JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VRAGENBUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGENBUS

6 minuten leestijd

Correspondentie voor deze ruhrieh aan : I TRIOLEN AAR. Leede 18. Rotterdam Zuid

T. Z. te O. vraagt de verklaring van 1 Cor. 11 : 10, waar we lezen: Daarom moet de vrouw een macht op haar hoofd hebben om der engelen wil."

Antwoord: „Daarom" wat hetzelfde is als „om deze reden, " wijst terug naar hetgeen vooraf gaat i.z.h. naar de verzen 7, 8 en 9.

Daar wordt gezegd, dat de man het hoofd niet moet dekken als hij biddend voor God in de gemeente staat, overmits hij het beeld en de heerlijkheid Gods is. De vrouw is niet het beeld, maar de heerlijkheid des mans, als die in haar vrouwelijk bestuur de macht van de man vertegenwoordigt.

Deze verhouding van meerdere en mindere heerlijkheid tussen man en vrouw rust op een regeling door God van den beginne gesteld, want de man is uit de vrouw niet, maar de vrouw uit de man, want ook is dc man niet geschapen om de vrouw, maar de vrouw om de man.

Hier is het verband met hetgeen voorafgaat.

Wat moet nu verstaan worden onder „de macht op het hoofd"? Hier wordt zeker bedoeld een bedekking',

d.i. het teken ener macht, onder welke zij staat, n.1. die van de man.

Het vrije ongedekte hoofd is het teken van onafhankelijkheid en heerschappij; het gedekte hoofd van onderworpenheid, gelijk rnecle reeds de lange haren een zodanig teken van onderwerping zijn. Het hoofd der o. erspeelsters werd volgens Num. 5 : 18 ontbloot; met f .schoren hoofd te gaan was behalve in rouw een teken van schaamteloosheid.

Nu zegt de apsotel tegen de gemeente van Corinthe, dat de vrouw een macht op haar hoofd moet hebben, om der engelen wil.

De vraag rijst, wat verband is er nu tussen een gedekt hoofd en engelen?

Een van cle oude theologen schrijft, handelende over deze tekst: „Al zagen de mensen er niet op en al telden deze het niet, Gods boden, die belang stellen in cle aanbidding Gods door de Zijnen op aarde, die hun gebeden voor Hem brengen, hebben hun vreugd over de ingetogenheid en eerbaarheid der Christelijke vrouwen. Hun nabijheid moet de gemeente steeds met eerbied vervullen."

Ook de Statenvertalers maken een soortgelijke opmerking, als zij zeggen, dat de engelen in de vergaderingen der gelovigen tegenwoordig zijn, volgens Ps. 34 en Matth. 18 en bedroefd worden als zij bemerken, dat de eredienst een onordelijk verloop heeft, waarom de apostel de vrouwen vermaant, dat zij deze heilige geesten zuilen ontzien.

J. J. te K. vraagt hoe in 't algemeen de Geref. Gemeenten staan, wanneer een klein kind gestorven is, tegenover de uitdrukking, voorkomende in rouwadvertenties: „De vei'bondsbelofte is ons tot troost."

Antwoord: Tn een van de predikatiën van Erskine wordt gezegd, dat de vei'bondsbelofte van eeuwigheid in het verbond gegeven, inhoudt de zaligheid der uitverkorenen.

In de uitdrukking „de verbondsbelofte is ons tot troost" wordt dus kennelijk bedoeld, dat de ouders, wier kind gestorven is, geloven, dat hun kind naar de hemel is.

Dat er ook vroeggestorven kinderen naar de hemel gaan lijdt eeen twijfel. Dat leert ons wel de geschiedenis van het Wnd van David en dat van Jerobeam. Maar dat wil nog niet zeggen, dat alle kinderen hoofd voor hoofd naar de hemel gaan als ze jong sterven. Ds Kersten zegt op bladz. 128 van „Korte lessen over het kort

begrip", dat duidelijk blijkt uit de Acte van de Synode van Dordrecht, dat de zaligheid en de belofte er van nergens anders uit is, dan uit de verkiezing tot zaligheid.

heid. Hij schrijft verder op die bladzijde: „Indien de verkiezing behoort tot de jonge kinderen., zo behoort ook de jonge kinderen de verwerping; zulks bewijst de verwerping van Ezau, zijnde een jong kind, ja nog niet geboren. Welk voorbeeld de apostel voorbrengt om daarmede de algemene leer van verwerping te bewijzen, nemende zijn gevolg van een bijzonder voorbeeld tot bewijs van de waarheid derzelve in het algemeen, gelijk hij ook de leer van de verkiezing Gods bevestigt met het voorbeeld van Jakob, zijnde nog een jong kind en alsnog niet geboren."

