Zending in Korea
Het christendom kwam er laat.
Als er een land is, dat voor enkele jaren haast nooit werd genoemd en dat nu in het brandpunt van belangstelling staat, dan is het bepaald Korea, het land van de morgenkalmte of morgenstilte, zoals de naam vertaald kan worden.
Vele mensen wisten voor enkele jaren niet eens, dat er een Korea bestond. Nu, door de oorlog die er al zo lang woedt, is het bij allemaal bekend geworden. Het is jammer, dat het land zo ver weg ligt en dat daardoor de belangstelling niet zo bijster groot is en we, na enkele berichten gehoord te hebben, heel gemakkelijk overgaan tot de orde van de dag. Als we ons echter eens indenken in de situatie die daar is ontstaan, dan zullen we niet anders kunnen zeggen, dan dat het er allerdroevigst moet zijn. Wij hebben toch ouk een oorlog meegemaakt, dat we toch wel weten wat een zee van ellende zo'n krijg met zich mee brengt. Onbekend maakt onbemind, zegt het spreekwoord. Zo raakt bij velen, wat met de Koreanen geschiedt, de koude kleren niet: wat weten we van dat verre volk af, die „heidense bevolking" van dat vreemde land?
Laten, we niet zo vlug over „heidenen" spreken en in 't kort nagaan, hoe het er met de godsdienstige aangelegenheden in Korea bij staat. Om een beeld te geven hoe de toestand er nu is, diene het volgende: Tn November van het vorige jaar hebben een Engelsman en een Amerikaan, uitgezonden door de Quakers (een godsdienstige richting waarop we nu niet dieper kunnen ingaan), een bezoek van 18 dagen aan Korea gebracht. Uit een rapport, dat ze uitbrachten, blijkt, hoe erg de toestanden in dat land zijn. Volgens schattingwaren er gedurende de maanden December 1950 en Januari 1951 zes millioen vluchtelingen onderweg in Korea, dat is ongeveer Va van de totale bevolking. Als zo'n grote mensenmassa op drift geraakt, dan kunnen we wel begrijpen, dat er aan alles gebrek is. De twee bezoekers gingen een kijkje nemen in 300 weeshuizen, waarin omstreeks 30.000 kinderen onderdak hadden gevonden. Een groot aantal kinderen (tussen de twintigen veertigduizend) bevonden zich buiten die weeshuizen, omdat er voor hen nog geen onderdak beschikbaar was. De oudere kinderen, die voor zichzelf kunnen zorgen, zijn gewend geraakt aan een leven van gappen en bedelen, zodat er voor de toekomst een reuzewerk wacht om deze jonge mensen weer in goede banen te leiden. Veel vrouwen en kinderen hadden zich gevestigd in verlaten steenbakkerijen en in gedeeltelijk vernielde huizen. Anderen hadden hutten gebouwd van modder en rijststro. De gezondheidstoestand moet onder deze omstandigheden wel slecht zijn. De t.b.c. vormt dan ook een groot probleem in Korea. Naar schatting zijn er meer dan een millioen gevallen, waarvan 300.000 open. Aan deze ziekte sterven jaarlijks 72.000 personen. Hierbij komt dan nog dc melaatsheid die bestreden moet worden.
Deze korte opsomming laat ons een stipje zien van het vele werk, dat in Korea gedaan moet worden. Ondertussen heb ik nu wellicht een beetje aandacht voor dat verre land gekregen en in die veronderstelling zullen we nu proberen iets over de zending in Korea te zeggen.
De Schotse zendeling J. Ross, die in Mandsjoerije arbeidde, kwam in dat land met Koreanen in aanraking en in 1876 werd de eerste protestantse Koreaan gedoopt. Onder die Koreanen vond de zendeling ook een leermeester, die hem prachtig kon helpen bij het vertalen van het Nieuwe Testament in de taal van Korea. De gedrukte exemplaren werden door Koreanen naar hun land gebracht en daardoor kwam er in Seoul een begin van een gemeente. Wonderlijk, vóór er van enig protestants zendingswerk sprake was, bevond zich in de hoofdstad van Zuid-Korea al een kern van een christelijke gemeente en dat alleen door de verspreiding van de Heilige Schiift!
Eeuwenlang had Korea in afzondering geleefd, maar in 1876 dwong Japan het schiereiland tot een verdrag, dat inhield dat de havens van Korea voor Japan moesten geopend worden. Een aantal westerse landen volgden zeven jaren later met zulk soort verdragen, zodat het land helemaal open kwam te liggen, met het gevolg dat Amerikaanse zendingscorporaties terstond aan het werk gingen.
Eerst zond de presbyteriaanse kerk een zendeling uit, spoedig gevolgd door de methodisten. De eerste is steeds de sterkste der protestantse groepen gebleven, maar men kan zeggen dat de presbyterianen en de methodisten hun stempel op het protestants leven in Korea gezet hebben.
De openstelling van het land door gedwongen verdragen maakte dat er heel wat wantrouwen moest worden overwonnen en daardoor het zendingswerk in het begin langzaam en moeilijk vooruit ging. In het jaar 1895 kwam er echter grote verandering doordat China het onderspit moest delven in de oorlog met Japan, en Korea helemaal in de Japanse invloedssfeer kwam te liggen. Men zag in, dat Japan zich zó had kunnen ontwikkelen omdat het zich geheel had opengesteld voor de Westerse invloeden. In Korea was nu het ijs gebroken en het wantrouwen tegenover vreemden was nu spoedig weggenomen. Er was een deur geopend voor de zendingsarbeid. Daar komt nog bij, dat er in Korea geen godsdienst was, die het volksleven beheerste en die eerst door het Christendom moest overwonnen worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juni 1953
Daniel | 8 Pagina's