Kerkgeschiedenis
De tweede Rijksdag te Spiers (voorjaar 1529), In ons vorig artikel meldden wij o.m. een ontbrande strijd tussen de paus en Karei V. In 1528 werden echter door de Keizer vredesonderhandelingen met de paus aangeknoopt en moesten de Evangelischen geducht op hun hoede zijn; al is het waar, dat er voor Karei nog de dreiging der Turken was.
Zo werd dan voorjaar 1529 de tweede Rijksdag van Spiers samengeroepen, waar de Roomsen de meerderheid hadden.
Hiervan maakten dezen gebruik een hoogst gevaarlijk besluit voor de Evangelischen te nemen. Het kwam hierop neer, dat de besluiten van Spiers (1528) werden opgeheven; dat in gebieden, waar tot dusver het be-
kende Edict van Worms gehouden werd, het ook in den vervolge gehandhaafd moest blijven; dat in de evangelische gebieden de hervorming geen verdere voortgangmocht hebben en de roomse godsdienst geduld; dat alle , .Sacramentariers" (daar waren ook de aanhangers van Zwingli bij) uitgeroeid moesten worden. Inderdaad was dit het doodvonnis van de Reformatie (Landwehr).
Hoe zouden de Evangelischen op dit besluit reageren? De rijksdag was feitelijk reeds gesloten, als 6 vorsten, benevens 14 zuid-duitse steden (zwingliaans) een „Protestation" indienden (19 April). Er stond o.m. in dat protest: , , In zaken, die de ere Gods en de zaligheid deizielen aangaan moet een ieder voor zichzelf voor God staan en rekenschap geven."
Vanwege dit protest is de naam Protestanten in gebruik gekomen.
Jacob Sturm sprak in dezen terecht van het verbond van Kajafas en Pilatus tegen Christus.
Als het ooit nodig was, dat de Protestanten van Duitsland en Zwitserland zich nauw aaneensloten, dan was het zeker nu.
Helaas, was er in de voorbije jaren een strijd ontbrand tussen hen, die nu belaagd werden; tussen Luthersen en Zwinglianen. Die strijd liep over het avondmaal.
De avondmaalsstrijd. Tot recht begrip van wat volgen zal, dienen wij deze strijd na te gaan.
De sacramentsleer van Luther is niet altijd dezelfde gebleven. Aanvankelijk keerde hij zich tegen die van Rome, dat de sacramenten werken , , ex opera operatio", d.w.z. dat zij werken alleen al door 't gebruik, krachtens het gedane werk. Wordt dus een kind gedoopt, dan wast die doop, onder het uitspreken van de doopsformule, de zonden waarlijk af en wordt de dopeling wedergeboren.
Luther daarentegen leerde in het begin, dat de genadewerking van het sacrament gebonden was aan het geloof van de ontvanger.
Maar later kreeg hij zijn zienswijze, vooral tengevolge van zijn strijd met Karlstadt, voorheen reeds genoemd.
Deze beweerde, dat Christus bij het uitspreken van de woorden , , touto estin" (Vuig. , , hoc est") = , , dat is", op zijn eigen lichaam had gewezen.
Luther kwam zo onder de indruk van de woorden , , dat is mijn lichaam", dat hij Karlstadt's verklaring afwees en bij het gebruik der tekenen beslist wilde denken aan de aanwezigheid van de betekende zaak in het teken.
Dit is de bekende consubstantiatieleer: Christus is ook naar Zijn menselijke natuur in, met en onder de tekenen aanwezig.
Zij die deelnamen aan het H.A. eten en drinken dus werkelijk, objectief, het vlees en bloed van Christus. Luther kwam tot deze beschouwing door zijn leer van de mededeling der eigenschappen.
Ook wij hebben deze leer, maar verstaan er heel wat anders onder dan Luther.
Deze verstond er onder, dat aan de menselijke natuur Goddelijke eigenschappen, vooral almacht, alwetendheid en alomtegenwoordigheid waren meegedeeld.
Zo kon hij zeggen, dat in, met en onder de tekenen ook de menselijke natuur, de Christus aanwezig was.
Natuurlijk liet hij niet, als Rome deed, het teken in de betekende zaak veranderen.
Geen wonder, dat Zwingli van deze opvatting beweei-de, dat het niet veel van Rome verschilde, al was het niet hetzelfde. Het was in alle geval een teruggang naar de scholastiek waarvan hij juist zo'n hevige afkeer had.
De avondmaalsleer van Zwingli was anders.
In 's-Gravenhage woonde toendertijd de humanist Corn. Hoen, van professie advocaat.
Deze schreef omstreeks 1522 een brief aan Luther, waarin hij betoogde, dat „is" in de H.S. vaak de zin heeft van „betekent."
Overbrenger van de brief was de bekende Hinne Rode, rector van de fraterschool te 's-Hertogenbosch.
Luther was het met deze beschouwing natuurlijk heel niet eens. Toegepast op de woorden „dat is mijn lichaam" zou dit leiden tot een symbolische, een zinnebeeldige verklaring.
Rode reisde nu naar Zwitserland en ook Zwingli nam kennis van Hoen's beschouwing. Hij ging er mee acccord. Zijn avondmaalsleer nam Zwingli tenslotte op in zijn werk: Commentaar over de ware en valse religie.
Öeze komt hierop neer: Brood en wijn zijn slechts tekenen (geen zegelen). Zij dienen als zinnebeelden, een schilderij, om Christus' dood in gedachtenis te brengen en te houden.
Het H.A. is dus volgens Zwingli een gedachtenismaaltijd, een zichtbaar Evangelie, „een gedachtenis aan de weldaden van Christus." Christus is, volgens Zwingli, wel in het H.A. aanwezig, maar alles voor het oog des geloofs.
„Dat Christus wezenlijk en werkelijk, d.i. Zijn natuurlijk lichaam zelf in het H.A. óf aanwezig is, óf met de mond gegeten wordt, dat ontkennen wij, zegt de hervormer.
Men ziet, dat ging recht tegen Luther in. Vergelijkt men beide beschouwingen, dan komt men tot de slotsom, dat Zwingli het verst van Rome afstond; van geen verandering der tekenen in de betekende zaak wilde weten (Rome), noch van een aanwezigheid van de betekende zaak in de tekenen (Luther); dat Luther gevaarlijk dicht bij Rome stond; maar dat Zwingli geen oog had voor de verzegelende kracht der sacramenten.
Het. was voor Calvijn weggelegd in de sacramentsleer een zuiver, reformatorisch geluid te doen horen; tevens trachten de tegenstellingen te overbruggen. Dit laatste is hem, wij zullen het later vernemen, niet gelukt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 juli 1953
Daniel | 8 Pagina's