Nu wil ik geloven, dat de Heere in sommige gevallen Zijn volk, in dagen van grote droefheid, wanneer een kind door de dood is weggenomen, doe pleiten op het Verbond Gods en hen troost en bemoedigt, dat zij mogen geloven, dat hun kind door God in genade is aangenomen. Maar bedenk dan, dat dit een bijzondere gunst Gods is, (zou ik voor Abraham verbergen, wat Ik doe) waartoe Hij echter niet verplicht is.

Als de Heere troost, dan is dit echte troost. Dan gaat er wat van uit. Maar omdat we leven in een tijd, waarin het woord „Verbond" als bestorven ligt op de lippen, waar geen onderscheid meer wordt gemaakt tussen wezen en bediening, zij men met de uitdrukking: de verbondsbelofte zij ons tot troost" voorzichtig. Gelooft u niet met mij, dat de Heere alleen Zijn volk troost? (Jes. 40 : 1).

Wat troost hebben onbekeerde ouders uit de verbondsbelofte? Al zou het zijn, dat de Heere een jong gestorven kind, krachtens eeuwige verkiezing heeft opgenomen in heerlijkheid, ei zeg me, wat voor troost hebben ouders, die buiten het genadeleven staan?

Wij staan huiverig tegenover deze uitdrukking, die schering en inslag voorkomt in de rouwadvertenties van onze pers.

J. C. H. te W. vraagt of Jona alleen het oordeel heeft aangekondigd aan de Ninevieten of dat hij ook aangedrongen heeft op bekering?

Antwoord: n Jona 3 : 4 staat: En hij predikte en zeide: Nog veertig dagen, dan zal Ninevé worden omgekeerd."

Of Jona deze woorden telkens weer herhaalde of dat hij uitweidde over dit onderwerp is niet zeker. Waarschijnlijk is, dat hij aangetoond heeft, dat God een twist had met de inwoners van Ninevé, hoe tergend hun boosheid was en om wat reden zij hun ondergang te wachten hadden. De inhoud van de boodschap was in alle gevallen duidelijk. Hij moest Ninevé aanzeggen, dat de stad omgekeerd zou worden en dat die omkering zou plaats hebben over veertig dagen.

Hun werd dus een uitstel gegeven. De Heere wil al die tijd wachten om te zien, of zij na die aankondiging zich zullen vernederen en zich beter gedragen en aldus de bedreigde ondergang voorkomen.

In dit uitstel ligt de prediking der bekering. Al had Jona dat niet zo letterlijk gezegd, het ligt toch in cle boodschap.

Hoe traag is de Heere tot toorn. Hoewel de boosheid van die stad om wrake riep, toch zal zij nog 40 dagen gespaard worden, opdat zij tijd moge hebben om zich te bekeren.

En God heeft de prediking gezegend voor de Ninevieten, want zo zegt de Heere Jezus in Matth. 12 : 41 en Luk. 11 : 32: Want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jona."

G. W. te D. vraagt of er een boek is, dat een verklaring geeft van de Dordtse Kerkenorde.

Antwoord: Na onderzoek is mij gebleken, dat ik u kan aanbevelen „Beknopte toelichting op de Kerkenorde door Joh. Jansen". Ook is te gebruiken „Kerkelijke adviezen door Prof. Dr F. L. Rutgers."

W. v. d. Z. te O. vraagt welk boek aan te bevelen is voor kerkgeschiedenis en Afscheiding of/en Doleantie.

(Geschie-Antwoord: Voor kerkgeschiedenis: Berkhof denis der kerk), Lankamp en Landwehr.

Voor afscheiding of/en doleantie: Dr J. v. der Does. Voorts het boekje van Engelbregt.

Echter veel vergelijkende studie en voorzichtig aan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 mei 1953

Daniel | 8 Pagina's

VRAGENBUS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 mei 1953

Daniel | 8 Pagina's