VRAGENBUS
Correspondentie voor deze ruhriek aan: I I T. MOLENAAR. Leede ƒ 8, Rotterdam-Zuid
W. v. "E. te K. vraagt mij of ik een uitgave weet van de catechismus op rijm. Hij heeft wel eens in een boek van Balthazar Bekker deze 2 regels gelezen: „Wie is het, Die u troost in leven en in 't sterven? 't Is Christus, door Wiens dood ik 't leven hoop te erven."
Antwoord: Ik heb mijn uiterste best gedaan om iets te weten te komen van die uitgave, maar noch in mijn encyclopedisch onderzoek, noch in mijn informatie bij verschillende personen, mocht het mij gelukken iets ter zake te vinden. Daarom moet. ik u bij dezen melden, dat ik het niet weet.
Mochten lezers van Daniël het boek wel kennen, dat zij mij dan titel en uitgever opgeven. Bij voorbaat hartelijk dank.
J. J. v. R. te O. vraagt mij iets te schrijven over het ontstaan van de Bijbel en wat er mee in verband staat.
Antwoord. Op deze vraag zou een heel lang antwoord kunnen volgen, maar dat zou verscheidene kolommen vullen, tl voelt zelf wel, dat dit in de vragenrubriek niet kan-Daarom hier het voornaamste.
Het woord ..Bijbel" komt van biblia en betekent: boeken. De Bijbel is maar niet een verzameling van Joodse literatuur, maar vormt in zijn eenheid een geheel enig boek, omdat hij met Goddelijk gezag tot de mens komt en Gods Woord is, in tegenstelling met de opvatting van hen die zeggen, dat Gods Woord in de Heilige Schrift vervat is. Er zijn meer godsdiensten, die een zgn. „goddelijk" boek hebben, dat als regel geldt voor leer en leven, o.a. de Veda der Indiërs, maar wat een verschil met het Woord van de waarachtige God!
Voor Mozes' tijd was er geen beschreven Woord van God, en geschiedde de openbaring Gods door mondelinge mededeling, door gezichten, dromen en engelenverschijningen, die overgeleverd werden van vader op kind.
Op de duur kon niet volstaan worden met mondelinge mededeling, daarom geschiedde schriftelijke optekening.
In een tijdsverloop van ± 1600 jaar (1500 j. v. Chr. en 100 j. n. Chr.) is de Bijbel langzamerhand ontstaan. Het O.T. werd oorspronkelijk in de Hebreeuwse, enkele gedeelten in de Chaldeeuwse taal geschreven, terwijl het N.T. in het Grieks tot ons kwam.
Doordat de oorspronkelijke handschriften der Bijbel-
be-auteurs, de zgn. autographa verloren zijn gegaan, zitten wij alleen nog de afschriften.
De 66 Bijbelboeken worden naar onze Belijdenisschriften „canonieke" boeken genoemd, omdat ze de regel bevatten voor leer en leven.
Het woord „canoniek" komt van „canon" wat staf, richtsnoer beduidt. „riet"
De verzameling der Nieuw-Testamentische boeken werd afgesloten op het concilie te Hippo Regius in het jaar 393.
De Heere Jezus heeft zich menigmaal op het O.T. beroepen en in Zijn onderwijs het O.T. laten spreken. Nooit heeft Hij de waarheid van het O.T. aangerand, wat niet mogelijk was, omdat Hij is de Waarachtige God en het eeuwige Leven. Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven.
De eigenschappen der H. Schrift zijn: le. Goddelijk gezag, 2e. noodzakelijkheid, 3e. duidelijkheid, 4e. volkomenheid.
Ten slotte nog deze aanvulling.
De canon van het O.T. is vrucht van die gans bovennatuurlijke werking Gods, waardoor Hij een reeks van personen in het midden van Israël er toebekwaamd en toegebracht heeft om de onderscheiden geschriften, mede met het oog op de komst van Christus, zó te vervaardigen, dat hun inhoud Goddelijk feilloos uitdrukt, wat zij aanboden.
Deze canon is noch in zijn geheel, noch in zijn delen door een besluit van een daartoe bevoegd college ontstaan, maar is een organisme, dat door de drijfkracht van Gods Geest, die in het midden van Israël tot schrijven en verzamelen drong in de loop der eeuwen is uitgegroeid en tot welks wording deels geestelijke, deels historische factoren hebben meegewerkt.
De N.T. gemeente is nooit zonder beschreven Woord van God geweest. Zij bezat het O. Testament. Daarbenevens had zij van de aanvang de levende woorden door Christus gesproken en de door Christus verkoren en met de Heilige Geest begaafde apostelen geschreven evangeliën.
Naast de 4 evangeliën ontstond reeds voor het einde der eerste eeuw een verzameling van Paulinische brieven. Ook andere boeken in de canon opgenomen waren in de eerste eeuw al in kerkelijk gebruik.
De definitieve erkenning van de canon, die door de ganse kerk werd aanvaard had plaats, zoals boven reeds gemeld is, op het cornüe te Hippo Regius in het jaar 393.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 april 1953
Daniel | 12 Pagina's