JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Vaderlandse Geschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vaderlandse Geschiedenis

5 minuten leestijd

De verdere gebeurtenissen in 1598. Toen in het begin van dit jaar het gevaar dreigde, dat Frankrijk en Spanje vrede zouden sluiten en wij dus één van onze bondgenoten zouden verliezen, was Oldenbarnevelt naar Frankrijk gesneld om, zo mogelijk, deze vredessluiting te voorkomen.

Bij die gelegenheid deed Koning Hendrik een vertrouwelijke mededeling. Die vrede zou alleen maar een wapenstilstand zijn. De toestand van zijn volk ent zijn leger noodzaakten even op adem te komen.

Wij moesten volhouden en hij zou nog wel de nodige bijstand verlenen.

Dat heeft hij dan ook na de gesloten vrede op 2 Mei gedaan (zie vorig artikel). Hij betaalde voorschotten terug en deed een oog dicht, als men in Frankrijk krijgsvolk aan 't werven was voor onze gewesten.

Enige dagen vóór Vervins gaf de koning aan de Hugenoten het Edict van Nantes, waarbij hun vrijheid van godsdienst werd verleend, echter met enkele uitzonderingen.

Natuurlijk strookte dit edict niet met de roomse opvattingen. Minder mooi was de houding van de inhalige Elizabeth en weer moest Oldenbarnevelt op reis, nu de Noordzee over, om de dreigingen af te wenden. Zij dreigde nl. ook vrede met Spanje te sluiten als wij niet de voorschotten terugbetaalden.

Het werd gewoon een loven en bieden. Toch wist Oldenbarnevelt het klaar te spelen dat de geëiste som heel wat minderde. De engelse hulptroepen, ook die van de pandsteden zouden alleen aan de Staten-Generaal de

eed van gehoorzaamheid af te leggen hebben; in de Raad van State zou slechts één engels lid zitting hebben.

Alleen moesten wij beloven met krijgsvolk bij te springen, als Spanje Engeland soms aanviel. Wel fraai zo'n bondgenote!

Maar dit stond vast: al was de Republiek ook alleen komen te staan, nooit of te nimmer zou zij de strijd tegen Spanje hebben opgegeven.

Dood van Philips. (13 Sept.) In ditzelfde jaar stierf hij, wiens geweten bevlekt was met het bloed van duizenden; een gekroonde moordenaar, listig, sluw, somber, vol van dweepzucht; de vloek van het nageslacht zou eeuwen op hem rusten.

Aan zijn zoon en opvolger, Philips III, zwak en onbeduidend, geleid wordend in plaats van leiding gevend, liet hij een lege schatkist en ontredderde staten na.

En welk een einde! De laatste jaren werd hij zeer gekweld door jicht. Daarbij kwam nu een vreselijke wormziekte! (Herodes Hand. 12 : 23). Het lichaam zat vol met zweren, die een ondraaglijke lucht verspreidden en de omstanders deed wegvluchten.

Hoe klaagde hij, liever de armste schaapherder van zijn land te zijn geweest, dan zulk een lijden te moeten doormaken.

En dit was nog maar een begin der smarten. Plet is de mens toch gezet eenmaal te sterven en daarna het oordeel. Vreselijk!

Met in de ene hand een kruisbeeld, in de andere een brandende kaars, zo is de ongelukkige in zijn paleis, het Escoriaal, gestorven.

En deze landen? Zij zijn door Gods genade opgerezen uit het slijk en een tijd van ongekende bloei tegemoet gegaan.

Het einde van Marnix van St. Aldegonde. In ditzelfde jaar stierf ook Aldegonde — is het niet opmerkelijk? Maar welk een verschil in leven en in levenseinde.

Deze grote Geus was de trouwe vriend en medestander van Willem van Oranje geweest. Machtig strijder op velerlei gebied voor de opbouw van de zuivere kerk in deze landen, letterkundige van naam, dichter (psalmberijming) prozaïst (de Biënkorf), theoloog, geleerde, vurig Calvinist. Vier jaar te voren (1594) was hij door de Staten-Generaal uit het stille dorpje West-Souburg bij Vlissingen naar Leiden beroepen om de Bijbel te vertalen. Hij kon zijn ai'beid niet voltooien: de dood kwam hem aflossen.

Jammer genoeg is van deze arbeid nu niets meer over, hoewel het lange tijd zorgvuldig bewaard is gebleven.

Repos ailleurs, de rust is elders, dat was zijn zinspreuk; zo was zijn leven: rusteloos bezig in de zaken Gods ten bate van deze tanden. Totdat hij inging in de rust, die er overblijft voor het volk van God.

Philips van Aldegonde: twee tijdgenoten; maar welk een onderscheid ook en vooral in levenseinde.

Het tijdvak 1598—1609

Zo was dan Philips II van het toneel des aardsen levens verdwenen en opgevolgd door zijn zoon Philips III. Het verschil tussen vader en zoon was wel groot.

Als wij nu bovenvermeld tijdvak gaan behandelen, willen wij vooral op 2 zaken letten: de voortgang van de krijg en de hoge vlucht, die onze handel neemt doordat ook de Indiën in haar sfeer betrokken worden, kaapvaart en vrachtvaart bloeiden en Philips had nu door zijn maatregelen ons het genoegen verschaft het oog op die verre rijke gewesten te vestigen en er zelf heen te gaan.

De toestand in de Zuidelijke Nederlanden. Deze was in-en intreurig, toen de Aartshertogen hier het bewind in handen namen. We kunnen wel zeggen, het was al jaren zo.

Zeker historieschrijver schetst die toestand aldus. , , In het Zuiden heersten doodse stilte en armoe. De vroeger zo welvarende steden van Vlaanderen en Brabant hadden niet alleen het grootste maar ook het beste deel harer inwoners verloren en deze waren gastvrij bij ons en in andere landen ontvangen.

Veel dorpen strekten de wolven tot woonplaats, die met verwilderde honden het platteland onveilig maakten. Veel landerijen lagen onbebouwd en veranderden in moerassen en wildernissen

Herhaald misgewas voltooide de ellende en dwong de welgestelden tot de uiterste zuinigheid, veroordeelde de arme tot de hongerdood."

Is het wonder, dat doffe moedeloosheid alle doofde ? energie

En het Noorden ? Er had in de laatste jaren, wat wij zouden willen noemen een transfusie plaats gehad. De besten uit het Zuiden waren, velen om des geloofs wil, naar het Noorden getrokken, mannen vermaard op velerlei terrein.

Mag ik er enkelen noemen? Blois van Treslong, Boisot, Plancius, Stevin, Balthazar de Moucheron en.Usselinx, en onze Marnix (eenmaal met Jan van Toulouse huisgenoten van Calvijn). Te veel om op te noemen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juni 1953

Daniel | 12 Pagina's

Vaderlandse Geschiedenis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juni 1953

Daniel | 12 Pagina's