Een moeilijke opdracht
Hoe moeten we „fris" zijn?
Hoe moeten we „fris" zijn?
Het eenvoudige woord heeft in onze tijd veel van zijn waarde verloren: er zijn zo vele andere dingen voor in de plaats gekomen, die meer pakken en boeien. In onze gejaagde tijd is zo weinig tijd en gelegenheid voor een rustig gesprek. Het woord doet zo weinig, het is zo onaanzienlijk, zo nietig. Wat is een woord in onze tijd, vol van lawaai en gerucht, van jagen en jachten? Is er nog tijd om te luisteren naar een gesproken woord ? Het eenvoudige woord gaat teloor onder de geweldige geluiden van deze daverende tijd.
„Het leven is te hard van geluiden, De mensen doen te druk. — Om een ander wat doms te beduiden Verpraten ze hun eigen geluk!"
Meer dan eens is opgemerkt, dat er in onze tijd geen rust meer is. Er wordt voortdurend iets nieuws gevraagd, op allerhande gebied. Zie daar de telkens veranderende mode op het gebied van meubelen, kleding en haardracht. De rusteloze tijd is alles zo gauw moe, en daarom moet er telkens wat anders komen, om daar weer een poosje, een klein poosje maar, „zoet" mee te zijn. Het woord zegt ons zo weinig, en vandaar, dat er al gesproken is van devaluatie van het woord, een uitdrukking, die voor zichzelf spreekt. Als dan ook het woord, het gesproken woord, gedevalueerd is, wat moet er dan toch wel van het geschreven woord worden gezegd? Een woord, gedrukt op nietig krantenpapier? De dagbladen moeten met grote „koppen" uitkomen, anders trekt het nieuws de aandacht niet meer. Ieder blad moet zoveel mogelijk geïllustreerd zijn; de foto en de tekening moeten het doen. Alles moet pakkend opgediend.
Als we deze dingen nagaan, dan moeten we van ons blad „Daniël" toch wel zeggen, dat het een onaanzienlijk blad is, nietwaar? Dan kan het toch niet zo bijster goed met zijn tijd mee; dan zou er toch wel wat vernieuwing moeten komen; dan zou het wat frisser moeten zijn.
Het is dan ook een verbazend moeilijke opdracht, om in deze tijd met een blad te duf ven uitkomen, neen, met een heel bescheiden blaadje. Geen wonder, dat om frisheid wordt gevraagd, want het blad mag toch niet gaan vervelen! Altijd diezelfde soort stukken, met een inhoud van oude bekende zaken, dat is voor onze tijd toch niet zo wat-je-noemt.
Wat wordt de opdracht toch zwaar, om tegemoet te komen aan de verlangens van het hedendaags publiek, aan de eisen van de lezers!
Fris moet ons blad zijn. Goed, stel je voor, dat het onfris zou zijn! Wat heeft het w T oord „fris" toch veel betekenissen. Wat wordt de opdracht daardoor nog des te zwaarder.
Laten we zien, wat van ons wordt gevraagd. Fris kan de betekenis hebben van: geen sporen van verval vertonen, dus niet achteruitgaand, maar bloeiend zijn. Dit is in onze tijd van verval wel een zeer teer punt: geen sporen van verval. We zullen dan steeds biddend moeten werkzaam zijn, om van de Heere licht en. wijsheid te mogen ontvangen om overeenkomstig Zijn V/oord de lezers van voorlichting te dienen, 't Is zwaar, want wij struikelen allen in vele, maar het is een opdracht, die er nu eenmaal ligt en waaraan zal moeten beantwoord.
Fris betekent verder: zonder sporen van verwelking en bederf. Wanneer bloemen verwelkt zijn, of als levensmiddelen bedorven zijn, dan zijn ze niet bepaald fris te noemen. Ook hier ligt weer een moeilijke taak voor een redacteur, want hoe vaak kan het voorkomen, dat we lusteloos zijn, helemaal verwelkt, dat we zo droog zijn als een stoppel en hoe schielijk kunnen we iets bederven. Het zal niet meevallen om vrij te blijven van tekenen van verwelking en bederf.
