Jeugdvraagstuk ?
Hierover wordt tegenwoordig veel gesproken en geschreven. Zóveel zelfs, dat het bijna afgezaagd wordt om er in „Daniël" ook nog eens over te beginnen.
Nu, laten we U direct gerust stellen: we zullen U niet vermoeien met een rapport over al de moeilijkheden, waarmee onze hedendaagse jeugd te kampen heeft.
Integendeel! Zelfs geen woord daarover!
Of we dan al die moeilijkheden zo maar wegcijferen? Dat zou wel zeer onverantwoordelijk zijn. We hebben ook hierin het „bid en werk" te betrachten.
Wat ons weerhoudt van het publiceren van al die jeugdproblemen, is het gevaar dat hierin schuilt.
Welk gevaar?
Het gevaar dat onze jonge mensen gaan denken dat er nog nooit een jeugd geweest is, die het zó moeilijk gehad heeft als zij. Zulke jongelui gaan zich de „arme jeugd van Nederland" gevoelen. Een oorlog achter de rug, weinig toekomst in een overbevolkt land, geen huis enz. Het gevolg is een ontstellende ondankbaarheid. Men vergeet dan, dat vijftig jaar geleden de jongeman van 's morgens zeven tot 's avonds zeven werkte, des Zaterdags één uur eerder klaar was, en dan in tien weken vier en vijftig gulden verdiende.
Men weet dan waarschijnlijk ook niet, dat van de bijna 15 millioen jongeren in de Duitse Bondsrepubliek
er één op elke vijf een vluchteling is. Dat 1*4 millioen kinderen daar geen vader meer hebben, er 185.000 jongelui in barakken en kampen leven, of dat in Schleswig-Holstein 20 % van alle jongeren tussen 14 en 18 jaar werkeloos zijn.
Wanneer we alleen maar over onze moeilijkheden spreken en geen oog meer hebben voor de zegeningen die God ons nog schenkt, ontstaat er een jeugd die wel graag wil worden beklaagd, doch die niet meer weet wat een offer uit dankbaarheid is.
Toen onze ouders en grootouders vijf a zes gulden per week verdienden, stonden velen daarvan een gulden af voor de kerk en de school.
Daardoor werden kerken en pastorieën gebouwd, het was de tijd waarin een Vrije Universiteit en Theologische Hogescholen verrezen, naast honderden scholen en waarin een zendingswerk werd opgebouwd dat millioenen heeft gekost.
Kom daar nu eens bij de meeste jongeren om! Ja, de huizen zijn luxer ingericht en gemeubileerd, de bruiloften en verjaardagsavonden laten grotere uitgaven toe en men heeft één of twee weken vacantie in binnenof zelfs in buitenland waarin men vaak heel wat verteert. Maar in welke verhouding staan thans deze uitgaven tot het offer voor kerk, zending en school?
Is dit niet een gevolg van ons tekort aan dankbaarheid ? Doordat we denken dat w\j het zo uiterst moeilijk hebben?
En zou het Jeugd vraagstuk dan ook, zoals prof. Wisse onlangs schreef, in diepste zin niet een zielevraagstuk zijn?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 december 1952
Daniel | 8 Pagina's