VRAGENBUS
Correspondentie voor deze rubriek aan:7". MOLENAAR. Leede 18. Rotterdam-Zuid
O. K. te R. vraagt wat de eerste weldadigheid was van Ruth, daar Boaz tegen haar zegt volgens hoofdstuk 3 : 10: Gij hebt deze uwe laatste weldadigheid beter gemaakt dan de eerste."
Antwoord: Hoofdstuk 3 spreekt ons van: le. De raad die Naomi aan Ruth geeft; 2e. Hoe die raad door Ruth wordt opgevolgd; 3e. De eerbare handeling van Boaz; 4e. Ruth's thuiskomst.
Onder de eerbare handeling van Boaz valt deze vraag. Als Boaz zegt: „Gij hebt uwe laatste weldadigheid beter gemaakt dan de eerste", bedoelt Boaz, dat Ruth weldadigheid betoond had aan haar overleden man en aan haar schoonmoeder, maar ook dat zij niet naar een jonge man had omgezien.
Zij was niet te rade gegaan met vlees en bloed, want anders was zij jonge gezellen nagegaan, maar zij begeerde de tamelijk bejaarde Boaz. de bloedverwant van Machlon, opdat zij in een door God gezegend huwelijk de naam van haar gestorven man nog zou kunnen doen voortbestaan.
Zij was, hoewel oorspronkelijk een heidin, bereid te huwen volgens de voorschriften van de wet, al was het dan ook een man die veel ouder was dan zij, omdat het voor de eer en het belang was der familie, waarin zij gehuwd was, en waaraan zij zo van harte was toegewijd.
Laat Ruth's voorbeeld toch eens indruk maken op onze jonge mensen.
Algemeen denken onze meisjes en jongens dat zij over zichzelf kunnen beschikken, dat zij lust en neiging maar moeten volgen. Maar zo mag het niet.
We hebben te zoeken in de gewichtige omgang onderling en de voorbereiding tot het huwelijksleven, de Heere, Hem smekende, met ons op te trekken, opdat Zijn Aangezicht ons vergezelt.
De ouders hebben mede een stem in 't kapittel. Laten zij hun kinderen leiding geven, zoals eens Naomi aan Ruth. Op de gemakzucht der ouders, denk aan Eli, en de ongehoorzaamheid der kinderen, rust Gods ongenoegen.
J. G. te W. schrijft dat hij lid is van de Geref. Gem. te B, maar door werkzaamheden woonachtig te W, waar geen Geref. Gem. is. Hij gaat nu regelmatig naaide twee andere kerken, die in W. zijn, nl. de Hervormde en de Gereformeerde kerk.
In de Hervormde kerk hoort hij Schriftcritische preken, en geeft enkele zaken weer, die hij daar hoort en niet kan weerleggen. Hij vraagt nu raad.
Antwoord: Het spijt me, dat ik moet zeggen, dat wat u doet, beslist verkeerd is. Als lid van de Geref. Gem. kunt u in W. niet kerken.
U houde zich bij de „oudvaders", of bij de preken van de overleden of nog levende dominee's van de Geref. Gemeente. U blijve dus thuis en leze een preek.
U ziet zelf hoe gevaarlijk het is, om onder een predikant te kerken, die de twijfelachtige moed heeft Gods Woord aan te randen, en met de critische schrijfstift vele gedeelten van de Heilige Schrift in discrediet brengt.
Als de dominee zegt, dat de vier Evangelisten hun eigen gedachten weergeven, en een eigen visie hadden op de gebeurtenissen van die tijd, dan zeg ik: „Vlucht van zo'n man vandaan en kom er nooit weer".
Gods Woord leert ons, dat de profetie voortijds niet voortgebracht is door de wil des mensen, maar dat heilige mensen Gods van de Heilige Geest gedreven zijnde, ze hebben gesproken. Als die man durft te zeggen, dat er tegenstrijdigheid is tussen Mattheus en Lukas, omdat Mattheüs zegt, dat de Heere Jezus geboren is onder koning Herodes en Lukas vermeldt, dat de geboorte plaats had, toen Quirinus stadhouder was over Syrië, die pas 10 jaar na de dood van Herodes aan het bewind is gekomen, dan zeg ik, dat Mattheüs en Lukas elkaar niet tegenspreken.
Wat toch is het geval? In de eerste verzen van Lukas 2 wordt nog niet gesproken over de geboorte van de Heere Jezus, maar over de beschrijving.
De beschrijving geschiedde, staat er in mijn vertrouwde Statenbijbel, als Cyrenius over Syrië stadhouder was.
Nu wordt met Cyrenius inderdaad Quirinus bedoeld, die 11 jaar na de geboorte van de Heere Jezus aan het bewind kwam. De bedoeling is, dat Augustus de voorbereidende werkzaamheden heeft getroffen, maar dat de werkelijke volvoering, door eigenlijke heffing van belasting ongeveer 11 jaar later plaats had.
Ook zegt die dominee, dat de vlucht van Jezus naar Egypte in het schema, zoals Lukas dat geeft, niet mogelijk is in te lassen. Ook dat is mis. De Heilige Geest heeft Lukas de vlucht naar Egypte niet doen beschrijven. De geschiedenis heeft Mattheüs wel mogen weergeven.
In chronologische volgorde valt de-gang van de wijzen uit het Oosten en de vlucht naar Egypte na de voorstelling in de tempel, dus midden in het 39ste vers van Lukas 2, waar we dus zouden kunnen lezen: „En als zij alles voleindigd hadden, wat naar de Wet des Heeren te doen was, keerden zij weder naar Galilea (nadat zij 2 jaar in Egypte gewoond hadden), tot hun stad Nazareth.
Hoewel de etische predikant ook al bezwaar maakt, dat Lukas de verschijningen van de Heere Jezus na Zijn opstanding doet plaats vinden in en rondom Jeruzalem, terwijl Mattheüs vermeldt, dat de Heere Jezus tegen de vrouwen zegt en door de vrouwen aan de discipelen laat zeggen, dat zij naar Galilea moeten gaan, is er helemaal geen tegenstrijdigheid.
Eerst is het ene gebeurd en daarna het andere.
Volgens Mattheüs 28 : 11 zijn de elf discipelen, nadat zij de Heere Jezus tweemaal gezien hadden te Jeruzalem, heen gegaan naar Galilea, naar de berg, waar Jezus hen bescheiden had.
Dit is de ontmoeting, waar meer dan 500 bijeen waren, volgens 1 Corinthe 15 : 6. broeders
En zo zouden we door kunnen gaan. Die man heeft ongelijk en misleidt de schare. En u, mijn vriend, zij nogmaals op het hart gebonden, ga er nooit meer heen.
De bruid in het Hooglied zegt in het eerste hoofdstuk: „Zeg mij aan, Gij, Die mijn ziel liefheeft, waar Gij weidt, waar Gij de kudde legert in de middag".
De dochters van Jeruzalem antwoordden: „Indien gij het niet weet, o gij schoonste onder de vrouwen, zo ga uit op de voetstappen der schapen."
De gang van de bruid kan ik u aanbevelen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 maart 1953
Daniel | 8 Pagina's