JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De Deugden Gods (o.)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Deugden Gods (o.)

5 minuten leestijd

„De Heere is goed en recht!"

Ook de goedheid Gods kunnen we rekenen, als behorende tot Gods wil. Zij openbaart zich' in Zijn liefde, genade, barmhartigheid, lankmoedigheid en goedertierenheid.

God de Heere doet goed aan al Zijn schepselen, maar wat nog méér zegt: ij is goed, ja de goedheid zelve. Dat is al zo in het rijk der natuur, waar Hij elke daghet Bijbelwoord bevestigt: .De Heere is aan allen goed en Zijn barmhartigheden zijn over al Zijn werken." (Ps. 145 : 9). Vóór de zondeval was dit waar in volkomen zin, maar ook na die vreselijke ongehoorzaamheid van onze eerste voorouders in het Paradijs is Gods goedheid nog merkbaar in al het geschapene. Hij doet immers Zijn zon opgaan over bozen en goeden en Hij regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen ? Want al is het waar, dat die algemene goedheid Gocls in de natuur de mens des te meer schuldig stelt, en elke natuurlijke weldaad hem eens dubbel duur te staan zal komen, als hii blijft die hij is, toch doet dit niets af aan het feit, dat de dingen die God geeft aan de mensenkinderen in zichzelf waarlijk goed zijn; maar de mens maakt door zijn zondig bestaan het goede tot kwaad en verandert de zegen in een vloek: aar dat ligt niet aan God. noch aan de aard Zijner goedheid.

En hoewel de Heere ook de verworpenen vele weldaden schenkt, toch is Hii in het bijzonder Zijn uitverkorenen goed en nabij. Hij schenkt hun Zijn gunst erverblijdt hen met tijdelijke, maar meer nog met geestelijke zegeningen. Dat gunstvolk mag er wel eens oog voor kriigen voor de goedheid Gods en dat aan allesverbeurdhebbende zondaren bewezen.

Allerlei benamingen draagt die goedheid Gods. Zij heet genade, als Hii aan schuldigen vergiffenis schenkt en onwaardieen weldoet. Ze wordt barmhartigheid srenoemd, als Hij zich over ellendigen en nooddruftigen ontfermt. Lankmoedigheid heet ze, als I-Iii het kwade niet dadelijk straft, maar de zondaar nos; tijd en gelegenheid en middel tot bekering' laat. En het Woord des Heeren staat vol van de heerlijkste getuigenissen van Zijne goedheid. Luister slechts!

Waar de goedheid als genade bedoeld wordt, daar roemt de Heilige Schrift die op zeer bijzondere wijze. Bijvoorbeeld: .Gij weet de genade van onze Heere Jezus Christus, dat Hij om Uwentwil is arm geworden, daar Hij rijk was, opdat gij door Zijne armoede zoudt rijk worden." 2 Cor. 8 : 9. „Want uit genade zijt gij zalig geworden." Ef. 2 : 8. , , 0, God! wees mij, zondaar, genadig!" Luc. 18 : 13. „Waar de zonde meerder geworden is, daar is de genade veel meer overvloedig geweest." Rom. 5 : 20.

Heet de goedheid Gods meer bepaalt barmhartigheid, ook dan is de Schrift er, om daarop telkens met nadruk te wiizen, zoals bijv. in Ps. 79 . 8: Laat Uwe barmhartigheden ons voorkomen, want wij zijn zeer dun geworden." Of in Ps. 119 : 156: , Heere. Uwe barmhartigheden zijn vele." En in 1 Tim. 1 : 13. „Maar mij is barmhartigheid geschied." En om niet meer te noemen, als de Heere Jezus tijdens Zijn omwandeling op aard ellendigen en misvormden ontmoet, dan staat er telkens geschreven: En Hij werd met innerlijk barmhartigheid bewogen." Zie Matth. 18 : 27 en 20 : 34, Mare. 1 : 41, enz.

Wordt er daartegenover met Gods goedheid in het bijzonder Zijn lankmoedigheid bedoeld, dan zijn er in Gods Woord weer bewijzen te over, die dit duidelijk maken en met voorbeelden illustreren. Immers, alvorens God buitengewone strafgerichten deed plaats vinden, gaf Hij eerst het woord aan Zijn lankmoedigheid en verkondigde Zijn straffend voornemen, vaak met de belofte, dat Hij Zijn toorn zou inhouden, als er verootmoediging en bekering plaats vond. Zo werd de straf

van de zondvloed reeds 120 jaren van tevoren bekend < vemaakt. Dat was een tijd om zich nog te bezinnen. Aan het volk van Ninevé gaf de Heere nog 140 dagen bedenktijd, aleer de stad zou worden omgekeerd. En in de gelijkenis van de wijngaardenier uit Lucas 13 vraagt de tuinman aan zijn heer: , Laat hem ook dit jaar, totdat ik om hem gegraven en mest gelegd zal hebben." En Daniël roept Nebukadnezar toe, dat hij door van zijn zonde af te laten, bij de Heere verkrijgen mocht, dat er verlenging van zijn vrede wezen zou. Dan. 4 : 27.

Zo hebben we dus opgemerkt, dat Gods goedheid er is voor ieder persoonlijk. Dat staat buiten alle twijfel vast! Hebben we dat in ons leven reeds opgemerkt? Zonder Gods sparende goedheid zouden we er niet meer geweest zijn; waren ook wij omgekomen wellicht in Gods rechtvaardige oordelen. De grote vraag is echter: Hebben we dat reeds gezien, opgemerkt cn Gods goedheid in Zijn sparen gewaardeerd. Heeft het ons al in het stof doen vallen met de ootmoedige belijdenis van Petrus: „Heere, ga uit van mij, want ik ben een zondig mens? " En als ge die goedheid Gods opmerkt, is het dan alleen nog maar als een lankmoedigheid, waardoor ge nog zijn moogt, die ge zijt, of is zij U reeds verschenen als genade en barmhartigheid? Ziedaar nog enkele vragen, de overdenking dubbel waardig! Tot de volgende maal bij welzijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 april 1953

Daniel | 12 Pagina's

De Deugden Gods (o.)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 april 1953

Daniel | 12 Pagina's