JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

? Vragenbus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

? Vragenbus

6 minuten leestijd

A. D. te V. vraagt: „Komt ware milddadigheid voort uit overvloed of uit zelfontzegging? Als ze uit het laatste voortkomt, vraag ik u of we onze naasten dan liever moeten hebben dan ons zelf."

Antw.: Milddadig betekent zoveel als onbekrompen, gul, vrijgevig. Nu kan milddadigheid voorkomen bij hen, die overvloed hebben, maar ook bij hen, die zelf niet zoveel hebben. Dat is dan een karaktereigenschap, die op het terrein van de algemene genade wordt gevonden.

U spreekt echter van - ware milddadigheid en dan is dit een uiting van naastenliefde.

Nu is naastenliefde naar het woord van de Heere Jezus, het tweede gebod der wet, aan het eerste en grote gebod, de liefde tot God, gelijk.

Met dit laatste wil de Heere Jezus zeggen, dat de Christelijke naastenliefde in de liefde tot God gegrond is en wezenlijk één met haar is. We moeten dus naar de eis Gods onze medemensen, evenals ons zelf, om Gods wil liefhebben.

Hier ligt dan ook het verschil tussen de christelijke en alle andere naastenliefde. De humanistische naastenliefde vindt haar beweeggrond b.v. niet in God.

Ware milddadigheid vindt ge in Rom. 12:13, waar ge leest: , Deelt mede tot de behoeften der heiligen", d.i. hebt ook mede uw deel in het geven tot onderhoud der armen. Milddadigheid is, als het goed is, niet alleen royaal geven, maar 't moet een blijmoedig offer zijn om Christus' wil. Wanneer zo iets plaats heeft, heeft men de naasten lief als zich zelf, maar niet meer dan ons zelf, want dit vraagt de Heere nergens in Zijn Woord.

D. v. K. te H. vraagt verklaring van Spr. 31 : 6 en 7.

Antw.: n Spr. 31:6 en 7 lezen we: , Geeft sterke drank degene, die verloren gaat, en wijn degenen, die bitterlijk bedroefd van ziel zijn. Dat hij drinke en zijn armoede vergete en zijn moeite niet meer gedenke."

Onder degenen, die verloren gaan en bitterlijk bedroefd van ziele zijn, hebben we ongetwijfeld hen te verstaan, die ter dood veroordeeld waren. Vandaar dat wij ook lezen van gemyrrhede wijn, welke de Heere Jezus werd aangeboden op het kruis, maar die door Hem werd afgewezen.

Wijn, matig genomen, heeft de door God gegeven kracht, om de moed te stalen, heeft de weldadige werking, om wat ingezonken was weer te doen opleven.

Een grote hoeveelheid zet voor een ogenblik helemaal over het lijden heen, doet de ellende vergeten, zolang de wijn of sterke drank werkt, om straks, als de uitwerking voorbij is, des te erger te maken.

Men gaf hem echter aan de ter dood veroordeelden, opdat deze de diepe ellende van hun toestand zouden vergeten, of de schrikkelijke pijn niet zouden gevoelen. Dit is in 't kort de verklaring van het 6e vers.

Bij het 7e vers zou ik kunnen opmerken, dat de Heere Jezus het Zijn volk vergunt en van ons allen eist, dat wij hun, die op het punt zijn te bezwijken, versterkingen toedienen. Hij weigerde ze bij Zijn eigen verschrikkelijk lijden. Zijn bittere lijdenskelk weigerde Hij echter niet, maar ledigde die tot de bodem.

Als Hij Zijn volk deelgenoot van Zijn lijden maakt, schenkt Hij het de beker der vertroosting, nodigt het uit, die te drinken en verblijdt alzo hen, die in de grootste ellende verkeren, door Zijn liefde en genade.

Paulus zegt: , , Want gelijk het lijden van Christus overvloedig is in ons, alzo is ook door Christus onze vertroosting overvloedig."

P. v. d. W. te St. zou gaarne het een en ander uiteengezet willen zien, omtrent het Humanisme. Hij zou het op prijs stellen indien hij een uitvoe^ rige uiteenzetting mocht ontvangen, daar dergelijke dwalingen in de kerkhistorie, wanneer men met bepaalde secten in aanraking komt, bestreden kunnen worden op Bijbelse gronden.

Antw.: Uitvoerig kan en mag ik in deze rubriek niet zijn, maar het voornaamste zal ik in dit antwoord proberen te verwerken.

In Italië is in de 14e eeuw een machtige beweging ontstaan, die men Renaissance (wedergeboorte) noemde.

Tegenover de cultuur der Middeleeuwen, die in alles een kerkelijk en wereldontvluchtend karakter droeg, stelde men de mens, zijn vrijheid, zijn leven en zijn geluk in de wereld.

Met deze beweging is nauw verwant het

Humanisme. Het Italiaanse Humanisme is beslist heidens.

In Duitsland en Nederland bestudeerden de Humanisten vooral het N. Testament en de kerkvaders en wilde men de oud-christelijke geest weer doen herleven. Dit z.g.n. Bijbels-humanisme was echter ver verwijderd van de Hervorming.

Het eerste waaraan het zijn naam ontleende, de humaniteitsgedachte, de idee der ware menselijkheid. was op zichzelf niet verwerpelijk, mits gehouden onder de uitspraken van Gods Woord. Echter het Humanisme in zijn historisch verloop stelde zozeer de mens op de voorgrond, zonder met zijn val en verderf te rekenen en zonder naar wedergeboorte en waarachtige bekering te vragen, dat het latere geesteskind, het Rationalisme, de mens als het interessantste schepsel beschouwde en van uit eigen gedachtengang zich tegen God en Zijn Woord te weer stelde.

De humanistische gedachte en die van het ware Christendom vormen dezelfde tegenstellingen als in het Paradijs reeds naar voren drong bij de zondeval: de mens of God op de troon.

Het Humanisme heeft een mooie naam, maar de mooie naam wordt misbruikt om de aanbidding van de mens te verheerlijken en straks het , , ni-Dieu ni maitre" , , noch God, noch meester" uit te galmen.

De historische gang van het Humanisme is deze geweest: bakermat is Italië, waar het namen van beroemde mannen aan zich verbond, o.a. Dante, Petrarca e.a. Langzamerhand en met name na de uitvinding van de boekdrukkunst, kwam de humaniteitsgedachte over de Alpen naar Nederland en Duitsland.

Erasmus, die de Scholastiek bestreed en de misstanden in de Roomse kerk aan de kaak stelde, was niettemin de Nederl. Humanist, die van geen rechtvaardigmaking door het geloof wilde weten, evenals Luther en die zich Christus dacht als een Leraar en Voorbeeld, maar niet als de van God gegevene, Die door lijdelijke en dadelijke gehoorzaamheid de schuld zou betalen, de zonde verzoenen en een eeuwige gerechtigheid voor Zijn volk zou teweeg brengen.

Tussen Reformatie en Humanisme is een grote kloof.

Gaat de eerste uit van de H. Schrift en predikt zij de , , Ere Gods" het , , Soli Deo Gloria", het humanisme, hoe religieus gekleed zet de mens in het centrum. Het is een religie zonder vernieuwing, zonder zondebesef en zonder zondevergeving.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 maart 1953

Daniel | 8 Pagina's

? Vragenbus

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 maart 1953

Daniel | 8 Pagina's