JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VRAGENBUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGENBUS

4 minuten leestijd

Correspondentie voor deze rubriek aan : | T MOLENAAR. Leede 18. Rotterdam-Zuid V

Een lid der Geref. Gem. te R. schrijft, dat zijn kerkeraad bezwaar heeft iemand belijdenis te laten doen, omdat hij 's Zaterdags voetbalt. Hij vraagt of leden der Gemeente, die 's Zaterdags ook voetballen, nu ook gecensureerd moeten worden.

Antwoord. Dit is inderdaad een moeilijke vraag. Laten we nu eens beginnen met punt 1.

Ons volk vraagt naar brood en spelen. Het is of de geest van Athéne en Sparta weer herleeft. Het schijnt alsof de horizon zich niet verder uitstrekt, dan tot eten, drinken, sport, spel, bioscoopbezoek en verder al wat de wereld biedt.

De dichter van Ps. 17 bad reeds:

, , Red mij van hen, die 't ruim genot Der wereld voor hun heilgoed achten; Geen deel, dan in dit leven wachten, En maken van de buik hun god; Van hen, die weelde, schatten, staten, Hoe rijk, hoe uitgebreid, hoe groot, . Verliezen moeten met de dood, En hunne kind'ren overlaten."

Daarom kan ik begrijpen dat uw kerkeraad een „halt" gaat toeroepen aan de doopleden der gemeente.

Willen ze belijdenis doen, goed, maar dan moeten zij kleur bekennen. Niet de wereld wat en de Heere wat. De Heere vraagt niet naar halve, naar hen, die op twee gedachten hinken.

Hij vraagt oprechtheid en dus ook in „het belijdenis doen". Dat wil dus zeggen, dat degenen, die belijdenis wensen af te leggen, in hun levensopenbaring met de wereld gebroken moeten hebben.

En voetballen is wereld en niets anders dan wereld, ook al gebeurt het 's Zaterdags. Het zijn de lieden van de wereld, die dat spel gebruiken tot ontheiliging van Gods dag.

Maar nu rijst de vraag, moeten dan de belijdende leden niet gecensureerd worden, die ook voetballen?

Hoe gaarne ik daarover ook mijn mening zou willen zeggen, ik zal de besluiten van classes en synoden niet vooruitlopen.

Het is mijn hartelijke wens, dat de Heere licht en wijsheid geven aan de classes-en synodeleden, wanneer die geroepen zullen worden hun oordeel over deze moeilijke zaak te moeten geven.

Dat de besluiten, die genomen staan te worden, mogen strekken tot Gods eer en tot welzijn van de kerk des Heeren.

Ons blad „Daniël" kan en mag in de beantwoording van deze vraag niet verder gaan.

P. H. te R. schrijft verder: „Mag iemand, die tot het predikambt geroepen is, zich daarvan afhouden, daar God Zijn wil aan hem heeft bekend gemaakt? Vallen roeping en zending samen? "

Antwoord: Men weet de weg, althans men kan die weten. Als men meent, dat de Heere geroepen heeft tot de bediening des Woords, dan moet men zich openbaren op de plaatselijke Kerkeraad. Nadat deze de motieven heeft gehoord en de geestelijke werkzaamheden heeft beluisterd, beraadt hij zich al of niet een attest te geven. Krijgt men geen attest, dan kan men zich beroepen op een meerdere vergadering. Krijgt men wel een attest, dan wordt men doorgezonden naar het curatorium van onze theologische school, die eens in het jaar door zijn voorzitter laat bekend maken in de „Saambinder", wanneer er vergadering zal gehouden worden.

worden. Daar wordt ook een nauwkeurig onderzoek ingesteld en ik mag geloven, dat dit onderzoek geschiedt onder biddend opzien tot de Koning van Zijn kerk of het Hem behagen wil licht en wijsheid te geven.

Wordt men aanvaard, dan volgt de tijd van studeren. Men wordt ingeschreven als student van de theologische school. Na volbrachte studie en na gedaan examen wordt men candidaat en beroepbaar gesteld.

Neemt men een beroep aan, dan wordt door de classis een laatste onderzoek ingesteld. Is dat bevredigend, dan kan de bevestiging plaats hebben.

Hieruit blijkt dus, dat roeping en zending niet samenvallen. W. a Brakel zegt in zijn „Redelijke Godsdienst:

„Na gedaan examen geschiedt de zending, n.1. hun wordt in de naam van Christus macht gegeven te prediken, de sacramenten te bedienen, de tucht te oefenen en alles te doen, wat tot het herderambt vereist wordt."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 december 1952

Daniel | 8 Pagina's

VRAGENBUS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 december 1952

Daniel | 8 Pagina's