JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Dr H. F. Kohlbrügge

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dr H. F. Kohlbrügge

4 minuten leestijd

(3)

Zelfs het Prov. Kerkbestuur en de Synode bemoeide zich met de zaak en we begrijpen met welk resultaat. Want het was de tijd van de heerschappij van het Liberalisme.

De president van het Prov. Kerkbestuur voegde Kohlbrügge toe: „Gelooft gij ook aan die oude dingen, zoals de hellevaart van Christus, zoals de Catechismus die beschrijft? "

Kohlbrügge antwoordde op zijn pas.

En de president der Synode zei tot hem: „Mijnheer, wij moeten rust hebben in onze kerk; rust moeten wij hebben."

In een blad van die tijd, „Vaderlandse Letteroefeningen", werd het volgende fraais neergeschreven: Als Kohlbrügge werd opgenomen in de Kerk, zouden rust, vrede, eendracht en christelijke liefde verdwenen zijn.

Met recht heeft zeker schrijver gezegd: „Kohlbrügge is van Febr. '30—Nov. '32 een martelaar van het Liberalisme, van de onverdraagzaamheid der „verdraagzamen" geweest. Voor Bilderdijk, da Costa en Groen was er geen plaats op de katheder, voor Kohlbrügge zelfs niet in de kerk."

Kohlbrügge kon heengaan en zette zich tot schrijven van zijn boek: Het lidmaatschap bij de Herv. Gemeente hier te lande mij willekeurig belet.

't Verscheen in 1833.

Er was enorme belangstelling voor dit boek; de ogen van velen gingen open; maar daar bleef het ook bij. Waar nu heen? Bij de Afgescheidenen wilde hij zich niet voegen. De reden was echt Kohlbrüggiaans: ze „werkten" hem daar te veel!

Kohlbrügge kwam aanvankelijk veel ten huize van da Costa en ontmoette daar al de mannen van de Réveilkring. Deze kring heeft onmisbaar invloed op hem uitgeoefend. Eén hunner, W. de Clerq, zag in Kohlbrügge een lelijke karakterfout, nl. „geestelijke hoogmoed" en daar was wel wat van aan.

Tegenover de bevinding van anderen zette hij zijn eigen geestelijke ervaring. „Mijn preken moeten waarheid worden, " zei hij eens. En wee, wie hem daarin weerstond.

Toen nu zijn boek verscheen, was er aanvankelijk levendige belangstelling voor; maar de Reveilvrienden reageerden er verschillend op.

Eén der vrienden, Twent, wilde een actie op touw zetten als protest tegen de behandeling van Kohlbrügge. Het bleek duidelijk, dat deze vriend de kant der separatie, der scheiding, op wilde.

Da Costa, gevraagd zijnde, of hij zo'n protest wilde opstellen, verklaarde, als hij het deed, het juist zou zijn in anti-separatistische geest!

W. de Clerq voelde niet veel voor zo'n gezamenlijke actie.

Voor Kohlbrügge was al dat geharrewar, al die lijdelijkheid, niet aangenaam; hij zag daarin een verwerping van hem en zijn zending. Hij heeft het de vrien-

den van het Reveil nooit vergeven en 't werd een oorzaak van een breuk, welke natuurlijk koren was op de molen van de vijanden.

Vooral na het verschijnen van zijn bekende preek over Rom. 7 : 14, waarin volgens velen afwijkende gevoelens omtrent het stuk der heiligmaking voorkwamen, was de breuk volkomen.

Pas jaren later zou er weer toenadering komen.

Alleen aan zijn utrechtse vrienden had hij nog het meest. Aan Kuyper klaagde hij zijn nood. Deze heeft nog getracht, hem door zijn tegenstanders onder de vrienden beter te doen begrijpen.

't Was in deze tijd, dat hij zijn onvergetelijke vrouw verloor.

In 1833 volgde een bezoek aan Elberfeld, dat een beslissend punt in zijn leven zou worden, nl. wat de inhoud van zijn prediking betreft.

Er woonde daar ter plaatse en in 't gehele Wupperthal veel Gereformeerden. Twee bekende predikanten zijn daar o.m. geweest: G. D. Krummacher (oom) en Dr F. W. Krummacher (neef.)

Laatstgenoemde werd in 1848 zelfs hofprediker te Berlijn.

Kohlbrügge voelde zich te Elberfeld spoedig thuis. De predikanten ontvingen hem hartelijk, vooral, omdat hij zo beslist opkwam voor de leer der vrije genade; ook hadden zij diep medelijden met hem vanwege zijn moeilijke omstandigheden. Kohlbrügge mocht hier ook optreden en de toeloop was overweldigend. Eens preekte hij 16 maal en kreeg er een bloedspuwing van!

Toch zou ook hier de tegenspraak niet uitblijven, vooral na zijn bevinding in het bos te Elberfeld.

Ik kom er later op terug.

Ik kom er later op terug. In 1846 vertrok hij voor goed naar Elberfeld en werd daar — merkwaardig genoeg — voorganger van een kleine groep Afgescheidenen!" Te merkwaardiger, als men bedenkt, hoe hij voorheen over „afscheiding" oordeelde.

In Duitsland was in die tijd op kerkelijk terrein de zgn. Unie ontstaan. Krummacher en zijn gemeente gingen wel met de Unie mee, maar met een „voorzover", nl., dat het niet met de gereformeerde citus streed.

Een kleine groep der gemeente was het met die Unie helemaal niet eens, scheidde zich af en beriep Kohlbrügge als „voorganger", dus niet als predikant. Dit werd hij in 1848 volgens het „Tolerantie Religions Patente" van 1847.

Het groepje kreeg de naam van „Niederlandisch-reformierte Gemeinde." Hier te Elberfeld is hij tot zijn dood toe gebleven. (1875.)

P. J. LAMORé.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 januari 1953

Daniel | 12 Pagina's

Dr H. F. Kohlbrügge

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 januari 1953

Daniel | 12 Pagina's