(Vervolg gedicht „TREURLIED")
Zie, ziedaar! Daar steekt er één zijn kop uit de golven op, d' ander stikt in 't dood'lijk sop. Van Hollands kostbre lusthof is thans alle lust af: waar onlangs 't vee nog weiden ging, is nu der vissen légering. Daar dondert nu de stem des Heeren op de grote meren. Daar is Noach's eeuw! Denk aan Uw boog, o Heer der Heeren!
Treur Nederland! Treur Nederland! Die waat'ren zijn niet anders dan een dropp' s ) uit de fiolen !) van Gods toorn; de top ervan staat nog te wachten! Drink welig land, drink weeld'rig land de vloeden van Zijn Woord en Geest in overvloed; vast, bidt, bekeert u! Vreest hierna nog droever nachten! Een sterke tranenvloed bluss' in uw hart der lusten gloed, dit dodig, ledig hart, waarin niets anders dan het boze leeft, en dat verstikt al hetgeen hier adem heeft. Een stroom komt van omhoog. Wee mij! Van 't geruis vloeit mijn oog van hete traan'. Laagt' en hoogte moeten hier er aan. 't Gebulder zal de naaste landen en de vergelegen stranden de galm doen horen; maar de slag bij ons doen landen.
Dan zal aan ons de hoge ceder leren, wat dart'le hoogmoed is, en zich bekeren. O machtig God'. O rijke God, gedenk dit arm geplunderd volk en laat Uws Geestes grondeloze kolk zijn ziel besproeien. Geef het een lot, 'n béter lot: een huis, dat fundamenten heeft, een land, dat — daar 't voor geen doorbraak beeft - —
in eeuwigheid zal bloeien. En wanneer het U behaagt, dat de Dag des Heeren daagt, —• die duist're, donk're, bitt're dag, die dag vol ongeval, die 't besluit eens baren zal, waarop de vijgeboom niet bloeit en de wijnstok niet meer groeit, wanneer schaap, rund en al de beesten uit de stal (door der krijgers hand wreed'lijk overmand) geroofd zijn of verbrand 10 ) — — laat dan de beekjes der rivieren des Heeren stad met vreugde sieren, laat dan opnieuw de nevels vagen, opnieuw de morgen dagen, als zond' en zondaars zijn verstormd beeft - —
(Zonder betekeniswijziging van de inhoud in hedendaags Nederlands —• J. L.) omgezet
1) smaak = voorsmaak, proeve. - ) versmoord =verdronken, omgekomen, - i) het wetende gemoed - het gemoed, dat bekend is met Gods Woord. ') het vocht = de wateren der wereldzeeën. 3) De dichter bedoelt hier en in het volgende couplet: p Gods bevel week de duisternis van Rome's bijgeloof (de dorre wildernis en de woeste dreven) voor het dagende licht der Reformatie (de levenswateren, de fontein des heils, nl. Gods heilig Woord). ") jalpen (galpen) = het janken of huilen van dieren in doodsnood. 7 ) zwalpen = heen en weer klotsen. 8 ) dropp' = druppel. 9 ) fiolen = flessen (eigenlijk: riekse en Oosterse drinkschalen). 10 ) Dit beeld is ontleend aan Habakuk 3 : 17—18.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 april 1953
Daniel | 12 Pagina's