JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Vaderlandse Geschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vaderlandse Geschiedenis

6 minuten leestijd

Nieuwe dreigingen en opklaringen. Het gevaar der Armada was voorbij; maar men was er nog niet. Parma wilde zijn verzamelde troepen gebruiken om Bergen op Zoom te bemachtigen.

Deze stad lag uitermate gunstig voor de handel en voor de veiligheid van Zeeland.

Toch is het Parma niet gelukt de stad in handen te krijgen, want de engels-hollandse bezetting onder Francis Vere en de gebroeders Bax verdedigde zich met taaie moed. Ook het gure winterweer noopte hem het beleg op te breken en de winterkwartieren te doen betrekken in Brabant. Voor dit gewest evenals een jaar te voren voor Vlaanderen is dat een benarde tijd geworden. Plunderingen door de spaanse garnizoenen, aanvallen van de staatse troepen vanuit Axel, Bergen op Zoom en Geertruidenberg maakten het leven voor de arme bewoners ondraaglijk.

Een nieuwe dreiging voor ons was het verraad van laatstgenoemde stad.

Hier lag een engels garnizoen, dat zich echter niet aan de Staten wilde onderwerpen. Maurits heeft het eenmaal moeten belegeren om deze z.g. „bondgenoten" tot rede te brengen. De heren gingen tenslotte zelfs met Parma onderhandelen en verkochten aan hem de vesting. Dat dit grote ergernis verwekte laat zich begrijpen. Men sprak van „de Bergverkopers". Voortdurend moest nu een flottielje op de rivier kruisen om uitvallen naar het Noorden op dat punt te verhinderen. Voor Parma leek de toekomst niet ongunstig. Langzaam gaat zeker, dacht hij. Wat hij in 't Zuiden had bereikt kon hij ook in onze Republiek bereiken: Holland en Zeeland in een hoek dringen en dan toeslaan. Maar Spanje en zijn regering zou de plannen van de bekwame veldheer in de war sturen, tot voordeel van ons!

De heien in Madrid konden het Parma maar niet vergeven, dat hij zo tegen de Armada geageerd had. Ja, men durfde zelfs te beweren, dat hij feitelijk de schuld van de mislukking was geweest, omdat hij niet op tijd in Calais was verschenen.

Ook was Parma er fel tegen, dat Philips zich in de franse zaken ging mengen en de nederlandse uit het oog verloor. Als Philips twee hazen tegelijk wilde schieten kwam hij zeker platzak thuis. Verder belette hem een hevige jichtziekte in 't voorjaar van 1589 krachtig op te treden en door te stoten naar het Noorden.

De toestanden in Frankrijk. Wij weten dat na de gruwelijke Bartholomeüsnacht de Hugenoten naar de wapenen grepen om zich te verdedigen tegen de katholieke partij. In de dagen van de Armada stond aan het hoofd van deze partij Hendrik de Guise. Niet de koning Hendrik III, maar de Guise was het, die de regering in handen had en met de spaanse gezant samenwerkte.

Aan het hoofd der Hugenoten stond de bekende koning Hendrik van Navarre, getrouwd met Margaretha van Valois en dus een zwager van Hendrik ni.

De Hugenoten hadden het moeilijk, maar behielden nog het veld.

nog het veld. Koning Hendrik III haalde nu de dwaasheid uit de Guise te laten vermoorden (1588) en zijn toevlucht te zoeken bij de Hugenoten. Dit kostte hem ook het leven: in Aug. 1589 werd ook hij vermoord.

Wie moest nu koning worden? De naast aangewezen erfgenaam was de Hugenotenaanvoerder Hendrik van Navarre, nu Hendrik IV.

Maar dat kon de franse katholieke partij niet dulden: een protestant op de troon van Frankrijk! Zij erkende de nieuwe koning niet en deze begon zijn regering met strijd.

Jammer, dat hij later omgezwaaid is en rooms geworden. Bekend is zijn gezegde: Parijs is wel een mis waard!

Tot zijn eer moet ook weer gezegd worden, dat hij zijn vroegere geloofsgenoten het Edict van Nantes bezorgd heeft (1598).

Voor Philips II waren deze gebeurtenissen een prachtige gelegenheid in te grijpen. Hij maakte aanspraak op de franse kroon voor Isabella, zijn dochter, wier moeder Elisabeth van Valois was, dus verwant met het franse koningshuis.

Parma kreeg tot zijn grote ergernis bevel naar Frankrijk te gaan om tegen Hendrik IV te strijden.

En wij verheugden ons natuurlijk zeer over dat vertrek!

De offensieve krijg. Was de oorlog tot hiertoe van onze kant verdedigend geweest, het zijn Willem Lodewijk en ziin neef Maurits geweest, die getracht hebben daarin verandering te brengen en tot de aanvalsoorlog' over te gaan. Daartoe was echter nodig, dat begrepen zij, een gehele reorganisatie van het leger.

Om deze tot stand te brengen gingen beide neven vooraf de krijgskunde van de Grieken en Romeinen bestuderen. De verschillende bewegingen werden met loden soldaatjes op een tafel uitgevoerd.

Dit gaf direct verschillen met de spaanse vechtmanier te zien. De Spanjaarden hadden de massa-opstelling, Van de Romeinen leerden de Prinsen de opstelling in kleine groepen en dus met grote beweeglijkheid. Dat dit in een aanvalsoorlog van belang is, is gemakkelijk te begrijpen.

Ook de bewapening van de soldaat werd anders; en veel werk werd gemaakt van exerceren. Voorheen leerde de soldaat zijn handwerk al doende, wat vaak tot allerlei verwarring aanleiding gaf. Nu ging men met een geoefend leger in het gevecht, staande onder strenge tucht. Vooral zorgden de Prinsen voor een goede soldij, die op tijd betaald werd.

Muiterij kwam dan ook in het staatse leger niet meer voor.

De eerste exercities waren voor velen een publieke vermakelijkheid. Toen men later de resultaten zag hield het grappen op en was men vol bewondering. Tot de nieuwe legerorganisatie behoorde nog een verandering. Een soldaat moest niet alleen met het geweer, " maar ook met de spa overweg kunnen.

Voortdurend toch moesten bij belegeringen (en er viel veel te belegeren) loopgraven, mijngangen en schansen aangelegd worden. .

Geschiedde dit voorheen door gepreste boeren, nu werd het soldatenwerk. Tevens een tuchtmaatregel: want ledigheid is des duivels oorkussen.

Dat ook het bruggenslaan niet kon ontbreken is in onze landen begrijpelijk (pontonniers).

Kortom hier werd de grondslag gelegd van de genie.

Wij mogen in dit verband ook niet vergeten Maurits' vriend de Bruggenaar Simon Stevin een zeer knap wiskundige, uitvinder van de tiendelige breuken. Trouwens, ook Maurits was knap in wiskunde.

Het schaakspel beoefende de Prins veel tot oefening van zijn combinatievermogen.

Wat voor de dienst ongeschikt was, werd verwijderd. Zo kreeg men een leger van slechts 10.000 man (8000 man voetvolk en 1800 ruiters) maar prima in orde.

Het zal echter vreemd klinken als we vertellen welk een bont gezelschap dit leger vormde. Men vond er niet alleen Nederlanders in, maar ook Engelsen, Duitsers, Fransen en Schotten!

P. J. LAMORé.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 januari 1953

Daniel | 12 Pagina's

Vaderlandse Geschiedenis

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 januari 1953

Daniel | 12 Pagina's