Zending onder de Papoea's
Welmenende raad van de oude Tanamal
Het werd een zeer verwarde toestand op Nieuw-Guinea, toen dit gebied door de Japanners werd bezet in 1942. De goeroes werden beschouwd als een stuk gereedschap en moesten allerhande werkjes voor de bezetters doen. Ze werden aangesteld als opzichters bij de zoutziederijen, bij het aanleggen van tuinen door de schoolkinderen, bij het maken van balken voor het vervaardigen van loodsen, bij het vlechten van atap, dat dienen moest voor dakbedekking en wat al niet meer. En zoals het hier bij de Duitsers ging, zo was het ook onder de Jappen, wie ongehoorzaam was, werd geslagen of in de gevangenis gestopt en wat erger was onthoofd. Het werk op school en in de kerkelijke gemeenten kwam zodoende erg in de verdrukking.
Tot overmaat van ramp laaide met de komst van de Jappen een zgn. Messias-beweging op, die er naar streefde om alles wat met de zending in verband stond uit te roeien. Het brandpunt van deze beweging was de plaats Biak, van waaruit de onverlaten hun gruweldaden bedreven. Ieder, die met de beweging niet mee wilde doen, werd gevangen genomen, geslagen of gedood. Scholen en kerken gingen in vlammen op en ook verscheidene posthuizen moesten het ontgelden. Het werk van jarenlange ingespannen arbeid werd in één slag vernield. De goeroes die vluchten konden zochten een toevluchtsoord in Seroei op het eiland Jappen. Goeroe Tanamal bevond zich daar ook, toen in 1944 de NICA (burgerlijk beheer in Ned. Indië) kwam. Aan zendeling Kolk vroeg hij of er geen mogelijkheid was om gepensionneerd te worden, daar hij zich te zwak gevoelde om zijn werk naar behoren te doen. Aan dit verzoek werd in December 1944 voldaan en zo was het werk van Tanamal afgelopen.
In 1946 kwam zendeling Ten Haaft uit zijn gevangenschap terug. Later kwam zendeling Kamstra ook en zo werd alles weer geregeld. De verschillende dorpen werden bezocht, de goeroes kwamen langzamerhand weer op hun post en het werd weer enigszins normaal. Seroei werd het grote middelpunt. Daar werden een kweekschool, een vervolgschool voor jongens en meisjes en een landbouwschool gesticht.
Tanamal was nu van zijn post ontslagen en hij kon nu van een welverdiende rust genieten. Veel had hij moeten meemaken.; hij had voor-en tegenspoed gekend en zware stormen waren over hem heengegaan. Ook nu trof hem weer een zware slag: zijn tweede vrouw werd door de dood weggenomen in September 1946. Hij bleef alleen achter met een kind van tien en een kleinkind van acht jaar. Maar bij alle wisselvalligheden en rampspoeden had zijn geloof hem niet verlaten. Zeventien jaar had hij gearbeid op Noemfoor en een kwart-eeuw op het eiland Jappen met grote ernst en liefde, wetende dat het om de ere Gods ging.
Na zijn pensionnering ging zijn verlangen nog steeds uit om iets te doen voor het Koninkrijk Gods. Hij werd geestelijk verzorger van het ziekenhuis en van de gevangenis.
Voor de zending in het algemeen en voor zijn collega's in het bizonder heeft hij een geschrift nagelaten, waaruit we enkele dingen overnemen en die ook ons allen ter harte moeten gaan:
„Veel kan ik wel niet meer doen, maar in mijn gebed leef ik met allen mee, die nu in de voorste linie staan, mijn broeders in het geloof. Ik bid voor hen allen en voor de vele, vele mensen, die de Heere nog niet kennen, opdat alle volken het zullen horen.
Werkt in het Koninkrijk Gods met geduld, acht uzelf niet uitnemender dan anderen. Denkt aan de woorden van de Apostel Paulus. Werkt met geduld, want geduld is de sleutel van het Koninkrijk Gods. Zoekt geen eer van mensen, weet vernedering te dragen om de Naam van Jezus. Laat Zijn leven een spiegel voor u zijn. Denkt er aan, dat de boze rondgaat, en gebruikt de enige, goede wapenrusting, die er voor een dienaar Gods is (Ef. 6 : 10—20).
Bedenkt, dat velen voor u gewerkt hebben. Eerst de Hollandse zendelingen, daarna de vele goeroes, die allen hun leven gaven. Als een oud man sta ik nog alleen te midden van zovele jongeren, die nu het werk voortzetten.
Werkt dan als één man samen, als broeders in onze Heere Jezus Christus, helpt elkander door geloof en in de hoop, door het gebed gevoed.
Denkt aan de velen, die de enige Naam nog niet kennen in de binnenlanden, opdat eens alle zielen van dit grote land het eigendom worden van de Heere, voordat de grote dag van Zijn wederkomst aanbreekt. Nu leven we allen nog onder de genade en het geduld Gods, want Hij wil niet, dat er één mens verloren zal gaan.
Denkt aan het verleden, hoopt op de toekomst van het Koninkrijk Gods, want er is voor ons allen geen andere weg."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juni 1953
Daniel | 12 Pagina's