JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Botsingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Botsingen

4 minuten leestijd

2.

. VAN PLICHTEN

Wat verstaan we nu onder botsing van plichten? Het woord zegt het reeds. We staan dan voor twee of meer plichten, die met elkaar in strijd zijn. Vervullen we het ene plichtgebod, dan overtreden wij het andere en dan wordt de botsing nog heviger, indien beide geboden even gewichtig zijn.

Zo staan wij in dit leven gedurig voor beslissingen en komen cle vragen: „mag dit en mag dat? " Veelal verraadt dit wat. Dikwijls komen cleze vragen voort uit een verkeerd beginsel en zij bedoelen het met de zonde op een accoordje te gooien. Echter is er ook dikwijls een niet weten en toch gaarne willen.

Gehoorzaam te willen zijn aan Gods wet en niet weten, hoe in bepaalde gevallen te moeten handelen. Hieruit is bij de Joden en Roomsen een reeks van vaste regels voor het zedelijk handelen ontstaan.

Hier schuilt een groot gevaar, want als anderen de keuze bepalen, dan wordt de persoonlijke verantwoordelijkheid uitermate verzwakt en men raakt een hoogst zedelijk goed kwijt.

Deze weg opgaande stelt men zich tevreden met een handeling die voldoet aan de Letter van de Wet en zelfs aan een zekere vorm van recht, maar die het geweten allerminst bevredigt.

Als de kerk — zoals bij Rome — gaat bepalen hoe bij voorkomende gevallen de keuze tussen de plichten moet zijn, dan is dit een treden in de plaats van het menselijk geweten.

Wij wensen de vrijheid van consciëntie te handhaven tegen deze gedienstigheid in de practijk.

Een theoloog van naam heeft in verband hiermede gezegd: „De zedewet, die in Oud-en Nieuw Testament ons tegemoet treedt, is geen gebod op gebod, regel op regel, maar zij berust op algemene normen, grote beginselen, die ruimte laten voor persoonlijke toepassingen ieder gelovige oproepen om te onderzoeken, welke voor hem in een bepaald geval de goede en welbehaaglijke en volmaakte wille Gods zij.

Wijl de wet der zeden geen codex van artikelen is, die wij slechts hebben op te slaan, om van ogenblik tot ogenblik te weten, wat ons te doen staat, is er op haar gebied een vrijheid, welke door geen menselijke inzettingen aan banden gelegd mag worden, maar juist ter wille van het karakter van het zedelijk leven, erkend en gehandhaafd moet worden.

Hebben we zoëven reeds het zakelijk verschil aangetoond tussen conflicten en botsingen van plichten er is ook nog een onderscheiding in objectieve en subjectieve botsingen.

Nu is het echter eigenaardig dat Prof. Geesink in zijn Geref. ethiek de objectieve botsingen vereenzelvigt met conflict van plichten en de subjectieve botsingen laat beslissen door het geweten. Daarom gaan we op dit onderscheid niet verder in.

Belangrijker acht ik het volgende.

Men spreekt dikwijls over botsingen van plichten terwijl er in 't geheel geen sprake van is.

Het gaat dan over een strijd tussen neiging en plicht. De H. Schrift geeft ons daarvan een sprekend voorbeeld in de persoon van Bileam.

B. wist dat hij niet met de afgezanten van Balak mocht meegaan om Israël te vloeken.

iDe Heere had Zelf tegen hem gezegd: ..Gij zult dat volk niet vloeken, want het is gezegend."

Zonder dralen had hij dus het verzoek om met de deputatie op te trekken moeten afwijzen, dat was zijn plicht. Hij was echter tuk op loon, het loon der waarzegging en op de eer van mensen.

Zijn neiging ging direct tegen Gods gebod in en dat wilde hij bovendien nog camoufleren door het met God op een accoordje te gooien.

Hij wilde een compromis 0111 tegen zijn plicht in een vrijbrief voor zijn neiging te ontvangen.

Als Gods gebod niet strookt met onze neiging dan moet onverbiddelijk onze neiging worden opgegeven en Gods gebod en dat alleen, worden betracht.

Als wij door eigen schuld, clie ontstaat door eigen zonden in een situatie van tegenstrijdigheid geraken, kan er evenmin sprake zijn van een botsing van plichten. Want, of de botsing is als vloek op onze boze daad niet weg te nemen of ze kan worden opgelost door op het verkeerde pad terug te keren.

liet eerste is bv. het geval bij een huwelijk met een ongelovige. Gods uitdrukkelijk bevel is om geen juk aan te trekken met de ongelovige.

Doet men het toch, gaat men dus willens en wetens tegen Gods gebod in, dan kan men zich aan de gevolgen daarvan niet meer onttrekken en een allermoeilijkst leven is daarvan het gevolg.

Het tweede geval. Het terugkeren op het verkeerde pad was plicht geweest van Herodes, ook al had hij onder ede beloofd aan Salomo te zullen geven, wat zij ook eisen zou.

Hier is allerminst van toepassing het Schriftwoord: „Heeft iemand gezworen tot zijn schade, evenwel verandert hij niet."

Herodes had niet gezworen tot zijn schade. Het hou-> den van zijn eed voerde hem tot de misdaad: De moord op Johannes de Doper.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juni 1953

Daniel | 8 Pagina's

Botsingen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juni 1953

Daniel | 8 Pagina's