollicitanten opgeroepen worden voor de Rijkspolitie. Maar kan men zonder gewetensbezwaar tot dat coi'ps toetreden, daar men Zondags ook dienst moet doen, waarvan alles niet noodzakelijk is? Hier zou ik graag uw mening over horen."
Deze briefschrijver is waarschijnlijk genegen te solliciteren, maar voelt zich bezwaard, als hij op Gods dag dienst zal moeten doen. En nu moet rondkijker hem blijkbaar over zijn gewetensbezwaar heen helpen.
Ik meende eerst de vraag naar mijn vriend Molenaar te dirigeren voor de vragenbus, maar dan zou ik mij er misschien een beetje al te gemakkelijk van hebben afgemaakt. De vraag leent er zich bovendien voor om er enkele dingen bij te zeggen inzake het kiezen van een beroep, waarover ik toch al eens had willen schrijven. Ik wil er dus mijn mening wel over zeggen.
Allereerst dit: iemand die bij de Rijkspolitie is, kan tóch lid van onze gemeente zijn. Hij is dus wegens dit beroep niet censurabel. Hij kan, evenals ieder ander lid, gebruik maken van de sacramenten; zijn kinderen laten dopen en ten Avondmaal gaan.
De „Zondags-arbeid" van de politieman is dus daarvoor geen bezwaar. Die arbeid behoort tot de werken der noodzakelijkheid. Gods gebod verbiedt alle slaafse arbeid op de dag des Heeren, maar niet de werken der noodzakelijkheid. Noodzakelijk is, dat er politie is, óók op de dag des Heeren. Stond de politie op 's-Heeren dag op non-activiteit, wat schelmstukken zouden zich niet openbaren? „De Overheid is Gods dienaresse, U ten goede." Rom. 13 : 4. Zij draagt het zwaard niet tevergeefs. Zij is er tot het welzijn der onderdanen. Calvijn zegt in zijn commentaar op dit vers, dat de gewone burgers er hier aan worden herinnerd, dat het te danken is aan Gods goedheid, dat zij tegen het onrecht van de misdadige elementen worden beschermd door het zwaard. Lees artikel 36 N.G.B. Maar anderzijds zullen zij de Heere van hun opdracht rekenschap hebben te geven. Ik kom daar straks op terug. Wat nu de slaafse arbeid betreft en de werken der noodzakelijkheid, zegt Voetius het zo eenvouding in zijn catechismus: en timmerman mag niet timmeren, een bakker niet bakken, een student niet studeren. Zijn er dan geen werken die moeten geschieden op 's-Heeren dag? Ja, die zijn er. Dat zijn de werken der noodzakelijkheid. Onze beesten moeten gevoederd worden ook op Zondag, ons vee gemolken, brand geblust, dijken bij doorbraak gedicht. Ds Kersten zegt hiervan bij de behandeling van Zondag 38; Gods Woord leert ons nergens een los en slordig leven.
Politie-mannen moeten er dus ook zijn. En vanzelf moeten die op Gods dag ook dienst doen, tot wering van alle kwaad en ongerechtigheid. Nehemia, de Sabbathhouder bij uitnemendheid stelde van zijn jongens aan de poorten, opdat er geen last in Jeruzalem zou worden ingebracht, opdat er niet zou worden gekocht en verkocht. Nehemia, die ik hier de Overheid zou willen noemen, was zich zijn taak en roeping bewust, hij wist zoals ik hierboven schreef, dat Hij de Heere van zijn opdracht rekenschap had te geven.
Dat zich een geweldig verschil openbaart in onze huidige samenleving zal iedereen aanvoelen. Ver, zeer ver is het er vandaan, dat het ambt der Overheid wordt uitgeoefend naar luid van het Zoeven aangehaalde art. 36 onzer Ned. Geloofsbelijdenis, waarvoor dit bestek te klein is, nu er dieper op in te gaan. Desondanks echter, moet politie er zijn en is zelfs van God verordend.
Mijn briefschrijver heeft het over „gewetensbezwaar." Hij moet weten, dat men als politieman op Gods dag de opdracht kan hebben om bij een voetbalmatch de orde te handhaven, hij kan in de stad het verkeer moeten regelen, voor bioscopen moeten posten, op bordelen toezicht houden en tientallen andere zaken meer. Politie moet er zijn, ook op Gods dag, maar de vraag is: moet hij het zijn? Kan hij het zijn? Dat is een persoonlijke vraag. Ik zou hierop willen antwoorden „een ieder zij in zijn gemoed ten volle verzekerd."
Ik weet van politiemannen die, na ontvangen genade, naar een andere baan omzagen. Die waren als Lot vermoeid van de ontuchtige wandel der gruwelijke mensen en verblijd er van verlost te zijn. Maar daarentegen zijn er anderen, die deze taak waarnemen in de overtuiging daar geplaatst te zijn „opdat de ongebondenheid der mensen bedwongen worde en het alles met goede ordinantie onder de mensen toega."
Over de gevallen der consciëntie valt moeilijk te beslissen. Er zijn meer van die beroepen, waar de conscientie in het gedrang komt. Bij het kiezen van dergelijke beroepen, heeft men in de eerste plaats te vragen, wat zegt Gods Woord en Getuigenis er van. En: ligt het vlak in mijn conscientie.
Mijn geachte briefschrijver zou ik raden: breng het voor de Heere. Met 's-Heeren dag kunnen we het niet gauw te nauw nemen, echter niet in een slaafs-wettisch kleven aan de letter van Gods gebod.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juli 1953
Daniel | 8 Pagina's