Op het gebied van kleuren betekent fris: helder en levendig. Nou, we moeten toegeven, dat er in verschillende bladen artikelen verschijnen, die zo helder zijn als koffiedik, maar het is toch ook wel eens anders.
En wat die levendigheid betreft, dat zal er van afhangen, hoe de artikelenschrijver gesteld is, wanneer hij zich zet om iets op het papier te brengen. Dat kan ook heel verschillend zijn. Die levendigheid zal ook wel eens moeten aangewakkerd; het vuur moet van tijd tot tijd worden opgerakeld.
Een andere betekenis van fris is vervolgens: verkwikkend werkend op reuk en smaak, b.v. hoe kan eau de cologne fris werken op de reuk, en we spreken ook van een frisse dronk. We knappen er helemaal mee op. Niet door elk , , Daniël"-nummer zullen we een verkwikking ondergaan, maar het is toch wel zeker, dat de lezing een verkwikking kan zijn.
Vervolgens moet nog gewezen worden op de betekenis van: zuiver en opwekkend en vrij al wat benauwt. Wat kan de buitenlucht zuiver en opwekkend werken, waanneer we lange tijd binnenshuis hebben moeten doorbrengen! Het kan benauwend zijn binnen, maar in de frisse buitenlucht gaat de beklemdheid weg. Als zo een blad werkzaam mocht zijn! We begrijpen, dat wij uit onszelf, geen frisheid kunnen aanbrengen., maar dat alles wachten moet op 's Heeren zegen, zodat door een eenvoudig woord benauwdheid kan ruimen voor verademing.
We spreken verder nog van fris water b.v., wanneer dit water koel en aangenaam smaakt. Tn deze betekenis kunnen we ook zeggen: een fris bad, als het water dus koud aanvoelt. Nou, ik maak me sterk, wanneer nog nooit iemand een fris bad heeft moeten nemen, als hij door middel van een artikel op een geoorloofde manier op zijn nummer werd gezet. En dat kan heus geen kwaad, als maar wordt gemerkt, dat het uit liefde gebeurt en niet uit haat. Dan kon zo'n bad heilzaam werken.
Door dit nagaan van de betekenissen van het woord „fris" is wel gebleken, dat we met één woord bergen van zaken kunnen bedoelen en dat het geen kleine zaak is om aan al die betekenissen te voldoen. Het kan heel goed zijn, dat er nog meerdere zaken door fris kunnen aangeduid worden, maar het is nu al welletjes, nietwaar ?
In ernst: e hebben, hoop ik, gezien hoe moeilijk de opdracht is, om in deze tijd „fris" te zijn. En toch zal het blad aan zijn opdracht moeten voldoen. Onze tijd vraagt zo heel iets anders dan gewoonlijk in , , Daniël" wordt voorgezet. Prestaties van een straaljagerpiloot worden zo belangrijk geacht en de splitsing van atomen vraagt zozeer de aandacht, dat betere dingen op de achtergrond worden geschoven. Dat de belangstelling van velen zo uitgaat naar dingen van tijdelijke duur is een veeg teken. De onzienlijke dingen, die blijven, hebben zo'n belangstelling niet. Heel duidelijk moet in onze tijd blijven klinken het woord uit 1 Petr. 3 : 24 en 25:
„Want alle vlees is als gras, en alle heerlijkheid des mensen is als een bloem van het gras. Het gras is verdord, en zijn bloem is afgevallen;
Maar het woord des Heeren blijft in der eeuwigheid; en dit is het Woord, dat onder u verkondigd is."
Mocht „Daniël" bij de voortduur daarop mogen wijzen! Dan zou het blad fris zijn en ook fris blijven!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 april 1953
Daniel | 8 Pagina's